Overdracht in het centrum van de wereld

Michael Yahuda: Hong Kong, China's challenge. Routledge, 171 blz. ƒ48,95

Frank Worsdale: Year of the ox. Mandarin, 485 blz. ƒ32,50

Voor de eerste keer in de geschiedenis draagt een westers en democratisch land een kolonie over aan een communistisch bolwerk. Op 1 juli verlaten de Britten Hongkong en wordt in de kroonkolonie de Chinese vlag gehesen. Dat stipje op de wereldkaart met zijn zes miljoen inwoners zal in de komende jaren met argusogen worden bekeken. Zal het autocratische China zijn belofte nakomen om de Hongkongse 'way of life', de vrijste economie ter wereld, vijftig jaar lang ongemoeid te laten?

China heeft zich het recht voorbehouden om in te grijpen in Hongkong. Als er onenigheid is tussen het bewind in Hongkong en de leiding in Beijing, heeft Beijing gelijk, zo staat in de afspraken die de Britten en de Chinezen hebben gemaakt over de hoofden van de Hongkongers heen. 'Na 1997 zullen we de mensen in Hongkong nog steeds toestaan om China verbaal aan te vallen, maar wat als ze hun woorden veranderen in daden, als ze proberen Hongkong te bekeren tot een broedplaats van oppositie tegen het moederland onder het voorwendsel van 'democratie'? Dan hebben we geen andere keuze dan te interveniëren', zo heeft Deng Xiaoping gezegd in 1987, toen hij nog de grote man was in China.

Deng, die persoonlijk nauw was betrokken bij de onderhandelingen met de Britten, wordt geciteerd in Hong Kong, China's challenge van de Britse politicoloog Michael Yahuda. Yahuda bekijkt de overdracht in zijn boek vanuit Chinees perspectief. Hij tracht de emoties en bedoelingen van de Chinese leiders te doorgronden.

Net als de 'way of life' zijn vele andere begrippen in de Brits-Chinese afspraken niet gedefinieerd, aldus Yahuda. Niemand weet wat precies betekent dat Hongkong 'een grote mate van autonomie' behoudt, zoals het in de Chinees-Britse Joint Declaration heet. In artikel 18 van de Basic Law, de nieuwe grondwet voor Hongkong, staat dat Beijing mag ingrijpen in geval van 'opschudding' (turmoil) in Hongkong zonder dat duidelijk is wat dat inhoudt.

Voor sommigen geeft die onduidelijkheid aanleiding tot het bedenken van zwarte scenario's. Frank Worsdale beschrijft in zijn beklemmende roman Year of the ox hoe de nieuwe leiding van China - mevrouw Zhang heeft Deng Xiaoping in zijn boek opgevolgd - precies weet wat ze wil met Hongkong. Om de schijn op te houden, wordt Jinsan (Gouden Berg), zoals de stad in het boek heet, precies honderd dagen met rust gelaten. 'Ik stel voor, kameraden, dat we honderd dagen vanaf de Britse vernedering de luie kapitalistische stommiteiten van onze mensen in Jinsan verdragen.

We zullen glimlachen en observeren', zegt Zhang. Daarna worden speldenprikken uitgedeeld. Op informeel, maar stevig aandringen van gezanten uit Beijing besluit de Chief Executive van Hongkong, de opvolger van de Britse gouverneur, de 'girlie-bars' te sluiten.

Opposanten van Beijing worden opgepakt. Om een koersval op de beurs te voorkomen - de Hang Seng-index is extreem gevoelig voor slecht nieuws uit China - stelt de partijleiding omvangrijke fondsen beschikbaar om aandelen op te kopen. Daarna zet China zwaarder geschut in (zelfs letterlijk) om de politieke controle over Hongkong in handen te krijgen en tegelijkertijd de economische vruchten te blijven plukken.

