Vooral privé-klinieken werken achterstand in behandelingen weg; Verzekeraars willen niet wachten

Wachttijden, maar vooral wachtlijsten staan sinds de privatisering van de Ziektewet volop in de belangstelling. Werkgevers willen hun zieke personeel zo snel mogelijk behandeld zien.

DEN HAAG, 21 FEBR. “Op dinsdag het eerste onderzoek door de specialist, donderdag terugkomen voor het maken van een foto, vrijdag voor het laboratoriumonderzoek, dinsdag weer op bezoek voor de uitslag, vrijdag nog eens door een andere specialist bekeken. En misschien een afspraak voor een behandeling weer veel later. En al die tijd heeft de zieke werknemer vrijwel zeker thuis gezeten, onnodig verzuimd want bij een andere organisatie was het waarschijnlijk al binnen een dag duidelijk geweest of verdere behandeling nodig of mogelijk was.”

Medisch-directeur W. Schellekens van het Delftse Reinier de Graaf Gasthuis constateerde vorige week op een discussiebijeenkomst in Madurodam dat het 'gewone' wachten de werkgevers veel meer verzuim kost dan de wachtlijsten voor een operatie of behandeling in de geestelijke gezondheidszorg. Zijn ziekenhuis werkt, net als in Alkmaar en Eindhoven, inmiddels aan een andere organisatie. Daarin gaat het niet uit van de wensen en belangen van de afzonderlijke specialisten en afdelingen, maar van die van de patiënt.

Wachten en vooral wachtlijsten staan volop in de belangstelling. Dit is het gevolg van de privatisering van de ziektewet, waardoor werkgevers er financieel belang bij hebben het ziekteverzuim te beperken. Het leidde tot initiatieven zieke werknemers sneller te laten behandelen, desnoods in de avonduren, weekeinden, privé-klinieken of bedrijvenpoliklinieken.

De kosten voor onnodig wachten zijn hoog. De werkgevers (ziekenhuizen en andere instellingen) betalen jaarlijks meer dan driehonderd miljoen gulden aan ziektegeld voor vermijdbaar verzuim, zo schrijft de Inspectie voor de Gezondheidszorg in het verslag Mag ik even passeren? van haar onderzoek naar 'wachtlijstomzeilende' initiatieven. Werkgevers sluiten voor hun personeel collectieve contracten met ziektekostenverzekeraars en proberen zo een voorrangsbehandeling voor hun zieke werknemers te verkrijgen. Ongeveer eenderde van de verzekeraars blijkt aan die wens tegemoet gekomen. De helft van de verzekeraars probeert voor alle verzekerden, werknemer of niet, de wachtlijsten zo veel mogelijk te omzeilen.

De bekendste wachtlijsten zijn er bij orthopedie, oogheelkunde, cardiologie en open-hartchirurgie, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg en verpleeghuizen. Voor het beperken van het ziekteverzuim zijn vooral de wachtlijsten bij orthopedie en de geestelijke gezondheidszorg van belang: voor deze twee vond de Inspectie ook de meeste initiatieven voor het verlenen van snellere hulp. Door de hulp van privé-klinieken in te roepen worden de wachtlijsten bij de oogheelkunde beperkt.

De Inspectie constateert dat 'wachtlijstomzeiling' nog geen hoge vlucht heeft genomen: er is een handvol initiatieven. Snellere hulp wordt, zo schrijft de Inspectie, al sinds jaar en dag geboden. Voor veel profvoetballers bestaat er geen wachtlijst. Ze gaan naar een aan hun club verbonden medisch-specialist. Een telefoontje van de bevriende huisarts wil ook wel eens leiden tot snellere hulp, die er van oudsher eveneens is voor de patiënt die tot de vrienden- of kennissenkring van de specialist of diens collega hoort.

Borst waarschuwt niettemin voor een ontwikkeling waarbij patiënten met voorrang worden behandeld, enkel omdat het een werknemer betreft. Volgens de minister is dat in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel zoals dat in artikel 1 van de Grondwet is vastgelegd. “Voorrang verlenen aan bepaalde groepen op andere dan medische criteria is voor mij niet toelaatbaar”, schrijft zij in haar nota Wachttijden in de curatieve zorg. “Snellere toegang tot de zorg moet voor iedereen gelden. Onderscheid mag er alleen op medische criteria worden gemaakt. Dat geldt ook wanneer buiten de kantooruren in de ziekenhuizen wordt geholpen en anderen er geen hinder van hebben.” In mei schreef zij de Kamer overigens nog wel dat zij wilde zoeken naar mogelijkheden zieke werknemers tijdelijk voorrang te geven. Ze zag daar toen vanaf omdat onder meer patiëntenorganisaties daar tegen protesteerden.

Het huidige standpunt van Borst wordt zeker niet door iedereen gedragen: want voorrang voor zieke werknemers hoeft niet tot tweedeling en dus tot ongewenste discriminatie te leiden, betoogden gisteren CDA en VVD. Zij sloten aan bij de stelling die prof. dr. A van Montfort, directeur van het Instituut voor onderzoek in de zorg NZi, vorige week in Madurodam trok. Juist de bereidheid van werkgevers extra geld steken in de snellere behandeling van hun werknemers, kan andere wachtenden de kans bieden eerder geholpen te worden. “Dat geld moet worden toegevoegd aan het budget van de ziekenhuizen waarvoor dan extra personeel kan worden aangesteld en materiaal worden gekocht.”

Daarmee bereikt men volgens Van Montfort twee dingen: “Mensen, of hun werkgevers, die het kunnen betalen krijgen de behandeling die ze willen op het gewenste moment. Ze dringen niet voor, ze springen uit de rij die daardoor korter wordt. De bestaande capaciteit (gebouwen, operatiekamers, apparatuur, overhead) wordt beter benut, de produktiviteit neemt kortom toe. De winst die je zo boekt, kun je gebruiken voor alle patiënten in dat ziekenhuis die daardoor waarschijnlijk ook eerder kunnen worden behandeld.”

Van Montfort meent dat dat beter is dan dat “de winst op de verkoop van sneller behandelen in de zakken van de aandeelhouders van privé-klinieken verdwijnt”. Borst heeft in december vijftig miljoen gulden uitgetrokken voor het wegwerken van de wachtlijsten. Uit het onderzoek van de Inspectie blijkt dat alleen meer geld niet helpt: in Scandinavië leidde dat alleen maar tot een ruimere indicatiestelling, er werden wel meer mensen behandeld maar de wachtlijsten bleven even lang.