Klerken en vlerken

In Nederland is sprake van een nieuwe bloei van het ondernemerschap. Het aantal beginnende ondernemers steeg tussen 1987 en 1994 met 60 procent naar 40.000 per jaar. Ook met de doorgroei gaat het goed. Een kwart van de na 1980 opgerichte middelgrote bedrijven heeft binnen tien jaar een omvang van vijfhonderd werknemers, zo blijkt uit onderzoek.

Leendert Bikker (34) is één van die starters. Zelf geeft hij de voorkeur aan de Angelsaksische term start up, omdat die beter de dynamiek en ambitie van de entrepreneur weergeeft. Bikkers communicatie-adviesbureau telt 60 medewerkers en groeit als kool. De honorariumomzet (gedeclareerde uren, exclusief kosten) steeg van 1995 op 1996 van 5,5 miljoen tot 8,4 miljoen gulden. Een groei van 50 procent.

Anders dan de meeste andere starters zeurt Bikker niet over geld. “Dat heb je niet nodig”, aldus Bikker in zijn modieus ingerichte kantoor in Rotterdam. Schuin tegenover de zithoek hangt een originele Andy Warhol uit 1980, voorstellende koningin Beatrix. “Je hebt opdrachten nodig”, vervolgt de entrepreneur, die zijn opleiding genoot aan de academie voor journalistiek te Kampen. “Mensen die je vertrouwen en werk gunnen.”

Hij weet nog precies wanneer hij voor zichzelf begon, namelijk op 15 maart 1989. Bikker had toen koud 7,5 maand een pr-baan bij de branchevereniging voor informatie-technologie (IT) COSSO, maar het werk noch het bedrijf vond hij interessant. Vastberaden stapte hij op de voorzitter van de vereniging, John van der Kuijl, af en deelde hem mee dat hij free lance wilde gaan werken. “Oké”, antwoordde Van der Kuijl tot Bikkers verrassing. “Dan begin je morgen!”

“Ik stuurde een briefje naar alle COSSO-leden”, zegt Bikker, “met de mededeling dat ik daar niet meer werkte, maar wel beschikbaar was.” Een verzoek dat in ruime mate werd gehonoreerd en niet door de minste opdrachtgevers. Behalve van Van der Kuijl (toen topman bij Cap Volmac), kreeg Bikker onder meer opdrachten van Jan Baan van Baan Company en Michiel Westermann van Roccade. Succesvolle software bedrijven die Bikker in hun kielzog meezogen. Voor de gemeente Rotterdam maakte hij een offerte van maar liefst 1,3 miljoen gulden voor het ontwikkelen van een communicatie-formule voor de Kop van Zuid. “Vreselijk veel geld”, zegt Bikker. “Ik heb het driemaal nagerekend”. Niettemin gunde het Rotterdamse Ontwikkelingsbedrijf hem de opdracht. “Dat gaf een geweldige impuls”, aldus Bikker. “Uiteindelijk heb ik nog niet de helft gefactureerd.

Dat is ook niet belangrijk. Het gaat om de opdracht.” De grote uitbesteders - bedrijven, ministeries, gemeenten - zouden een vast percentage van hun opdrachten aan start ups moeten gunnen, vindt hij. “Dat is wat de economie dynamiseert. Want waar vinden de nieuwe ontwikkelingen, de innovaties plaats? Bij de start ups!. Dit land heeft geld zat, maar banken en grote opdrachtgevers zijn vaak laf en spelen op safe.”

Het communicatiebedrijf van Bikker groeide uit tot drie “aan elkaar geluste” herenhuizen in Rotterdam en kantoren in Den Haag en Utrecht. Bikker heeft 76 procent van de aandelen. De rest is in handen van Bikker Partymij. Dat party slaat zowel op werkplezier als op participatiemaatschappij (van medewerkers). “Ik geloof niet in één eigenaar”, zegt Bikker. “Zo'n bedrijf als dit hoort van iedereen te zijn.”

Op tafel liggen de Amerikaanse magazines Fast Company en Inc. In maart gaat hij naar Harvard, waar hij zijn degree in bedrijfskunde hoopt te halen. Bikker heeft een GSM telefoon met Internet Access. Zijn zoontje van 12 leest de Daily Me, een virtueel magazine, dat is afgestemd op zijn interesse-profiel en ontwerpt 3 dimensionale auto's op casco's die hij van het Internet haalt. Bikker is kortom een man van de wereld. “Zappen op tv is al weer een archaïsche bezigheid”, zucht hij. “Ik voel me net een atleet die op zijn 34ste al over de top is, als ik kijk naar al die pas afgestudeerden die hier komen werken.” Op de hoogste verdieping van één van de drie herenhuizen werken vijf whizz kids in wat hij aanduidt als “nieuwe media lab”. “Dat aantal zal zeker verdubbelen”, aldus Bikker. “Wij moeten het communicatiebureau van de nieuwe generatie worden.”

“Pret, professie en pecunia”, zegt Bikker. “Daar gaat het om. Maar wel in die volgorde. Je moet eerst zorgen dat iedereen het naar zijn zin heeft en zich professioneel kan ontwikkelen. Dan komt het geld vanzelf.” Nederlanders waren volgens Bikker altijd mensen die hun verantwoordelijkheden wilden en durfden te pakken. Maar de overheid heeft dat in de loop van de jaren zeventig en tachtig flink ontmoedigd. “Ga maar eens bij de Kamer van Koophandel een starterspakket halen”, zegt Bikker. “Dat is cabaret! Die mensen weten van toeten nog blazen.”

En vol afschuw vertelt hij een anekdote over een onaangekondigd bezoek dat hij drie jaar geleden van de arbeidsinspectie kreeg. “Het was een schitterende dag in januari. De bomen hier voor de deur waren nog kaal. Ik kreeg een proces-verbaal wegens een overdosis aan zonlicht. Dat is niet goed voor uw medewerkers, zei die inspecteur. Alsof die dat niet zelf uit kunnen maken. Binnen drie maanden moest ik zonweringen hebben hangen, anders ging ik voor de bijl. Dat is toch de waanzin ten top!”.

De wereld volgens Bikker bestaat uit klerken en vlerken. Zelf rekent hij zich tot die laatste categorie. De Rotterdamse mentaliteit van: Niet zeuren. Just do it! De paradox is dat hij nu zelf tot de gevestigde orde behoort en volgens zijn eigen filosofie opdrachten moet “gunnen” aan anderen. “Dat doe ik ook”, zegt hij. “We werken veel met andere bureau's samen. En ik probeer zoveel mogelijk jonge mensen met nieuwe ideeën binnen te halen, die denken in de concepten van de huidige tijd. Om mij heen zie ik steeds meer mensen die hun eigen winkeltje pakken.”