Dolfijnenfluit en bandrecorgel; Kinderen vinden nieuwe muziekinstrumenten uit

Als je een instrument wilt leren spelen dan kun je kiezen uit gitaar, viool, piano, fluit of trompet; daarmee heb je het wel zo'n beetje gehad.

Honderd jaar geleden kozen kinderen uit hetzelfde rijtje, want nieuwe instrumenten worden zelden uitgevonden. Deze eeuw is eigenlijk alleen de synthesizer erbij gekomen, maar die maakt vooral geluiden die lijken op die van gitaren, violen, piano's, fluiten en trompetten.

Het wordt tijd voor wat nieuwe instrumenten, vond Entree. Daarom had deze vereniging van jonge concertbezoekers afgelopen zondag in het Concertgebouw in Amsterdam een 'uitvindersmiddag' georganiseerd. Op het podium van de Kleine Zaal, waar anders beroemde muzikanten optreden, lieten kinderen zelfgemaakte instrumenten zien en natuurlijk horen. Sommige van die instrumenten leken op bestaande instrumenten, maar de meeste kinderen hadden hun best gedaan om echt iets nieuws te maken. Ze maakten gebruik van alles wat ze maar hadden kunnen vinden in de keuken, kelder en op zolder: potten, lepels, elastiek, een stofzuigerslang, stukken racebaan, de uitlaat van een auto. Alleen de namen van de instrumenten klonken al mooi. De Mysaklafu, de Bimbamboe, de Phytachord.

Peter Blase (11) demonstreerde zijn Dolfijnenfluit, zowel een blaas- als een snaarinstrument. “Ik heb eerst heel veel bouwtekeningen gemaakt”, vertelde hij. Het instrument was gemaakt van pvc-buis - daar bleken trouwens veel van de nieuwe instrumenten van te zijn vervaardigd - waar Peter gaatjes in had geboord, zodat een fluit ontstond. Die maakte een geluid dat lijkt op dat van dolfijnen, vandaar de naam. In het houten handvat had hij een aantal korte snaren gespannen, waarop hij tijdens het fluiten met zijn duim tokkelde.

Er waren honderden mensen in de zaal. Voor iedereen werd hard geklapt, misschien nog wel harder dan bij beroemde muzikanten. Een oorverdovend lawaai was er toen de leerlingen van de IVVO-school uit Wormerveer de zaal binnen kwamen met hun instrument, de Dwarsfluit Maxi. Die was zo groot dat hij niet eens op het podium pastte. Deze 'polonaisefluit' bestaat uit een heleboel kleine fluiten die aan elkaar geplakt zijn. Ongeveer dertig kinderen speelden er tegelijk op.

Er waren 21 nieuwe instrumenten te horen. Aan het einde van de middag maakte de voorzitter van de jury, Cor Bakker (de pianist van Paul de Leeuw), bekend welke uitvinders een prijs hadden gewonnen. Een eerste of tweede prijs was er niet. De jury wees vier instrumenten aan die allemaal evengoed waren. Peter won een prijs met zijn Dolfijnefluit. Een groep kinderen uit Spijkenisse met het Spijkenoords Klapstuk, ook een heel groot instrument dat bestaat uit een heleboel kleine trommels, fluitjes en met water gevulde kokosnoten waar ze door een rietje op bliezen. Nicolaas van Dijk (12) won met de Bandrecorgel, een mooi beschilderd instrument waar een cassetterecorder in bleek te zitten.

Die had hij zo omgebouwd dat er geluid uit kwam als hij aan een wiel draaide.

En Julie Blussé (9) kreeg een prijs voor haar Mondriment, een instrument met snaren (eigenlijk visdraden) dat ook fraai beschilderd is. Het heet zo omdat het dezelfde kleuren heeft als de schilderijen van Mondriaan: geel, rood en zwart.

Volgend jaar wordt er waarschijnlijk weer zo'n uitvinderswedstrijd georganiseerd. En eerder al, op 22 juni, is er in het Concertgebouw een concert waarbij een aantal van deze nieuwe instrumenten zal worden gebruikt.

    • Jeroen van der Kris