Oliebollen in de brievenbus; De postorderkunst van de Enschedese School

Wie zou dat niet willen: ieder kwartaal een kunstsurprise per post thuis krijgen, verstuurd uit een oud schoolgebouw aan de Knalhutteweg in Enschede? Kunstenaarscollectief De Enschedese School stuurde tussen 1977 en 1982 boekjes, prenten, model-racewagens en artiestenserviezen naar 200 abonnees. De kunstwerken zijn nu te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Zelfmoord op verjaardag!, De Enschedese School. Stedelijk Museum, Amsterdam. In het najaar ook in Rijksmuseum Twenthe. Catalogus met bokking ƒ24,50. Cd's: Firstidiots met o.a. Tornado, Kewi's, Lovsky, Basta cd 30-9060-2, Kewis Komplete met Life is Like a Penguin en Terracotta Me Baby, Basta cd 30-9061-2

Het is een jaloersmakende tentoonstelling, het overzicht met werk van het kunstenaarscollectief De Enschedese School in het Stedelijk Museum Amsterdam. Niet dat het zaaltje met de stellingen vol Enschedese School-produkten er zo appetijtelijk uitziet: je waant je in een rommelige archiefruimte vol boekjes, prenten, grammofoonplaatjes, poppen en beeldjes.

Nee, het aantrekkelijke zit in het idee achter De Enschedese School. Al de uitgestalde voorwerpen zijn tussen 1977 en 1982 opgestuurd aan de ruim tweehonderd abonnees van De Enschedese School. Vier keer per jaar kregen zij een doos met een verrassing erin. Dat kon een grammofoonplaat zijn of een map met prenten. Een zelf te bouwen model-racewagen of het Artiesten Ontbijt Servies, een kop en schotel en een bordje waarop (onder het glazuur) verfresten zitten, alsof ze als palet gebruikt waren.

Wie zou dat niet willen: ieder kwartaal zo'n kunstsurprise per post thuis krijgen, verstuurd uit een oud schoolgebouw (De Ark) aan de Knalhutteweg 13 in Enschede? Dat was de werkplaats waar de pas aan de Akademie voor Kunst en Industrie (AKI) afgestudeerde kunstenaars Kees Maas, Willem Wisselink, Frans Oosterhof en Johan Visser samenwerkten. Oosterhof verzon de naam voor de collectief: De Enschedese School.

Ze wilden niet in hun eentje op een atelier werken in de vage hoop dat ze ooit misschien wel eens ontdekt zouden worden. In plaats van uitzicht op een uitkering (toen nog de beeldende-kunstenaarsregeling BKR) en eenzaam kunstenaarsverdriet, verzonnen ze wat anders. 'Moderne kunst per PTT' noemden ze hun uitgeverij van kunst-in-oplage. Ze gaven een blad met de naam van hun collectief uit, dat als een soort postordercatalogus dienst deed. “De grondgedachte was: we maken iets wat we zelf goed vinden. En dan moeten er altijd wel duizend idioten te vinden zijn die dat ook goed vinden”, vertelt Kees Maas, tegenwoordig grafiekuitgever en zeefdrukker in Amsterdam. Die gedachte werd ook weerspiegeld in de naam van het platenlabel dat De Enschedese School oprichtte: De 1000 Idioten Records.

De groepsleden beperkten zich niet tot één discipline. Toneelspelen, muziek maken, vormgeven, schilderen, filmen: op de AKI werd, onder andere door docent Geert Voskamp, gestimuleerd dat studenten zich daar allemaal mee bezig hielden. Deze brede, speelse aanpak werd door De Enschedese School-leden overgenomen.

Geen enkele kunstvorm was uitgesloten. “Waarom zou je je als kunstenaar beperken tot tekst of beeld, als een schreeuw of muziek soms beter werkt?

Dat principe onderschrijf ik nog steeds'', zegt Johan Visser, nu directeur van een vormgevingsbureau in Amsterdam.

Dat de leden van De Enschede School, die deels een opleiding in de vrije- en deels in de toegepaste kunst hadden gevolgd, weinig voelden voor een carrière in de serieuze kunst uit de jaren zeventig, is begrijpelijk. De heersende mode was de streng conceptuele kunst. Dat betekende dat ideeën de hoofdzaak waren. Voor een museumpresentatie wilden kunstenaars die ideeën nog wel eens schetsen of opschrijven. Dat leidde niet alleen tot kunst waaraan visueel weinig te beleven was, het leidde ook tot een steeds kleinere kring van liefhebbers als publiek.

