Jiang Zemin: een overlever als overgangsfiguur

ROTTERDAM, 21 FEBR. President Jiang Zemin wordt al ruim zeven jaar beschreven als de 'harde kern' (hexin) van het Chinese leiderschap, maar pas met het definitieve heengaan van opperste leider in ruste Deng Xiaoping is de volledige uitoefening van zijn oppergezag begonnen.

Want hoewel Deng Xiaoping sinds 1992 geen openbare beleidsinitiatieven meer heeft genomen, staat zijn kantoor onder leiding van een militaire secretaris en zijn dochters zorgden ervoor dat er toch nog regelmatig discrete 'keizerlijke' instructies van de oude heer uitgingen. Deng bleef tot zijn dood de uiteindelijke bron en legitimator van het hoogste gezag - en dat is nu op Jiang Zemin overgegaan. Een nieuw tijdperk is aangebroken, waarin minder geciteerd zal worden uit de te elfder ure gepubliceerde 'Keur uit de Werken van Deng Xiaoping' en Jiang Zemin-leuzen steeds meer de ronde zullen doen.

Jiang Zemin is de afgelopen acht jaar - sinds hij in juni 1989 tijdens de nasleep van de militaire onderdrukking van de studentenrebellie plotseling tot het partijleiderschap werd geroepen - een taaie overlever gebleken. In de beginjaren is hij onderschat en vaak afgedaan als een tijdelijke stroman. Ook nu is zijn positie niet geheel geconsolideerd, maar hij is er de laatste jaren in geslaagd een netwerk van vertrouwelingen onder de topgeneraals te vormen, zijn vroegere luitenants uit Shanghai - waar hij burgemeester en partijsecretaris was - in sleutelposities in de centrale machtsorganen te installeren en een van zijn machtigste rivalen, de corrupte partijsecretaris van Peking, Chen Xitong, hardhandig uit de weg te ruimen.

Verder heeft Jiang het klaargespeeld om na de Chinees-Amerikaanse militaire spanningen rondom Taiwan in maart 1996 president Bill Clinton te overreden het Amerikaanse zig-zagbeleid van halfhartige confrontatie en engagement te vervangen door 'alomvattend engagement'. Later dit jaar zal hem de hoogste Amerikaanse eer bewezen worden: een staatsbezoek met gala-ontvangst op het Witte Huis. Voor Jiang is dit, behalve bevrediging van de Chinese obsessie met protocol, de kroon op China's internationale eerherstel na de Westerse sancties die volgden op het bloedbad in Peking in 1989.

Het bezoek moet een nieuw tijdperk van vreedzame coexistentie inluiden tussen landen met verschillende systemen, de meest evangelistische democratie en de laatste belangrijke communistische dictatuur. Jiangs politieke koers is er een van conservatisme en gematigd reformisme. Hij heeft de belofte die hij tijdens zijn eerste persconferentie in september 1989 deed volledig gestandgedaan. Hij zei toen dat zijn twee voorgangers als partijleider en 'kroonprins' van Deng Xiaoping, Hu Yaobang en Zhao Ziyang, hun banen verloren hadden omdat zij te veel aandacht aan hervormingen en opening hadden besteed en te weinig aan de strijd tegen bourgeois-liberalisering. Hij, Jiang, wilde zijn baan houden en zou niet dezelfde fout maken. Hij heeft inderdaad de hervormingen afgeremd, vooral na 1994, en draconisch gestreden tegen 'bourgeois-liberalisering'.

De repressie is zodanig geweest dat China's dissidentengemeenschap geheel in de gevangenis zit of het land ontvlucht is. Niettemin zijn tegelijkertijd de sociale en economische vrijheden voor de gemiddelde Chinees aanzienlijk toegenomen, zodanig dat de partij irrelevant is geworden voor de samenleving en zich nog voornamelijk met haar eigen interne gezondheid bezighoudt.

Banen heeft Jiang er steeds bij gekregen. In november 1989 volgde hij Deng Xiaoping op als voorzitter van de Centrale Militaire Commissie. In 1993 werd hij tevens staatshoofd, hetgeen hem een accumulatie van titels bezorgde die zelfs Mao Zedong niet heeft gekend, laat staan Deng Xiaoping. Dat alles is Jiang nog steeds niet genoeg, want hij is druk bezig met manoeuvres om op het partijcongres van komend najaar het partijvoorzitterschap opnieuw in te stellen. Voor hemzelf, wel te verstaan. Bovendien wil hij de functie van secretaris-generaal overdragen aan een jongere apparatsjik. Deng Xiaoping bekleedde die functie onder Mao Zedong van 1954 tot zijn val in 1966. Deng schafte in 1980 het partijvoorzitterschap af, hetgeen de functie van secretaris-generaal tot de hoogste in de formele hiërarchie maakte. Of Jiang zijn plan kan doordrijven, staat nog te bezien.

De belangrijkste vraag is of, nu Deng er niet meer is, de liberalen in de partij op Jiangs voorspraak opnieuw kunnen gedijen en uit de schulp kunnen kruipen waarin zij sinds 1989 gezeten hebben. Ten minste twee leden van de hoogste partijtop, de voorzitter van het Nationale Volkscongres, Qiao Shi (73), en de voorzitter van de Raadgevende Volksconferentie, Li Ruihuan (62), zijn voorstanders van politieke hervormingen. Die moeten de politieke procedures meer in overeenstemming brengen met de eisen van de groeiende markteconomie en de steeds pluralistischere samenleving. Maar of Jiang Zemin daarvoor de vereiste visie, politieke moed en macht heeft, wordt algemeen betwijfeld. De conservatieve meerderheid beschouwt elke verandering als een bedreiging voor stabiliteit en economische groei. De universele logica dat economische modernisering zonder politieke liberalisering vroeg of laat vastloopt, heeft China steeds genegeerd. En het ziet er vooralsnog niet naar uit dat Jiang nieuwe initiatieven zal ontplooien. Wellicht zal hij toch niet meer zijn dan een overgangsfiguur van het Deng-tijdperk naar een nieuwe periode van alomvattende modernisering.