Eerste polis tegen 'millenium-virus' in computer

Met de millenniumwisseling bestaat het risico van grote schade als computerbestanden van 1999 op 2000 springen. In de VS heeft zich de eerste verzekeraar aangediend die het risico verzekert.

NEW YORK, 21 FEBR. Over twee jaar en vijfenveertig weken weken is het zover. Zullen dan met één klokslag miljoenen computerbestanden worden uitgewist, op tilt slaan of andere onvoorspelbare dingen doen?

Gerald Cohen van softwarebedrijf Information Builders is er zeker van. “Er komt een meltdown, waarvan we de gevolgen nu nog niet kunnen overzien”, zegt Cohen in zijn kantoor hoog boven het geclaxonneer op Broadway. “Ik verwacht grote problemen. Als we wisten wat er precies zal gebeuren, zouden we het kunnen voorkomen.” Cohens bedrijf, dat hij in 1975 begon, doet in softwareoplossingen. Het slaat bruggen tussen verschillende computers en computertalen. Ook met de nodige voorzorgen is het afwachten of alles afdoende is geregeld. “We doen al enorm veel maar pas op 1 januari 2000 weten we wat er niet gebeurd is”, aldus Cohen.

Daarom is nu de eerste verzekeringsmaatschappij begonnen met het aanbieden van de 'Milenniumvirus-polis', zodat bedrijven en instituten behalve de chaos niet ook nog eens onverwacht hoge kosten hebben. AIG (American Insurance Group) heeft een verzekeringsprodukt ontwikkeld dat instellingen iets geruster moet maken, vooropgesteld dat ze wel hun uiterste best hebben gedaan om calamiteiten te voorkomen.

“Wij bekijken het plan en proberen de kans op succes in te schatten”, aldus Robert Ohmane, vice-president bij AIG Risk Finance. Op grond daarvan worden de premies bepaald en kunnen de verzekerden een dekking van 10 tot 200 miljoen dollar krijgen. Omdat dit soort verzekeringen voor iedereen onbetreden gebied is, is de premie relatief hoog maar delen verzekerden in de winst. Deze ongewone manier van verzekeren maakt van de verzekerden aandeelhouders in het project. Ohmane: “We vormen in feite een potje waaruit alles wordt betaald. Als achteraf blijkt dat de problemen lang niet zo groot zijn als we dachten, verdelen we straks het geld dat we overhouden.”

Volgens Cohen is het basisprobleem geen gat in de markt waar veel geld mee valt te verdienen maar Information Builders heeft er wel voortdurend mee te maken. “De problemen duiken nu al op. De universitaire eerstejaars van 1999 en 2000 bijvoorbeeld zitten nu al op school en accountants en roosterplanners zijn daar al mee bezig.” Cohen zegt dat vooral programma's in de computertaal Cobol problemen op kunnen leveren.

Het probleem met de sprong van 1999 naar 2000 is dat de jaren meestal als respectievelijk 99 en 00 worden geschreven. Dat is destijds ook zo voor de computer gedefinieerd om in een grijs verleden uiterst kostbare geheugenruimte te besparen. Programmeurs hadden destijds ook niet het idee dat hun programma's de millenniumwisseling zouden halen. Niemand dacht daar aan. De computer ziet straks alleen dat 00 minder is dan 99 en staakt zijn verwerkingsactiviteiten of gaat er vanuit dat de 00 het jaar 1900 is.

Wat dat voor gevolgen kan hebben, gaat de fantasie te boven. De automatische renteberekening in banken gaat mis, debiteuren van een verzekeringmaatschappij of van andere bedrijven zijn honderd jaar plus het volgende kwartaal premie schuldig, geboortedata suggereren een negatieve leeftijd. Bovendien heeft de computer nog een probleem. 2000 is een schrikkeljaar maar 1900 niet. Opeens zijn er 366 dagen in plaats van 365 en de computer moet bovendien weten dat 1 maart 2000 een woensdag is.

Zoals gezegd zijn er al computergebruikers die met het probleem hebben geworsteld, te beginnen de banken die in 1970 hypotheken met een looptijd van 30 jaar sloten. Denk verder aan alle andere soorten leningen (autoleasing, persoonlijke leningen) en meerjarenbegrotingen die tot na de eeuwwisseling lopen. Of eenvoudigweg de looptijd van computerprogrammatuur.

Volgens de Gartner Group, een onderzoeksbureau voor de softwareindustrie in Stamford, Connecticut, kan 90 procent van alle toepassingssoftware met het datumprobleem te maken krijgen. Hun advies luidt om het probleem al voor 1999 in orde te brengen. Grote bedrijven moeten er volgens de onderzoeksgroep op rekenen gemiddeld vijftig tot honderd miljoen dollar uit te geven om problemen te voorkomen of te corrigeren, terwijl de totale kosten voor het federale overheidsapparaat worden geschat op 2 miljard dollar. De kosten om alle mainframes in de gehele wereld aan te passen kunnen oplopen tot 600 miljard dollar.

Een van die mainframes staat bij Allstate, een Amerikaanse verzekeringsmaatschappij die de aanpassingskosten voor haar bedrijf schat op 40 miljoen dollar. Er werken op dit moment honderd man fulltime aan het zoeken naar probleemsoftware. Een van die problemen is het vinden van 'fields', variabele programma's of onderdelen die een las in het programma zijn. Het zijn stukjes informatie die ter overbrugging worden gebruikt, maar soms een permanent bestaan leidden.

De programmeurs van de jaren zestig rekenden er niet op dat hun code dertig, veertig jaar moest meegaan. De fields kunnen diep in de tientallen miljoenen regels mainframeprogrammatuur verborgen zitten maar moeten worden nagekeken. Vooral oudere fields hebben onvoorspelbare namen en de programmeurs van toen zijn al lang vertrokken. Alle software nakijken is ondoenlijk, dus de programmeurs hopen dat ze de fields op andere manieren kunnen vinden.

Cohen: “We doen net alsof het een nieuw probleem is, maar mensen weten niet dat er bij de vorige eeuwwisseling ook grote problemen zijn geweest bij banken en verzekeringsmaatschappijen.” Het besef dat sindsdien de computer bij alle facetten van ons dagelijks leven betrokken is geraakt, geeft een idee van wat we tegemoet gaan. Bedrijven als Information Builders waarschuwen hun klanten ook al dat er nog maar 140 weekends te gaan zijn. Dit omdat nieuwe software in bedrijven meestal alleen tijdens het weekeinde kan worden getest. Voeg daarbij de waarschuwing van de Gartner Group om alles voor 1999 in orde te hebben en er blijven nog maar zo'n 90 weekends over. “Geef jezelf genoeg tijd om het goed te regelen”, waarschuwt Peter Kruskopfs in het Information Builders Systems Journal.