Toename uitkeringen schaduwzijde Deltamodel

DEN HAAG, 21 FEBR. Internationale kranten en politici roemden rond de jaarwisseling het Nederlandse Deltamodel. Lage loonkosten, hoge produktiviteit en internationale gerichtheid zouden van Nederland het Singapore van Europa hebben gemaakt.

Twee maanden later staat de andere kant van het Delta-model in de schijnwerpers: Nederland gooit nog steeds hoge ogen bij het wereldkampioenschap uitkeringen verstrekken. Dat kunnen toenemende werkgelegenheid, topwinsten en recordkoersen op effectenbeurs niet verhelen.

De toename van het aantal uitkeringen doet zich over de hele linie voor. Zo explodeerde het aantal uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid tot 921.000 in 1993. Drie jaar later, in augustus 1996, was dit aantal licht gedaald tot 851.100 uitkeringen. Daarna trad echter weer een stijging op, tot 855.000 afgelopen december. Het Centraal Planbureau voorziet verdere stijging.

Het aantal werkloosheidsuitkeringen, verdeeld over de 'grote' regelingen WW en RWW (schoolverlaters) en de relatief weinig gebruikte inkomensregeling voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), biedt een even troosteloze aanblik. Dit vertienvoudigde sinds eind jaren zestig tot 678.000 in 1994. De laatste stand van zaken is hier 677.000 uitkeringen wegens werkloosheid in 1995, waarvan 333.000 krachtens de Werkloosheidswet (WW).

Door de verandering van de Bijstandswet in 1996, die voortaan wordt uitgevoerd door de gemeenten, publiceert het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) sindsdien alleen nog maar het aantal WW-uitkeringen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft geen zicht op de ontwikkeling van het aantal werklozen in de bijstand (voormalige RWW'ers), omdat een aantal gemeenten niet in staat is de vereiste informatie te verstrekken. Daarmee blijft de helft van de werkloosheid buiten beeld.

Het aantal WW-uitkeringen, zoals gerapporteerd door het CTSV, bedroeg volgens voorlopige cijfers 383.000 in december 1996. Volgens het CBS is de werkloosheid nóg hoger: 437.000. Het gaat daarbij niet uit van het aantal verstrekte WW-uitkeringen, maar van het aantal werklozen dat staat ingeschreven bij het arbeidsbureau. Onder hen bevinden zich ook mensen die geen uitkering hebben, maar die wel een baan willen.

Belangrijker dan de absolute aantallen is echter de ontwikkeling daarvan. Zowel het CTSV als het CBS registreren sinds vorig jaar zomer een oplopende trend.

De grootste uitkeringsfabriek is de Algemene Ouderdoms Wet (AOW). Hier loopt het aantal uitkeringen wegens vergrijzing eveneens gestaag op. December 1996 stond de teller op 2.219.000 uitkeringen. Dat het aantal AOW'ers nog verder zal oplopen aanvaarden alle politieke partijen als een fait accompli.

Resteert de Ziektewet. Deze uitkering werd begin vorig jaar voor de meeste werknemers afgeschaft. Werkgevers zijn sindsdien wettelijk verplicht hun zieke personeel zelf een jaar lang door te betalen. Als ze willen kunnen werkgevers zich particulier tegen het risico van zieke werknemers verzekeren.

Het aantal Ziektewet-uitkeringen daalde door de ingreep spectaculair. De regeling betreft nu nog overwegend zieke werklozen, uitzendkrachten en zwangere vrouwen. Afgelopen december werden 85.000 Ziektewet-uitkeringen verstrekt. Dat de Nederlandse bevolking sinds 1990, toen het aantal uitkeringen wegens ziekte het record van 348.000 bereikte, spectaculair gezonder leek geworden, is dus toe te schrijven aan een boekhoudkundige operatie.

Dit is de andere zijde van het Deltamodel. Als de (verborgen) werklozen in de bijstand worden meegerekend, blijkt de werkloosheid opeens tweemaal hoger dan het officiële (WW-)percentage van 6,1 procent (CTSV) of 6,6 procent (CBS). Nederland steekt daarmee landen als Duitsland en Frankrijk naar de kroon. Worden ook de verborgen werklozen in de WAO, de VUT'ers en banenpoolers meegerekend, dan bedraagt de werkloosheid ruim een kwart van de beroepsbevolking. De OESO, de club van rijke industrielanden die in Parijs kantoor houdt, gaat uit van deze “brede definitie” van de werkloosheid, maar heeft die tot nu toe alleen maar voor Nederland en België berekend.

Het kabinet en het Centraal Planbureau dat diens plannen doorrekent hielden er rekening mee dat economische groei en een sterk toenemend aantal banen tot daling van het aantal uitkeringen zou leiden. Dat blijkt niet het geval. Het aantal uitkeringen loopt op. De extra banen gaan vooral naar schoolverlaters en vrouwen, zo liet minister Melkert (Sociale Zaken) op een congres van zijn partij weten. Het werkloosheidsfonds kampt daardoor met een tekort dat vorig jaar opliep tot 4,9 miljard gulden. Het kabinet rekende met Prinsjesdag op een tekort van 2,1 miljard.

Volgens de voorzitter van het Tijdelijk Instituut voor Coördinatie en Afstemming van werknemersverzekeringen (Tica), Flip Buurmeijer, heeft het kabinet-Kok adviezen over een stijgend aantal uitkeringen en oplopende tekorten bewust genegeerd om met Prinsjesdag zo gunstig mogelijke koopkrachtcijfers te kunnen laten zien.

Door de nadruk die afgelopen maanden is gelegd op de zonnige kant van het Deltamodel zijn explosieve thema's als verlaging van uitkeringen, ministelsel en verlaging van het minimumloon van de politieke agenda verdwenen. De redenen om deze instrumenten ooit te opperen - besparing op sociale uitgaven, aan werk helpen van laagopgeleide uitkeringsgerechtigden - bestaan echter nog steeds. De huidige discussie over de grote tegenvallers bij de sociale fondsen kan ertoe leiden dat deze thema's straks weer uiterst actueel worden.