Activiste rouwt niet om Deng

PEKING, 22 FEBR. De dood van Deng Xiaoping heeft geen indruk gemaakt op Ding Zilin, activiste en moeder van een zeventienjarige zoon die in de nacht van 3 op 4 juni 1989 werd doodgeschoten op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking.

Deng Xiaoping gaf het Volksbevrijdingsleger toen de opdracht het vuur te openen op de demonstranten en over de bloedige afloop bestaat nog altijd onduidelijkheid. Ding Zilin zet zich sinds 1992 in om antwoord te krijgen op de vele vragen die restten. De Chinese regering houdt het op een zwijgen en maakt onderzoek naar de zwartste bladzijde uit de periode van hervormingen en opendeurpolitiek onmogelijk. Zal de dood van Deng Xiaoping daar verandering in brengen?

Over de doden niets dan goeds. De loftuitingen die de afgelopen twee dagen over de hele wereld aan het adres van wijlen Deng Xiaoping zijn geuit, zouden haast doen vergeten dat de oude patriarch ook zijn minder aangename kanten heeft gehad.

De Amerikaanse president Clinton sprak van “een buitengewone figuur op het wereldtoneel”, oud-president Jimmy Carter noemde Deng “een integer onderhandelaar” en de Britse premier John Major prees “Dengs cruciale rol in de schepping van een dynamisch en succesvol China”. De politieke leiders van de internationale gemeenschap waren zelfs zo positief over Deng, dat de verplichte portie lof in de Chinese pers erbij leek te verbleken.

Maar behalve een man met visie en tact is Deng Xiaoping ook de persoon geweest die in 1957 leiding gaf aan Mao Zedongs antirechtse campagne, waarbij vele miljoenen intellectuelen het moesten ontgelden.

Later in zijn carrière, eind jaren zeventig, nadat formeel een begin werd gemaakt met de modernisering van China, liet Deng politieke activisten die zich hadden uitgesproken voor democratische hervormingen naar Westers model, opsluiten.

In 1983 initieerde hij een campagne tegen 'de geestelijke verontreiniging' en werden naar verluidt in een mum van tijd tienduizend vermeende criminelen terechtgesteld. Politieke topfiguren, zoals Hu Yaobang en Zhao Ziyang, die beiden de functie hebben vervuld van secretaris-generaal van de communistische partij, zette hij om politieke redenen af. En tegen de protesterende mensenmassa's in het voorjaar van 1989 in Peking trad Deng ongenadig op.

Ding Zilin heeft derhalve weinig goeds te melden over de man die de verantwoordelijkheid heeft gedragen voor het repressieve systeem waarvan haar zoon het slachtoffer is geworden. Ze spreekt haar gedachten daarover niet uit, maar haar geringe vertrouwen in het huidige leiderschap van China zegt voldoende.

Pag.4: 'Uiteindelijk komt de waarheid aan het licht'

“Ik zal mijn hoop nooit vestigen op één van China's leiders. Ik vertrouw enkel op de naleving van de rechtsorde. Zolang die ontbreekt is de kans op herhaling van een dergelijk tragische gebeurtenis heel groot”, zegt Ding Zilin.

Ding, die sinds 1992 op zoek is naar de familieleden van slachtoffers van het militair optreden op het Plein, gelooft dat het overlijden van Deng geen verandering zal brengen voor de situatie van de rechten van de mens in China.

“De huidige regering beschikt niet over de kracht uitspraken te doen omtrent de waarheid aangaande de vierde juni. Dat is een structureel probleem en het gemak waarmee het onderwerp in China in de doofpot wordt gestopt, staat symbool voor Pekings omgang met politieke fouten,” aldus Ding Zilin.

“Ik ben nu zestig, misschien maak ik het niet meer mee, maar ik weet zeker dat de gebeurtenissen op de vierde juni 1989 uit de doeken worden gedaan. De hele wereld is er getuigen van geweest en Peking zal zich eens aan het Chinese volk moeten verantwoorden.”

Iemand die daartoe ook een aanzet heeft gegeven is Chen Xiaoya, een voormalige historica aan de Chinese academie voor sociale wetenschappen. In 1993 begon zij een zelfstandig onderzoek naar de achtergronden van de studentendemonstraties en de bloedige afloop daarvan, en publiceerde de resultaten in boekvorm. Haar inspanningen werden haar echter niet in dank afgenomen en Chen werd op non-actief gesteld. “Ik dacht dat de tijd rijp was voor een evaluatie van de geschiedenis, maar ik ben naïef geweest.” Chen, die nu al bijna meer dan een jaar zonder werk zit en een minimum toelage ontvangt, heeft Deng Xiaoping maar een kleine rol toebedeeld in haar boek. Daar heeft ze nu spijt van. “Dat is voortgekomen uit mijn idealisme. Ik heb altijd gehoopt dat Deng geen fouten heeft gemaakt.” Nu denk ze daar anders over.

Ding Zilin onderwijl, zet haar strijd voor rechtvaardigheid gewoon voort. Het feit dat haar leven onmogelijk wordt gemaakt door de politie-agenten die permanent voor haar huis bivakkeren, een telefoon die wordt afgeluisterd en de permanente dreiging, die Ding en haar echtgenoot boven het hoofd hangt, voor onbepaalde tijd opgesloten te worden - zoals tijdens de Internationale Vrouwenconferentie anderhalf jaar geleden - kan haar niet van haar plan afbrengen. “Ik heb inmiddels 220 familieleden van slachtoffers op en rond het Plein achterhaald. De waarheid komt uiteindelijk aan het licht. Daar kan Deng Xiaoping niets aan veranderen.”