Gheorghiu en Alagna wel aardig operapaar

Concert: Angela Gheorghiu (sopraan), Roberto Alagna (tenor) en het Nationaal Symfonie orkest o.l.v. Bertrand de Billy. Programma: operamuziek van Verdi, Donizetti, Gounod, Mascagni, Catalani en Bizet. Gehoord: 20/2 Concertgebouw Amsterdam.

Gearmd als een bruidspaar op weg naar het altaar betrad het zangerspaar Angela Gheorghiu en Roberto Alagna gisteravond de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw voor een benefietconcert ten bate van de stichting Day by Day, die de leukemie bestrijdt. Zij (Roemeense) en hij (van Frans-Siciliaanse afkomst) vormen privé een jong liefdespaar waarvan zij ook in het openbaar telkens opnieuw blijk geven. Het is, naast hun vocale capaciteiten, een belangrijke basis voor hun internationale succes, dat in Londen opbloeide. Ze maakten solo- en duetplaten, hij zong in de Don Carlo-opname van Pappano, zij in een Traviata-opname van Solti.

Het programma van hun Amsterdamse debuut was mager: vier aria's en vier duetten, vaak uit opera's die veeleisender nummers bevatten dan hier werden vertolkt. Bij Parigi o' cara uit La Traviata verlangt men toch meer naar E strano. En bij Tombe degli avi uit Lucia di Lammermoor haakt men naar de waanzinscène die voorafgaat aan deze vertwijfelde aria, door Alagna zonder enig innerlijk wringen gezongen. Ook L'Elisir d'amore en Carmen bieden interessantere nummers dan Una parola en Parlez moi de ma mère. Dat laatste, als slot gezongen, is wel het allerbraafste aller duetten.

Bij de onderlinge vergelijking wint Gheorgiu met voorsprong. Zij heeft een mooie stem, nogal gevoileerd in de laagte, helder in de hoogte en ze is in staat tot een enkele topnoot. Haar Ebben, ne andrò lontano miste door een weinig constante ademsteun het eindeloze legato en verliep in een serie uithalen. Alagna produceert een krachtig volume in - stilistisch gezien - soms al te lang aangehouden noten en heeft een nogal ruig timbre dat soms wel past, maar mij meestal wegens de raffinementloze, saaie eenvormigheid niet epateert.

Bij elkaar is het wel aardig en sympathiek, maar zij is zeker geen tweede Sutherland, zoals men bij vluchtige lezing van het programmaboek zou kunnen denken en hij is geen zoetgevooisde potentiële opvolger van Pavarotti, absoluut geen nieuwe 'Koning van de hoge C's'. Dirigent Bertrand de Billy en het orkest van Hilversumse omroepmusici kwamen tot een redelijke begeleiding.

Het publiek was tevreden en er waren drie toegiften: het operette-achtige Muzika van de Roemeen Grigoriu, het krachtpatserig gezongen Tu ca nun chiagma van Ernesto de Curtis en - eindelijk - Puccini: O soave fanciulla uit La bohème. Opvallend was dat het duet Una parola een flinke ruzie behelst en dat de met zoveel uiterlijk liefdesvertoon gezongen duetten uit La Traviata, Carmen en La bohème juist operaparen betreft waarmee het niet goed afloopt.

    • Kasper Jansen