Rusland heeft het gedaan

Frederick Forsyth: ICON. Bantam Books, 464 blz, ƒ49,15

In de zomer van 1999 verkeert Rusland in een staat van economische ontreddering en politieke verlamming. Hyperinflatie heeft de waarde van de roebel uitgehold, er is sprake van acute hongersnood. De interim-president die na de onverwachte hartstilstand van de president de zaken waarneemt, is machteloos. De economie is in handen van de mafia en voor geld is alles te koop. Bij de presidentsverkiezingen die voor het jaar 2000 zijn uitgeschreven, stevent de ultra-rechtse nationalistische partij UPF af op een massale overwinning in de eerste ronde.

De hervormingen zijn ontaard in schaamteloos diefstal-kapitalisme, armoede en werkloosheid. Rusland staat op het punt van anarchie. Het Westen heeft zich van Rusland afgewend. De situatie laat zich nog het beste vergelijken met die van Duitsland in de laatste dagen van de Weimar-republiek, vlak voor de verkiezing van Hitler en de daaropvolgende installatie van de nazi-dictatuur.

Voor Frederick Forsyth, de Britse auteur van thrillers, vormt dit de achtergrond voor zijn jongste boek, ICON. Het verhaal bevat zoveel elementen uit de werkelijkheid dat de scheiding tussen fictie en feiten nauwelijks meer is aan te brengen.

Dat is de formule waarmee Forsyth beroemd is geworden. In The day of the Jackal ging het om een moordaanslag op president De Gaulle, in The Odessa File om de opsporing van een Duitse oorlogsmisdadiger in de Sovjet-Unie, in The fist of God om een vernietigingswapen in handen van Saddam Hussein. En in ICON verwerkt hij de de crisis in post-communistisch Rusland tot een politieke thriller met een apocalyptisch slot.

Het einde van de Koude oorlog heeft niet geleid tot het einde van de ouderwetse politieke spionageroman. Forsyth maakt knap gebruik van zijn oude spionagespecialisme door in het eerste deel van ICON twee verhalen door elkaar te weven.

Het eerste - fictieve - verhaal is dat van de toevallige manier waarop in de zomer van 1999 'The Black Manifesto', een geheim actieplan van de ultranationalistische leider Igor Komarov, in handen valt van de Britse geheime dienst in Moskou. Het manifest belooft niet alleen herstel van de nationale waardigheid en uitroeiing van de corruptie, maar eveneens de instelling van een dictatuur, herinvoering van concentratiekampen en vernietiging van etnische en religieuze minderheden in Rusland. Het is een Russisch Mein Kampf.

De tweede - aan de werkelijkheid ontleende - lijn is de manier waarop in de jaren tachtig een CIA-agent, Jason Monk, een netwerk van informanten op hoge posten binnen de Sovjet-Unie ontwikkelde en hoe dit netwerk door het verraad van CIA-agent Aldrich Ames door de KGB werd opgerold. Ames werd op 21 februari 1994 gearresteerd in Washington. De manier waarop de CIA zijn beste spionnen in de Sovjet-Unie opofferde aan de drank- en geldzucht van een 'mol' die jarenlang binnen zin eigen organisatie kon doorwroeten, is onthutsend. Forsyth is in deze reconstructie van het waar gebeurde verraad van Ames op zijn best.

Deze lijnen komen in het tweede deel van ICON bij elkaar. Jason Monk, gedesillusioneerd uit de CIA gestapt nadat al zijn Sovjet-agenten zijn opgepakt, wordt in 1999 benaderd door het gepensioneerde hoofd van de Britse geheime dienst om de zeker lijkende verkiezing van Igor Komarov als de nieuwe president van Rusland af te wenden. De Westerse regeringen zijn niet van plan zich met de Russische verkiezingen te bemoeien, maar een groep voormalige staatshoofden en regeringsleiders beschouwt sabotage van de verkiezingsmachine van Komarov als de enige manier om de uitvoering van diens politieke programma te voorkomen.

Monk laat zich overhalen om opnieuw in actie te komen en daarbij wraak te nemen op de voormalige KGB-majoor die zijn verraden agenten heeft opgespoord en vermoord. Deze liefhebber van geweld is nu de rechterhand van de fascistische partijleider Komarov.

Terug in Moskou gaat de Amerikaanse geheime agent voortvarend te werk met de politieke destabilisatie. Binnen enkele weken keldert de populariteit van de UDF. Alleen de slotscène, waarin Monk de wanhoopspoging van de fascisten om met een staatsgreep de macht te grijpen nagenoeg in zijn eentje weerstaat, doet geforceerd aan. Maar dit doet niets af aan de geraffineerde manier waarop Forsyth feiten (zoals de gesloten wereld van de Tsjetsjeense mafia in Moskou) en fictie door elkaar weeft.

ICON is daarom veel meer dan een adembenemende politieke thriller. Het geeft ook een inzicht in de manier waarop de geheime diensten na de politieke omwentelingen van 1992 in een nieuwe gedaante zijn teruggekeerd. Maar bovenal beschrijft het reële gevaren die in Rusland dreigen en die, als ze zich werkelijk zouden voordoen, hun uitwerking in het Westen niet zullen missen.