'Bij toerbeurt commissaris leveren'; Frankrijk wil sterk Europees bestuur

PARIJS, 22 FEBR. Een sterke Europese Commissie van “een tiental leden onder een voorzitter met echt gezag” en een gelijk recht voor alle lidstaten van de Europese Unie om bij toerbeurt een commissaris te leveren. Met dit idee over een sleutelkwestie hoopt Frankrijk vaart te brengen in de onderhandelingen over een nieuwe bestuurlijke inrichting van de Europese Unie als voorbereiding op verdere uitbreiding.

Dat kan betekenen dat er in een zittingsperiode geen Fransman, Duitser of Brit in de Commissie zit.

De Franse onderhandelaar, onderminister van Buitenlandse Zaken Michel Barnier, spreekt in een interview met NRC Handelsblad van “een groot drama” wanneer de Europese Unie de huidige kans vóór uitbreiding met nieuwe leden niet grijpt en “verder afglijdt op het hellende vlak van een steeds zwakkere commissie”.

Barnier brengt dinsdag een bezoek aan Nederland “om de Franse ideeën uit te leggen en het Nederlandse voorzitterschap te helpen”. Hij zal staatssecretaris Patijn en een aantal Kamerleden ontmoeten. Barnier is vol lof over het Nederlandse EU-voorzitterschap tot nu toe, dat “niet heeft geaarzeld essentiële kwesties aan te snijden”.

De Franse onderhandelaar bestrijdt de opvatting dat in de zogeheten Intergouvernementele Conferentie tot nu toe tijd is verdaan. Men moest elkaar aanhoren en leren respecteren. De onderhandelaars die er, net als Barnier, van het eerste uur bij waren noemt hij inmiddels “mijn vrienden”. De Franse bewindsman toont zich - als voorzitter Nederland op de ingeslagen weg doorgaat - “optimistischer dan een paar weken geleden” dat de Top van Amsterdam in juni slaagt.

Barnier ziet dat een aantal lidstaten de verleiding hebben “zich achter de Britse verkiezingen te verschuilen, Nederland niet”. Hij verwacht dat iedere nieuwe Britse regering vrij snel ervoor zal kiezen “met ons een politiek sterk Europa te creëren”. Barnier verwacht zelfs dat de Britten “sneller dan men verwacht” aan de Europese munt zullen meedoen.

Volgens de Franse onderminister is er voortgang geboekt in het verschil van mening met Nederland over het drugsbeleid. Maar het zal pas uit de wereld zijn “als we hier geen directe of indirecte gevolgen meer constateren van het beleid dat Nederland voor zichzelf heeft gekozen.”