Hoe Porky de Post redde

Katharine Graham: Personal History. Alfred A. Knopf, 642 blz. ƒ62,90

Als we Katharine Graham mogen geloven, ging het allemaal per ongeluk.

Ze was een verlegen, onzekere, onervaren vrouw toen ze in 1963 aan de top van The Washington Post Company kwam te staan. Haar man Phil had zelfmoord gepleegd en omdat haar vader het bedrijf had grootgemaakt was het een logische keuze dat zij het roer overnam. 'Ik was zo gehecht aan de krant en wilde hem zo graag in de familie houden, dat ik vond dat ik er het beste van moest zien te maken, ondanks mijn gebrek aan kennis en mijn onzekerheid', schrijft ze in haar autobiografie Personal History. Graham wist niets van het bedrijfsleven en maar weinig van media. Ze was als de dood.

Maar ze was bereid te leren en ze had enkele ervaren collega's die zeer loyaal waren tegenover haar familie en altijd hoge achting hadden gehad voor haar echtgenoot. Kay, zoals ze werd genoemd, sloeg zich erdoor en leerde langzaam maar zeker het vak. Niet alleen ontwikkelde ze zich tot een machtige, zeer gerespecteerde vakvrouw maar ze onderging ook een gedaantewisseling. Ze ontworstelde zich aan de gevoelens van onzekerheid en minderwaardigheid die haar al haar hele leven parten hadden gespeeld.

Personal History vertelt dan ook meer dan één verhaal. Het boek gaat over een vrouw die carrière maakt in de twintigste eeuw, over iemand die haar eigen tekortkomingen overwint, over de groei en het succes van The Washington Post, en natuurlijk over Katharine Graham, de opvallende, inmiddels zeer gerespecteerde grand old lady van de Amerikaanse krantenwereld.

Katharine Graham werd geboren in 1917 als dochter van Agnes Ernst en Eugene Meyer. Haar vader was een vermogend bankier, die op Wall Street een fortuin had verdiend. Hij stond bekend als een zeer goed geïnformeerd belegger, die als een van de eersten begreep hoe belangrijk fundamentele research voor een belegger is. Haar moeder, Agnes Ernst, kwam uit een aan lager wal geraakt en vaderloos gezin. Katharine's moeder had al vroeg in haar eigen levensonderhoud moeten voorzien. Kwam het daardoor dat ze zo egoïstisch was? En dat ze zo idolaat kon zijn van krachtige, mannelijke figuren?

Graham is kritisch over haar moeder, die enkele jaren in Washington ging wonen terwijl ze haar vier kleine kinderen bij gouvernantes achterliet. Ze herinnert zich dat haar moeder wel eens lachend vertelde dat Katharine als jong meisje voorstelde afspraken te maken met haar moeder, want ze zag haar zo zelden. Uit het verhaal van Graham komt een nogal hardvochtig mens naar voren. Haar vader aanbad ze en hij interesseerde zich voor haar loopbaan, vooral toen ze interesse bleek te krijgen voor het krantenvak. Meyer nam in 1933 The Washington Post over, destijds een zieltogend krantje met een oplage van iets meer dan honderdduizend. Het was het resultaat van spannende maanden die het gehele gezin Meyer beheersten. De opwinding in huis over de overname heeft op Kay Meyer kennelijk indruk gemaakt.

Na haar studie kwam ze bij The Washington Post terecht en stortte zich in het uitgaansleven van Washington, waar ze Phil Graham leerde kennen. De twee trouwden al snel. Graham kwam bij de Post werken en schopte het in recordtijd tot uitgever van het bedrijf. Ernst Meyer had alle vertrouwen in hem en trok zich langzaam terug. Katharine Graham vertelt hoe haar briljante, wispelturige man haar veel leerde, maar ook kleineerde. Ze kreeg vier kinderen van hem, maar naarmate de tijd vorderde werd ze steeds onzekerder. Graham sarde haar, vernederde haar waar anderen bij waren en noemde haar, toen ze al enkele kinderen had gehad, 'Porky'. 'Ik was het doelwit van familiegrapjes. Vreemd genoeg was ik zo verkikkerd op hem dat ik me niet eens realiseerde wat er gebeurde en het gewoon meespeelde', schrijft ze.