Heel knap schetst Worsdale in zijn boek zowel de brille van Hongkong, het soms oppervlakkige leven van de 'expatriates', het wantrouwen van de Chinezen jegens het verdorven, kapitalistische oord en de sluwe vasthoudendheid waarmee ze hun tactieken inzetten om de stad te beheersen. Het boek eindigt met een bloedbad in Hongkong dat herinneringen oproept aan het Tiananmen-plein in 1989. Deze vierde juni 1989 is namelijk een sleuteldatum geweest voor de overdracht, zowel vanuit Hongkong als vanuit China bezien. Voor de inwoners van Hongkong werd in één klap het vertrouwen in China weggevaagd dat was opgebouwd met de economische en politieke hervormingen. De massale protestdemonstraties in Hongkong maakten op hun beurt diepe indruk in Beijing. De Chinese leiders hadden Hongkong nodig als doorvoersluis voor handel en investeringen, maar zagen de stad ineens ook als broeinest voor subversieve politieke activiteiten.

Veel westerse zakenlieden menen dat het zwarte scenario van Worsdale onmogelijk is, omdat China nooit de kip met de gouden eieren zal slachten. Daarmee onderschatten zij echter het politieke belang dat Hongkong heeft voor China. In China wordt de overdracht beschouwd als een historisch moment.

Deng Xiaoping zou tijdens de onderhandelingen tegen Margaret Thatcher hebben gezegd dat de Hongkong cruciaal is voor het vertrouwen van het volk in de Chinese regering. Nationalisme is een van de weinige bindende krachten in het moderne China. De overdracht van Hongkong appelleert daar sterk aan. Tevens dient Hongkong als oefening voor een hereniging van Taiwan met het moederland. De leiding in Beijing hoopt vurig dat, als het model van 'één land, twee systemen' voor Hongkong werkt, ook Taiwan overstag zal gaan.

Er kan echter veel mis gaan, vooral omdat in China een fundamenteel onbegrip bestaat voor de Hongkongse maatschappij. Een vrije markteconomie is een wazig begrip voor de Chinese leiders. Het concept van de 'rule of law', dat aan de basis staat van het economische succes van Hongkong, is wezensvreemd voor China. Daar geldt de 'rule of man'. 'Als je iets niet begrijpt, weet je niet wat het waardevol maakt en is het moeilijk om het in stand te houden', waarschuwde Li Ruihuan, een van de kopstukken van de Chinese Communistische Partij in 1995. Het woord 'democratie' roept bovendien slechts achterdocht op in China.

Sommige Chinese leiders zijn er heilig van overtuigd dat de democratiseringsvoorstellen van Chris Patten, de laatste Britse gouverneur, slechts bedoeld zijn geweest om het Chinese politieke systeem te ondermijnen. Ook menen zij dat Londen de schatkist van Hongkong voor vertrek nog snel zou willen leegzuigen. Beijing heeft volgens Yahuda zelfs geprobeerd om druk uit te oefenen op de regering van John Major om Patten terug te roepen naar Londen. Maar dat mislukte. In een vanuit Beijing georkestreerde lastercampagne werd de gouverneur onder meer een hoer en een slang genoemd.

De Chinezen hechten niettemin grote waarde aan het slagen van de overdracht van Hongkong. Als het fout loopt, heeft dat gevolgen voor de hereniging met Taiwan en voor de hervormingen in eigen land. De conservatieven zullen dan terrein winnen op de hervormers. Als daardoor de economische groei vertraagt, dreigen nu nog sluimerende conflicten over de verdeling van de groei tot uitbarsting te komen. Bovendien appelleert de overdracht volgens Yahuda aan een nationale trots. China heeft eeuwenlang de blik naar binnen gekeerd. De Opiumoorlog uit 1841, die China dwong Hongkong af te staan aan de Britten, was de eerste confrontatie met het moderne westen. Sindsdien heeft het land geprobeerd om een plaats te vinden in de moderne wereld. Met het hernemen van de soevereiniteit over Hongkong denkt het Rijk van het Midden terug te zijn waar het volgens eigen zeggen hoort: in het centrum van de wereld.