Hollandse decadentie

Is er met de laatste jaren van de twintigste eeuw een periode van culturele decadentie en verval aangebroken? Toen we in 1990 de laatste bocht naar de eindstreep van de eeuw ingingen, hoorde je ineens overal de voorspelling dat het Westen overspoeld zou raken door een golf van fin-de-siècle paniek. Na het idealisme van de jaren zeventig en het materialisme van tachtig zouden de jaren negentig geregeerd worden door Angst, excessen, ziekelijke verfijning en levensmoeheid.

De schijnbaar exponentiële toename van aids, die meer slachtoffers eiste in de kunstwereld dan in andere milieus, leek inderdaad in die richting te wijzen. Ook de intensiteit waarmee de culturele reacties op de Holocaust werden bestudeerd paste in het beeld van een terminale vertwijfeling. Beide ontwikkelingen werden echter al weer snel opgenomen door de culturele hoofdstroom. Aids-hulp moet - nu de voorspellingen voor een wereldwijde decimering goddank niet lijken uit te komen - om financiële middelen concurreren met 'gewone' instellingen die zich inzetten voor hulp aan tbc- en hartpatiënten. En het onderzoeksgebied dat Holocaust Studies heetis, godbetert, ingeburgerd zelfs in de meest behoudende provincies van deacademische wereld.De vooraanstaande Hollands-Amerikaanse kunsthistorica Petra ten Doesschate werd een paar jaar geleden gevraagd het wetenschappelijke programma in elkaar te zetten van de jaarvergadering 1997 van de Amerikaanse Vereniging van Kunsthistorici en Docerende Kunstenaars, de CAA of College Art Association. Zij koos als thema 'Decadence', verval, en dat leek toen een schot in de roos. Het jaarlijks symposium van de CAA is het grootste evenement in zijn soort. De vereniging telt ongeveer 15.000 leden (allemaal beroepshalve bezig met kunst en kunstgeschiedenis), en van 12 tot 15 februari kwamen er in New York, waar het festijn ditmaal gehouden werd, 4.500 van hen bijeen.

Tijdens de voorbereidingen wees het bestuur erop dat 'Decadence' een veel te negatief begrip was en potentiële deelnemers zou afschrikken. Het werd genuanceerd tot 'Decadence and Renaiscence in Art History', verval en herleving in de kunstgeschiedenis. 'New York', zo schreef Ten Doesschate, 'met zijn eigen historie van verval en herleving, lijkt de juiste plek om te mediteren over het nieuwe millennium en alles wat daarmee samenhangt zoals de aard van de tijd, einde en begin, decadentie en opbloei.' Maar zelfs deze gematigde evocatie stond ver af van de sfeer op de bijeenkomst. Op 13 februari bereikte de Dow-Jones Index de 7000, en New-Yorkers - onder wie zelfs enige kunsthistorici - maakten zich drukker om een mogelijke koersval dan om verval.

Op 14 februari hield de CAA geen zwarte mis en geen panseksuele orgie maar een Valentijnsfeest waar, zo werd mij verteld, slechts onschuldig werd geflirt. Is dit hoe wij ons behoren te gedragen, slechts 1050 dagen verwijderd van het apocalytische jaar 2000? (Deze becijfering heb ik van de aftellende Millenium Clock op Seventh Avenue en 34th Street, die wordt gesponsord door Pizza Hut, Kentucky Fried Chicken en elf andere cafetaria-ketens die het derde millenium met bewonderenswaardig zelfvertrouwen tegemoet zien.)Een onbedrukte stemming heerste ook tijdens het kunsthistorisch onderdeel in het New York Hilton Hotel.

De referaten waren conservatiever in hun methodologie en conclusies dan tijdens andere recente bijeenkomsten. Zelfs de sessie 'In/versions, Sub/versions, Per/versions: New Versions of the Past', een titel die nog een beetje ruikt naar het begin van de jaren negentig, ging over een tam onderwerp,namelijk de manieren waarop nieuwe kunst omkijkt naar oudere kunst. Ik vond slechts één panel dat het verval van de huidige maatschappij aan de orde stelde: 'Consuming Art in an Age of Corporate Decadence'. De voorzitter ervan sprak bezorgdheid uit over de onafhankelijkheid van kunst in een tijd waarin 'Cindy Sherman haar eigen image gebrukt om de kleren van Comme des Garçons aan de man te brengen (-) [en] Benetton museale tentoonstellingen ondersteunt waarin de eigen advertenties van het bedrijf als kunstwerken worden aangeprezen'. Als dat het ergste is aan verval en verdorvenheid, dan heeft Kentucky Fried Chikcken vooralsnog niets te duchten van de cultuur.

Ik wil hiermee niets geringschattend gezegd hebben over de kwaliteit van deze CAA bijeenkomst. Die stond op een hoog peil en was een triomf voor een Nederlandse kunsthistorica die (jaren geleden) in Amerika ging wonen. Wat ik wel voelde, was dat wat er wel in onze cultuur aan decadentie aanwezig is, eerder verdoezeld werd dan besproken. Wijlen Hans Jaffé zei me eens dat we in een decadente tijd leven maar dat niet beseffen. Wat hij daar ook mee bedoeld mag hebben, ook Petra ten Doesschate kon geen noemenswaardig verval in onze cultuur bespeuren. Zoveel te beter, denk ik dan maar.