Speelse, relativerende kunst gericht op publiek, was het antwoord van De Enschedese School. Bizarre ideeën en rare invallen werden zakelijk uitgewerkt en toegankelijk vormgegeven.

Dat was een bewuste keuze, zegt Johan Visser: “Wat wij maakten was bestemd voor de hele wereld. Zo bijzonder vonden wij wat we deden, en iedereen moest daar kennis van kunnen nemen.”

De publieksgerichtheid van de Enschedeërs geeft niet alleen hun werk, maar ook de expositie in het Stedelijk Museum een bijzonder karakter. Je ziet namelijk maar hoogst zelden hedendaagse kunst in een museum die daarvóór, tussen de produktie in het atelier en het tentoonstellen in het museum, bij mensen thuis heeft gehangen of gestaan. De meeste hedendaagse kunst in musea heeft in huiskamers geen functie gehad, en is daarvoor ook niet bedoeld. Het doel van een ambitieuze jonge kunstenaar is: hoe krijg ik zo snel mogelijk mijn werk in een serieus museum, of in het galeriecircuit dat vaak musea bedient. Daarna komen er wel kopers die ook wat in huis of kantoor nemen.

Bij deze expositie is het omgekeerd: de kunst ligt tijdelijk in het museum. Ze is door de oud-abonnees na een oproep in dagbladen opgestuurd voor de expositie, en gaat straks weer snel naar de mensen bij wie ze hoort. Aan de uitgestalde werken hangen dan ook kaartjes met daarop de namen van de inzenders.

Barbiepoppen

Veel van de 'produkten' van de Enschedese School zijn nu, als je ze afzonderlijk kritisch bekijkt, te flauw, of hebben te weinig om de hakken. Een blik met vier oliebollen, bijvoorbeeld.

Of een boekje met alleen kleurvellen, met een kaftje eromheen waarop 'De kleuren van de Enschedese School' staat. Er staan juweeltjes tegenover, zoals de mobile Oh, gevleugdelde verfkwast van Kees Maas, bestaande uit een kwast waaraan vogelvlerken gemonteerd kunnen worden. Of de Tableaux Litéraires. Daarin worden fragmenten uit de Nederlandse literatuur geïllustreerd met foto's van Barbiepoppen. Barbie en haar mannelijke tegenhanger Ken spelen onder meer scènes uit boeken van Oek de Jong en Gerard Reve na. De kleurenfoto's plus fragment werden in een mooi boekje aan de abonnees gezonden.

Kritiek op afzonderlijke werken, doet niet af aan de charme van het idee achter de Enschedese School. Toch zijn er twijfels. Kees Maas: “Ik vraag me wel eens af of we de kunst niet teveel gerelativeerd hebben. Als onze docenten ons meer liefde voor de kunst hadden bijgebracht en minder relativering, was het misschien anders gelopen. Nu heeft geen van ons uiteindelijk een gedegen kunstcarrière gekozen. We maakten bij de Enschedese School werk op het grensvlak van kunst, design en entertainment. Die brede aanpak leidde er uiteindelijk toe dat we te weinig de diepte van de kunst zochten. Het werd wat mij betreft teveel entertainment.”

De relativerende houding die het collectief had, zet zich voort tot in de catalogus bij de expositie in het Stedelijk: dat is een krant - bedoeld, zoals de volkwijsheid wil, om morgen de vis in te verpakken. Die vis levert De Enschedese School ook: een gepekelde bokking, niet geschikt voor consumptie, in plastic verpakt en bedoeld om heel lang te bewaren. Het is de Enschedese School in optima forma: vluchtige kunst bedoeld om lang te bewaren.

Van Agt Casanova

Het succes van de publieksgerichte aanpak is De Enschedese School uiteindelijk opgebroken, dat wil zeggen: vooral het succes van de muziekpoot van het collectief, die zich - commerciëel gezien - sneller ontwikkelde dan de beeldende kunst-poot.

