Roemenië: buikriem nóg strakker

ROTTERDAM, 21 FEBR. Het aantreden van de regering van Victor Ciorbea joeg eind vorig jaar een golf van optimisme door Roemenië. In januari verwachtte 61 procent van de Roemenen dat het leven in 1997 beter wordt.

Maar drie maanden later heeft de regering belangrijke verkiezingsbeloften moeten inslikken en de Roemenen gewaarschuwd dat het hun eerst slechter zal gaan voor het beter wordt. Op één terrein boekte Ciorbea heel snel resultaat. De zo lang troebele relatie met Hongarije is radicaal verbeterd. Minister van Buitenlandse Zaken Adrian Severin koos na zijn aantreden Boedapest als eerste reisdoel en dat is in Hongarije zeer op prijs gesteld.

Politiek heeft de regering haar eerste aanvaringen achter de rug. Een daarvan brak uit nadat onlangs minister van Binnenlandse Zaken Gavril Dejeu opmerkte dat Roemenen die van een misdrijf worden beschuldigd en van plan zijn naar het buitenland te reizen, door de veiligheidsdienst in de gaten zullen worden gehouden. “Als er Roemenen zijn die het imago van het land hebben beschadigd, zullen we maatregelen nemen. We zullen hun zeggen dat ze in de gaten worden gehouden.” Dat wekte de boosheid van organisaties voor de rechten van de mens die aanvoerden dat de tijd waarin Roemenen met de geheime dienst werden bedreigd, nu toch echt voorbij is. Ook de wijze waarop deze maand Ion Cristoiu, een van 's lands bekendste commentatoren, werd weggewerkt als hoofdredacteur van het blad Evenimentul Zilei - lezers presten hem tot opstappen nadat hij het had gewaagd kritiek op de regering te uiten - was niet verheffend.

Belangrijker echter is dat Ciorbea niet in staat is zijn verkiezingsbeloften in te lossen. De economie staat er nog slechter voor dan Ciorbea's voorganger, Nicolae Vacaroiu, had toegegeven. Zo was de inflatie vorig jaar niet dertig maar 57 procent en was de buitenlandse schuld niet zes miljard dollar maar met 10,9 miljard bijna twee keer zo groot.

Ciorbea beloofde bij zijn aantreden dat de Roemenen binnen 200 dagen een verbetering van hun situatie zouden merken; als die zou uitblijven, zou men hem mogen wegsturen. Die Gnadenfrist is nog niet voorbij, maar begin deze maand moest de regering al melden dat de beloften die door Ciorbea's Democratische Conventie (CDR) in de verkiezingscampagne zijn gedaan, moeten werden uitgesteld. Dat geldt voor de verlaging van de inkomstenbelasting en voor de stijging van sociale uitkeringen. Lonen worden nog maar voor 75 procent geïndexeerd en de kinderbijslag wordt niet als beloofd verdubbeld. De werkloosheidsuitkering - 18 gulden per maand - wordt dat overigens wel. De regering wil de belastingen als beloofd verlagen om de verpauperde bevolking tegemoet te komen, maar ook om iets te doen aan de zwarte en grijze sector in de economie: 45 procent van het BNP wordt in die sector verdiend en de schatkist loopt miljarden mis. Maar wanneer de belastingen omlaag gaan is nog niet duidelijk.

Voorlopig wordt alles alleen maar duurder: aardgas in januari vijftig procent, stroom driehonderd procent en benzine bijna honderd procent. Deze week werd benzine nog eens 53 procent duurder. Bovendien waarschuwde Ciorbea dat de broekriem nóg strakker moet, omdat radicale hervormingen niet langer kunnen worden uitgesteld. De werkloosheid, zes procent van de beroepsbevolking, zal stijgen door Ciorbea's ambitieuze privatiseringsprogramma: dit jaar moeten 3.600 staatsbedrijven worden geprivatiseerd; de onrendabele gaan dicht, waardoor 88.000 mensen werkloos raken. De regering geeft inmiddels eenderde van de staatsbegroting uit aan sociale uitkeringen.

De inflatie is in twee maanden opgelopen van 57 tot negentig procent op jaarbasis. De munt, de leu, verliest snel terrein: midden vorig jaar kostte een dollar 3.000 lei, in december 4.000, eind januari 5.000 en op 6 februari werd de barrère van 6.000 lei per dollar doorbroken. En de val gaat verder. Toch hoopt Ciorbea de inflatie dit jaar nog terug te dringen tot dertig procent op jaarbasis.

De inflatiebestrijding is een van Ciorbea's prioriteiten, naast die van de afschaffing van prijssubsidies. Een andere is het aantrekken van buitenlandse investeerders. Er is in Roemenië in zeven jaar maar voor twee miljard dollar geïnvesteerd (tegen 14 miljard in Hongarije, met minder dan half zoveel inwoners). Eén hinderpaal, het verbod op het bezit van grond door buitenlanders, is inmiddels geëlimineerd. Jarenlang hadden de ex-communisten, om het verwijt van 'uitverkoop' van het land aan buitenlanders te vermijden, dat verbod gehandhaafd; Ciorbea maakte er korte metten mee. Hij hoopt alleen dit jaar al op drie miljard dollar aan investeringen. Het blad România Libera opende prompt vreugdevol met een citaat van Britse zakenlieden dat Roemenië “na Polen de beste investeringsmarkt van de regio vormt”.

Ciorbea's erfenis is problematisch. Maar er zijn ook lichtpuntjes. Het eerste is het politieke krediet waarop hij nog teert: er wordt relatief weinig gemord. Daarnaast heeft hij het vertrouwen van het buitenland herwonnen. Het IMF zegde zijn vertrouwen in Boekarest een jaar geleden op, omdat Vacaroiu geen haast maakte met de hervormingen. Een krediet van 400 miljoen dollar werd bevroren. Ciorbea's programma heeft wel het fiat van het IMF; zijn regering krijgt die 400 miljoen alsnog. Ook de EU is welwillender: Jacques Santer, voorzitter van de Europese Commissie, heeft de EU, de Wereldbank, het IMF en de G-7 gevraagd Roemenië te hulp te komen en wil 83 miljoen dollar hulpgeld - bevroren ten tijde van het vorige bewind - deblokkeren.