Graham was zeer dominant, succesvol, invloedrijk maar ook een keiharde zakenman. Hij leidde The Washington Post Company, inmiddels behalve een krant ook eigenaar van twee tv-stations en het blad Newsweek. Graham had contacten op het hoogste politieke niveau: voor president Kennedy was hij actief in internationaal verband, voor diens opvolger Johnson schreef hij speeches.

Vanaf 1957 leed Graham echter aan zware depressies, waarvoor hij psychiatrische hulp zocht. Dat Graham manisch depressief was, hoorde zijn vrouw - die geen goed woord voor de psychiater over heeft - pas jaren later.

Zijn depressies waren cyclisch en werden afgewisseld door periodes van uitbundigheid. Al gauw was Graham zo ver heen dat vrienden en bekenden hem begonnen te mijden, mede omdat hij er een vriendin op na ging houden. Opnieuw belandde hij in een depressie en smeekte Kay hem terug te nemen. Ze stemde daarmee in, maar eenmaal weer thuis pleegde hij zelfmoord.

Zo stond Katharine Graham op 46-jarige leeftijd opeens aan het hoofd van het bedrijf, of ze wilde of niet. Ze kon het niet alleen en ze geeft dat eerlijk toe. Ze vond echter goede adviseurs, aan wie ze zich in haar boek zeer dankbaar toont. Een van haar steunpilaren bij de krant werd de flamboyante hoofdredacteur Ben Bradlee. Bradlee schreef in zijn twee jaar geleden verschenen autobiografie A Good Life met ontzag en sympathie over Kay. 'Een dame met lef' noemde hij haar. Als team beleefden ze begin jaren zeventig de publicatie van de Pentagon Papers, het Watergate-schandaal, en een bijna rampzalige, maandenlange staking bij de Washington Post.

Ook voor wie Bradlee's boek over dezelfde periode al kent, is het interessant om Grahams kant van het verhaal te lezen. De publicatie van de geheime Pentagon Papers over de Vietnam-oorlog en de onthullingen door The Post in het Watergate-schandaal waren majeure botsingen tussen de pers en de regering van president Richard Nixon. In beide gevallen toonden Nixon en de zijnen grote minachting voor de pers, en in beide gevallen behaalde de pers uiteindelijk de overwinning door een knock-out die nog altijd naklinkt.

Graham was een rots in de branding en durfde, ondanks haar onzekerheid en twijfel op cruciale momenten, in te gaan tegen haar te behoedzame adviseurs.

Ze beschrijft hoe moeilijk het was om te besluiten de Pentagon Papers te publiceren - Nixon beschouwde het als landverraad - maar het was ook een fantastische generale repetitie voor Watergate. Alles waar de krant voor stond werd op de proef gesteld, toen de verslaggevers Woodward en Bernstein stap voor stap de betrokkenheid van het Witte Huis bij het Watergate-schandaal blootlegden.

Later volgde een harde staking van de drukkers, die na jarenlang in de watten te zijn gelegd dachten dat ze de Post in hun zak hadden. Hun wereldvreemde aanvoerders schatten de situatie verkeerd in en de bond leed een zware nederlaag. Graham bleef opnieuw overeind en werd steeds beter in haar vak en in het kiezen van nog betere adviseurs, zoals Warren Buffett, die de Post in de eerste jaren na de beursgang begeleidde en goed bevriend raakte met Graham.

Ze vond het in 1979 welletjes en deed haar baan als uitgever over aan Don Graham, een van haar vier kinderen.

Katharine Graham zorgde ervoor dat The Washington Post van een plaatselijke krant veranderde in een internationaal gerenommeerd dagblad. Newsweek is in dezelfde tijd de gelijke van Time geworden. Ten slotte schreef ze een onthullende, zeer persoonlijke autobiografie die zeshonderd pagina's lang boeit. Graham heeft het allemaal niet alleen gedaan, maar ze heeft wel op alles haar onuitwisbare stempel gedrukt.