En de burgers dronken door

Edward Behr: Prohibition. Thirteen years that changed America. 262 blz. ƒ56,-

Het verbieden van voedings- en genotmiddelen is een beproefd middel om macht uit te oefenen, zowel in religieuze als in wereldse systemen. Het begon met de appelboom in het paradijs en via de spijswetten en de opiumwet zijn we tegenwoordig verwikkeld in een (Europese) machtsstrijd om de definitie van de drugswetten.

Het feit dat de troostende aard van de verboden middelen constant uitlokt tot overtreding van de wetten, maakt de wetten tot machtsmiddel voor de heersers. Overtreding maakt de burger schuldig en schuld maakt bang en gewillig. Maar als de heerser niet voldoende macht heeft om zijn wet te handhaven, kan deze hele theorie zich tegen hem keren. Iets dergelijks gebeurde tussen 1920 en 1933 in de VS. In zijn boek Prohibition. Thirteen years that changed America beschrijft de Engelse schrijver Edward Behr de voornamelijk desastreuze effecten die de 'drooglegging' daar had.

Waar in onze tijd de hasj (hennep), coke en heroïne uitverkoren zijn als doelwit voor een 'war on drugs', was dat in het begin van deze eeuw in de VS de alcohol. Opiaten waren nog gewone geneesmiddelen en hennep een veelgebruikte grondstof voor touw en andere producten - maar alcohol, daar werd een kruistocht tegen gevoerd. Vanaf het eind van de negentiende eeuw waren in verschillende staten al droogleggingswetten aangenomen. In 1919 slaagde een lobby van religieuze en seculiere alcoholbestrijders erin om voldoende politici met hun woorden of hun economische invloed zover te krijgen dat ze voor een amendement op de grondwet stemden, waardoor in 1920 de 'Prohibition Era' begon. Dat deze drooglegging vooral aanleiding gaf tot veel stiekem drankgenot en de opkomst van de maffia is ondertussen algemeen bekend. Maar hoe ontwrichtend de 'prohibition' in feite was voor de VS, hoe het kwam dat niemand ontzag had voor deze wet en hoe weinig we er van geleerd hebben, is nog niet eerder beschreven.

De voormalig journalist Behr port graag actuele discussies wat op met een historische vertelling (eerder schreef hij onder andere over Algerije, de Japanse keizer Hirohito en over 'political correc tness') en met dit boek vult hij deze lacune aardig. Met behulp van citaten uit pamfletten, rechtbankverslagen, kranten en memoires schetst hij een beeld van de schijnheiligheid en de potsierlijkheid die met de drooglegging gepaard gingen. De lobbyisten tegen alcohol meenden dat zonder drank alle misdaad, echtscheiding, huiselijk geweld èn bovendien de onvrede van arbeiders over hun lot verleden tijd zouden zijn. In plaats daarvan bracht de 'Prohibition' de opkomst van de georganiseerde misdaad; ondermijning van het vertrouwen in politie, justitie en de politiek; en een geschat aantal van 50.000 doden als gevolg van alcoholvergiftiging. De burgers dronken door en de overheidsdienaren waren onvoldoende overtuigd van hun gelijk om de vervolging van drankmisdaad tot een succes te maken.

In 1933 was herziening van de drooglegging een van de eerste daden van president Franklin Roosevelt, maar het kwaad was al geschied. De georganiseerde misdaad en de nadruk bij de Amerikaanse politie en justitie op misdaadbestrijding in plaats van preventie en veiligheid zijn gebleven, evenals het wantrouwen van burgers tegenover een overheid die zulke onuitvoerbare wetten opstelt.

Hoewel natuurlijk niet helemaal vergelijkbaar met de huidige debatten over drugsbestrijding, maakt dit boek wel weer eens duidelijk, dat wanneer de overheid nu eenmaal niet in staat blijkt zijn eigen wetten te handhaven, de autoriteiten er beter aan doen zich er nog eens op te bezinnen.

    • Sophie Verburgh