Een heel gewoon hoentje?

Albert Beintema: Het waterhoentje van Tristan da Cunha. Uitg. Atlas, 496 blz. Prijs ƒ 49,90, geïll.

3300 kilometer ten oosten van Buenos Aires en bijna even ver ten westen van Kaapstad ligt midden in de oceaan het eilandje Tristan da Cunha.

Dit moet het eenzaamste eiland ter wereld zijn, elf kilometer in doorsnee, omspoeld door de stormachtige oceaan. 'Veel harde wint met mistigh, doncker, mottigh weer, hagel en sware kouw', zoals in oude scheepsjournalen valt te lezen. Het dichtstbijzijnde dorp bevind zich 2000 kilometer noordelijker op Sint Helena, waar Napoleon zijn laatste jaren heeft gesleten.

Objectief gezien is Tristan da Cunha volstrekt onbewoonbaar. Toch leven hier zo'n 300 dorpelingen, afstammelingen van ontdekkingsreizigers, zeerovers en schipbreukelingen. Albatrossen, pinguins en zee-olifanten vormen hun voornaamste gezelschap. Bloemen en bijen ontbreken. De bewoners zijn godvruchtige lieden, die aardappels verbouwen en een lucratieve handel in postzegels bedrijven. Zo ook de familie Green, afstammelingen van Pieter Groen uit Katwijk, die in 1836 als weesjongen naar zee ging, nadat zijn familie door de cholera was getroffen.

De oudste stamvader is de Schotse kapitein William Glass. Hij bleef met vrouw en vier kinderen op Tristan achter na een Britse bezetting van het eiland tussen 1816 en 1817 om een oogje op de verbannen Napoleon te houden. In totaal zouden Glass en zijn vrouw zestien kinderen krijgen. Voor andere vrijgezelle kolonisten werden tien jaar later op een ochtend in alle vroegte nog vijf vrouwen van Sint Helena op het strand afgezet, in ruil voor twintig zakken aardappelen per vrouw. In 1851 woonden er al negen gezinnen met 64 kinderen op Tristan. In 1961 werd de voltallige bevolking na een vulkaanuitbarsting naar Engeland geëvacueerd, maar de meesten kregen heimwee en keerden terug naar huis.

Vogelexpert Albert Beintema, in het dagelijks leven ecoloog bij het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek in Arnhem, werd al vroeg gegrepen door een soort Tristan-koorts. Zijn boek 'het waterhoentje van Tristan da Cunha' dat morgen verschijnt, werkt beslist aanstekelijk. In zijn jongensjaren vergaapte Beintema zich aan afbeeldingen van de grote pijlstormvogel, de intrigerendste soort uit Petersons Vogelgids, die alleen op Tristan da Cunha zou broeden. Twee miljoen broedparen op anderhalve kilometer rots. Na de broedtijd steken ze over naar de Amerikaanse kust, die ze helemaal tot aan Groenland volgen, om dan in de herfst via de Britse eilanden terug te keren naar hun eenzame rotspunt in de zuidelijke oceaan. Als biologiestudent stippelde Beintema plannen uit voor een veldexpeditie naar het afgelegen vogelparadijs, maar pas een half mensenleven later zag hij die jeugddroom eindelijk in vervulling gaan.

In zijn voorwoord merkt de schrijver op dat het niet meevalt om op een nette, eerlijke manier over de eilanders te schrijven. “Het klinkt gek, maar hoe geïsoleerd Tristan da Cunha ook mag zijn, die driehonderd bewoners zitten daar op hun rotspunt te kijk voor de hele wereld. Iedereen wil weten hoe het met ze gaat, wat ze eten, wat ze drinken, wat ze denken, wat ze doen.”

In het verleden zijn de Tristanieten afgeschilderd als een eigenzinnig, achtergebleven zooitje, ten prooi aan inteelt en degeneratie. Van de weeromstuit werden ze door andere bezoekers heilig verklaard. Inmiddels hebben de eilanders een hekel aan publiciteit gekregen. Hun dorpsraad geeft nog maar bij hoge uitzondering toestemming voor een bezoek en aangezien er maar zesmaal per jaar een postboot aankomt, verlopen de onderhandelingen daarover niet erg soepel.

Beintema heeft veel inspiratie voor zijn boek geput uit het gedegen historische speurwerk van aardrijkskundeleraar Jan Brander, 'die van verre eilanden droomde maar niet wilde reizen'. Brander ploos in de jaren dertig nauwgezet allerlei scheepsarchieven na, waaronder die van de Verenigde Oostindische Compagnie. Tristan da Cunha is vernoemd naar de Portugese gouverneur Tristao da Cunha die in 1505 in opdracht van koning Manuel naar India moest om de Moren op afstand te houden, maar vlak voor vertrek ziek en blind werd. Zijn vlaggeschip dwaalde tijdens de expeditie af en ontdekte het toen nog onbewoonde eiland, dat naar de opperbevelhebber werd genoemd. Voor latere ontdekkingsreizigers was het heldergroene Tristan met zijn frisse watervallen en malse zeevogels om de kookpot te vullen aanlokkelijk, maar vanwege de woeste branding kon bijna niemand er landen. Ook de scheepsjongens van Bontekoe zouden er langs zijn gevaren zonder aan land te gaan.

Toen de Nederlandse onderzeeër K-VIII in 1935 op Tristan landde, viel het de kapitein op hoeveel eilanders rondliepen met een nare, chronische blafhoest. Blootsvoets lopen in zo'n vochtig klimaat kon niet gezond zijn, concludeerden de Hollanders, waarop de eerder genoemde Jan Brander 750 paar Hollandse klompen liet verschepen. Geholpen heeft dat niet. Pas recent heeft genetisch onderzoek uitgewezen dat de eilanders veel aanleg hebben voor astma.

De meeste oudere eilanders herinnerden zich dat verhaal van die klompen, maar de traditie had geen wortel geschoten, zo ontdekte Albert Beintema toen hij in het kielzog van Bontekoe eindelijk scheepging. Doel van zijn speurtocht was Gallinula nesiotis, het al dan niet uitgestorven waterhoentje van Tristan da Cunha. In musea had de vogelonderzoeker al enkele schaarse skeletjes en gedroogde velletjes bestudeerd. Volgens de berichten moest het Tristanhoentje een heel gewoon waterhoentje zijn, een tikkeltje donkerder van kleur dan normaal, met iets dikkere pootjes en kortere vleugels. Een groepje vogels zou bij stormwind naar het eiland zijn afgedwaald en daar zouden ze in de loop der generaties bij afwezigheid van roofdieren hun vliegvermogen hebben verloren. Het hoentje zou in 1861 ontdekt en in 1873 al uitgestorven zijn. Maar volgens andere biologen was er eenvoudig sprake van verwarring met een ander waterhoentje van het naburige eiland Gough. Was het Tristanhoentje alleen maar een administratieve dwaling? Wie deze brandende kwestie na honderd jaar wetenschappelijke discussie eindelijk opgehelderd wil zien mag 'het waterhoentje van Tristan da Cunha' niet missen.