Ethische dilemma's

Iedere criticus kan naar willekeur ieder televisieprogramma, iedere film, ieder boek zo belachelijk mogelijk maken, of van een beschrijving en oordeel voorzien waardoor je denkt: een meesterwerk. De mensen behandelen elkaar onderling ook op dergelijke manieren, d.w.z. A doet het met B als B er niet bij is, en omgekeerd, maar dan wordt het geen kritiek genoemd. Dan is het roddel of verdachte ophemelarij. Kritiek, roddel en ophemelarij hebben hun bestaan te danken aan hun oncontroleerbaarheid.

De besprokene is er niet bij, het bekritiseerde ver weg, alles is ver weg en mede daardoor klopt er zelden iets van. Soms merk je later dat je zelf degene bent op wie men haar/zijn krachten heeft geprobeerd. Dan is het te laat; hoewel ik er voorstander van ben, ook dan nog iets terug te doen.

In de filmkritiek is het jaren de gewoonte geweest, op andermans kosten zo leuk mogelijk te zijn. Nog gemakkelijker omdat de criticus in dit geval in zijn paar honderd woorden alleen maar een samenvatting hoeft te geven van anderhalf tot twee uur aaneenschakeling van beelden en tekst.

Tegenover het beschrijvende woord is het beeld bij zijn afwezigheid toch al weerloos. Je kunt al zonder moeite het vendel van Frans Banning Cocq beschrijven als een gezelschap deftige heren van wie er een paar een dreigende houding proberen aan te nemen, en dan weten de meeste mensen wel dat hier de Nachtwacht wordt bedoeld. Dit is dan nog een statisch beeld dat in 355 jaar niet is veranderd en waarvan de kinderen op school leren dat het een meesterwerk is. Hoe gecompliceerd en tegelijkertijd weerloos is daarbij vergeleken iedere speelfilm, met zijn dialogen, intrige, tientallen gezichten die weer in tientallen uitdrukkingen aan de toeschouwer verschijnen. Moeten we zo'n resultaat van hoop en inspanning opofferen aan onze behoefte om een halve minuut leuk te worden gevonden?

Ethisch dilemma. Je hebt tegenwoordig cursussen waar je tegen betaling van een gulden of duizend wordt geleerd hoe je zoiets moet oplossen.

Nu mijn praktijk. Deze week beleeft de film The English Patient zijn Nederlandse première. In Amerika draait hij allang, en ook al omdat hij voor twaalf Oscars is genomineerd, werd ik, in New York zijnde, er door mijn chef heengestuurd voor een voorbeschouwing. Vier jaar heeft de regisseur Athony Minghella eraan gewerkt, drie uur heb ik in de bioscoop gezeten. Murw kwam ik eruit. Voortdurend had ik me ziten afvragen waar het over ging.

Liefdesgeschiedenissen en oorlog, dat was duidelijk want er ontplofte vaak iets en er werd ook romantisch met elkaar omgegaan. Eén van de liefdes vindt een voorlopige voltooiing in een auto die door een zandstorm in de Egyptische woestijn niet verder kan.

Dan wordt Tobroek door de Duitsers veroverd. Bij een verhoor wordt een Britse spion die niet wil bekennen, beide duimen afgesneden. Twee vliegtuigen, mooie tweedekkertjes die door een archeologische expeditie worden gebruikt, storten neer. Eén van de helden raakt daarbij tot het onherkenbare verbrand. De aan zijn geheugen ontleende flashbacks vormen een deel van het verhaal. Naarmate dit zich verder ontwikkelde wist ik minder raad. Italië wordt bevrijd. Ik had gehoopt op Monte Cassino, Napels, B-25's, alles wat Catch 22 (Joseph Heller) en De Huid (Curzio Malaparte) zo onmetelijk genietbaar maakt. Ik zag niets anders dan Brits liefdewerk. Het zal aan mij liggen.

Zo ontstonden er van lieverlee drie ethische dilemma's. Het eerste heb ik al beschreven: mag men een poging doen om een paar minuten leuk te zijn op kosten van iemand die vier jaar aan een film van drie uur heeft gewerkt?

Nee. Ten tweede: als je naar een film van die lengte zit te kijken, terwijl je na een uur al weet dat die niet aan jou is besteed, is het dan geoorloofd weg te lopen? Hoe dit dilemma wordt opgelost is afhankelijk van de ernst waarmee je de opdracht opvat. Over het algemeen lijkt me dat je niet halverwege een voorstelling weg mag lopen, tenzij je een persoonlijke rekening te vereffenen hebt. En werk blijft werk, hoe bitter het einde ook mag zijn. In deze zin heb ik beide laatste dilemma's opgelost. Ik weet dus hoe het met The English Patient afloopt. Om het bezoek aan de film niet te beïnvloeden zal ik het geheim houden.

P.S. Ik betwijfelde in een vorig stukje of Bloems 'Domweg gelukkig in de Dapperstraat' in het Engels vertaald kon worden. Het is gedaan, door James Brockway: The city grime, one grey and drizzly morning / Blissfully happy, drenched in Dapper Street.

    • H.J.A.Hofland