Sirene vijf

Het was nog vroeg in de morgen toen de wekker afging. De vrouw die vandaag mijn vrouw zou worden, tikte mij op de schouder.

“Opstaan, trouwen!” zei ze.

Ik knipte één oog open en zag een hotelkamer die bezaaid was met willekeurig achtergelaten kledingstukken.

“Opschieten, want in de lobby hebben wij een afspraak met onze Marriage Celebrant.”

Zij was al uit bed en even later hoorde ik het water stromen in de badkamer. Binnen een kwartier waren wij aangekleed. Beneden zat onze Marriage Celebrant al te wachten. Zij was inderdaad de prompte vrouw van het Bette Midler-type, maar dan iets ouder. Omdat het in Australië geen gewoonte is elkaar een hand te geven, namen wij zonder verdere plichtplegingen plaats in een zithoek van de lobby. Onze Marriage Celebrant opende haar aktetas en haalde een stapeltje papieren tevoorschijn.

“Om te kunnen trouwen”, zei ze, “moeten er tijdens de ceremonie enige formaliteiten worden verricht. Zo zal ik deze tekst uitspreken.”

De Marriage Celebrant overhandigde ons een document. Ik las: “Max, do you take Alice to be your lawful wife, will you love her, comfort her, honour her, and keep her in sickness and in health and forsaking all others, keep only unto her so long as you both shall live?”

Onder deze vraag stond in vette letters gedrukt: “I do.”

Alice had dezelfde tekst voor zich, alleen daarop waren onze namen verwisseld en was her vervangen door him.

“Daar ben ik het niet mee eens!” riep de vrouw plotseling die vandaag mijn vrouw zou worden, “geen haar op mijn hoofd die er over denkt daarop ja te zeggen.”

“Hoezo?” vroeg ik verbaasd.

“Heb je gelezen wat er staat? Er staat: forsaking all others.”

“Ja, nou en?”

“Forsaking betekent zoiets als verzaken, verlaten, in de steek laten. Er wordt ons hier maar eventjes gevraagd afstand te doen van de liefde van alle anderen. Dat wil ik niet.”

“Bedoel je te zeggen dat je weigert deze huwelijksbelofte af te leggen, omdat je eventueel je handen vrij wilt houden voor een andere man? Mooi is dat!”

“Welnee!” riep zij geïrriteerd, “waarom ben je toch altijd zo bot? Een huwelijk kan toch niet betekenen dat wij alleen nog maar voor elkaar bestaan en dat de rest van de wereld er niet meer toe doet. Denk eens aan jezelf. Jij hebt een dochter uit een voorgaande verhouding. Ga je nu de liefde van je dochter verzaken, omdat je plotseling met mij getrouwd bent?”

“Nee, natuurlijk niet.”

“Zie je wel.”

“Oké, op dat punt heb je wel gelijk”, gaf ik ietwat onwillig toe, “maar wat doe je eraan? Ongetwijfeld doen ze het hier al een paar honderd jaar zo. Wij kunnen toch moeilijk van ze verlangen dat ze speciaal voor ons de Australische Grondwet wijzigen.”

De Marriage Celebrant, die tegenover ons zat, stak een sigaret op. De in het Nederlands gevoerde discussie had zij niet kunnen volgen, maar zij begreep wel dat het toekomstige echtpaar het nog niet eens was over alle details. Alice legde haar ons probleem voor. De Marriage Celebrant luisterde aandachtig en op een gegeven moment begon ze heftig te knikken.

“Ik kan me niet herinneren”, zei zij, terwijl zij een grote wolk uitblies, “dat iemand hier ooit bezwaar tegen heeft gemaakt, but you're absolutely making a point. Alleen, hoe lossen wij dit op? Komen er veel mensen naar uw huwelijk?”

“Niemand”, zei de vrouw die vandaag mijn vrouw zou worden.

“Dan stel ik voor dat ik bij het voorlezen die frase gewoon inslik. Dat wordt dan toch ook door niemand gehoord. Kunt u daarmee instemmen?” Wij knikten.

“Mooi”, zei de Marriage Celebrant, “dan kom ik nu bij de volgende vraag. Wáár wilt u vanmiddag trouwen?”

“Dat weten we nog niet”, zei ik.