Festival Berlijn biedt voor elk wat wils

BERLIJN, 21 FEBR. “Bestaat Chris Marker wel echt?”, vroeg actrice Catherine Belkhodja zich hardop af, toen zij op de Filmfestspiele in Berlijn de internationale première van Markers nieuwste werk, Level 5, inleidde.

De discrete Franse regisseur zelf schitterde in de Duitse hoofdstad, zoals immer, door afwezigheid. In Level 5, het verhaal van een vrouw die met behulp van een computer de Amerikaanse inname van het Japanse eiland Okinawa in 1945 poogt te reconstrueren, wekt Belkhodja de indruk grote delen van haar monoloog zelf te hebben opgenomen: af en toe zie je haar met een afstandsbediening de scherpte en de beeldafstand instellen.

Level 5 is een vreemde, verwarrende film. Aan de ene kant het verhaal van een vrouw die thuis, in peignoir, geheel in beslag lijkt genomen door de wereld van Internet. En aan de andere kant de gruwelijke geschiedenis van duizenden Japanners die bij de Amerikaanse invasie meenden voor zelfmoord te moeten kiezen, cq. die aan hun naasten op te leggen. Een overlevende, Shigiaki Kinjo, vertelt hoe hij met zijn oudere broer zijn moeder en zijn jongere zusje had doodgeknuppeld, uit liefde.

Zoals vaker lijkt Chris Marker voor zijn nieuwste film een unieke vorm te hebben gezocht die paste bij wat hij wilde vertellen. Level 5 is speelfilm noch documentaire, meer een evocatie van de eenzaamheid van het virtuele bestaan, een aanklacht misschien ook. Toch is Marker niet helemaal ontsnapt aan een euvel waaraan veel films lijden, waarvan de makers gefascineerd zijn door Internet en cd-Rom. Het is voor de bioscoopganger altijd frustrerend dat hij niet zelf iets kan aanklikken - omdat het door de filmmaker al voor hem wordt gedaan. Level 5 smeekt dus om op cd-rom te worden uitgebracht, wat Marker naar verluidt ook inderdaad van plan is.

Een van de aardige dingen van het Berlijnse filmfestival is, dat er zo'n grote verscheidenheid aan films te zien is. Naast de hoogst-intellectuele Marker zijn soms zeer commerciële publieksfilms te zien. En voor het meer 'ongeregelde' werk is er het Forum-gedeelte, eigenlijk bedoeld voor jonge filmers, maar niet zo recht in de leer dat Johan van der Keukens Amsterdam, Global Village er niet een groot succes is.

Hollywood lijkt Berlijn vooral te gebruiken voor de Europese lancering van speelfilms die in de Verenigde Staten al een zeker succes hebben gekend: The People vs. Larry Flynt, Mars Attacks. Een belangrijke uitzondering vormt Rosewood van John Singleton, dat nog voor zijn Amerikaanse bioscooproulatie in Berlijn te zien was. De film is gebaseerd op historische feiten: Rosewood is de naam van een door zwarten bewoond dorpje in Florida, dat in 1923 geheel werd verwoest door de inwoners van een naburig blank dorp, die onder de bewoners een pogrom aanrichtten.

De producenten hadden de rechten op dit verhaal, opgediept door een onderzoeksjournalist, al een aantal jaren in huis, en hun keuze voor de zwarte regisseur John Singleton is een zeer gelukkige gebleken. Singleton, die eerder bekendheid verwierf met Boys'n the hood, begint met een langdurige, welhaast saaie uiteenzetting over het leven ter plaatse.

Na dit rustige begin komt de eigenlijke pogrom buitengewoon schokkend over. Een blanke vrouw die door een (blanke) minnaar is afgetuigd, probeert haar overspel te verbergen door te zeggen dat zij door een zwarte onbekende is overmeesterd. Dan ontwikkelt zich bij de blanke mannen een stemming, die zich uit in veel drinken, schieten en lynchen. Singleton laat meedogenloos het feestelijk karakter van de, enkele dagen aanhoudende, moordpartijen zien.

John Voight staat als eerste ster op de affiche van Rosewood, maar de eigenlijker ster is Ving Rhames, die overtuigend een soort zwarte John Wayne speelt, die er in slaagt enkele vrouwen en kinderen uit de slachtpartij te redden. Wat de film mijns insziens definitief tot een meesterwerk maakt, is dat Singelton ook laat zien hoe de furie weer wegebt. Opeens is er een dag waarop iedereen zich afvraagt waar hij mee bezig is, probeert het gebeurde zo snel mogelijk te vergeten en het grote zwijgen intreedt. Het is dat een heel dorp is uitgeroeid en verwoest - verder wijst alles alleen maar op sloomheid en vriendelijkheid. Het is deze schets van onderhuidse gewelddadigheid in een maatschappij, die Rosewood uittilt boven de schildering van raciale spanningen in het zuiden van de VS alleen.

Groot nieuws: van de Russische documentairemaker Viktor Kossakovski, wiens Bjelovi in 1993 alle andere films op de IDFA wegvaagde, is in Berlijn een nieuwe film te zien: Sreda (woensdag). Sreda is een portret van stedelingen, heel anders dus dan Bjelovi dat het verregaande morele en alcoholische verval op het Russische platteland als onderwerp had. Zijn verwoestend gevoel voor humor heeft Kossakovski echter zeker niet verlaten, en Sreda is, als je mij vraagt, de leukste documentaire uit Rusland sinds Bjelovi.