Er waren voor de muziek namelijk al snel veel meer dan 1000 idioten te vinden waren die leuk vonden wat de leden van De Enschedese School ook leuk vonden. Het was de tijd van de punk, en de eerste plaat was deels een parodie, deels een echte punkplaat: Van Agt Casanova. Zanger Paul Hajenius 'Tornado' ageerde tegen de maatregelen die de toenmalige premier Van Agt tegen de pornobioscopen wilde nemen (”t Zuinig mondje gaat van kwekkwekkwekkwek!'). De plaat werd op de radio gedraaid, en er werden ruim vijfduizend exemplaren van verkocht. “We hebben de naam van de platenuitgeverij maar veranderd in Idiot Records, omdat het om meer dan duizend ging”, vertelt Johan Visser.

De Enschedese School-leden Kees Maas en Willem Wisselink vormden samen het muzikale duo de Kewi's. Ze namen in 1980 met een bandrecorder aan de Knalhutteweg een elpee op, die onlangs op cd is verschenen. The Kewi A GoGo Party, Life is Like a Penguin, Always Black and White is typische geniale-dillettanten muziek, met veel onnavolgbare loopjes op de gitaar en allerlei merkwaardige geluidseffecten.

Het resultaat van deze knutselmuziek is hartverscheurend en swingend. In het Nederlands, Duits, Frans en Engels zingen Maas en Wisselink liedjes als: 'Sie wünscht sich ein Kewi ins Bed. We don't do that. (-) Wir sind zwei Kerle, wir üben jeden Tag, nur die Sex is nicht dabei. Keine Problemen mit Sex. Abgeschworen.'

Het tekstboek bij de elpee was een nummer van het blad De Enschedese School, geïllustreerd door kunstenaars die meewerkten aan het collectief. Met de plaat vormt het het hoogtepunt van de geslaagde combinatie tussen de vrije, buitelende geest en de professionaliteit van De Enschedese School.

Het bescheiden succes van de plaat was mede het begin van het einde van het collectief. Of zoals Kees Maas het nu zegt: “We kregen veel te veel publiek.” De Kewi's moesten gaan optreden, zelfs op tournee in Duitsland.

De muziekproducenten binnen het collectief, Visser en Wisselink (de Wi uit de Kewi's) wilden zich meer toeleggen op het tijd opslokkende platen maken. De Kewi's kregen een platencontract bij een grote maatschappij voor een tweede plaat, die helemaal in het Engels werd gezongen. De tweede Kewi-elpee Terracotta Me klinkt gelikter en minder eigenzinnig dan de eerste. Voor Kees Maas was het aanleiding om te stoppen met de muziek.

De Enschedese School verhuisde in 1981 naar Amsterdam. Daar ontstonden, mede doordat Johan Visser voor de VPRO-radio ging werken, contacten met muzikanten als Fay Lovsky, Mathilde Santing en de band De Gigantjes, die hun platen met succes uitbrachten bij Idiot Records. Op de pas uitgekomen retrospectieve cd Firstidiots is een staalkaart van Idioten-muziek te horen, met onder andere Paul Tornado, de New Wavegroep De Suzannes, Kewi-muziek en reclamedeuntjes van Fay Lovsky, zoals het bekende 'Fijn voor de lijn' voor margarine-reclame en Jakob Klaasse's eindtune voor de VPRO-televisie.

De muziek-en beeldende-kunst-uitgeverij van het collectief splitsten zich: Wisselink en Visser gingen verder in de muziek, Maas en de later aangesloten kunstenaar Jan Dietvorst bekommerden zich om het blad De Enschedese School, waarvoor ze kunstenaars om bijdragen vroegen. Oosterhof was al afgehaakt bij de verhuizing naar Amsterdam. In 1982 verscheen het laatste nummer van het blad. Nu, ter gelegenheid van de expositie, volgt twintig jaar na de oprichting de officiële opheffing van het collectief. Vandaar dat de expositie Zelfmoord op verjaardag! heet. Kees Maas: “We hadden misschien al na dertig ideeën moeten stoppen. Het was op. Maar het besef dat je als kunstenaar de mensen ook iets moois moet bieden, dat heb ik nog steeds. Ik snap niet dat andere jonge kunstenaars niet als collectief ook zoiets proberen als wij gedaan hebben.”

    • Paul Steenhuis