De oneindigheid min 1; Kunst over getallen

“De catalogus kost 49 Mark. Een kop thee in het museumcafé kost 7,50 Mark. Drink geen 6,5333 koppen thee en u kunt een catalogus kopen.” M. Februari bezocht in Stuttgart 'Magie der Zahl', een tentoonstelling over kunst en getallen: over de sterfdatum van Bach en het magische vierkant van Dürer, over engelenmaat en oneindigheidstelling, over schuldige arithmiek en de doodsangst voor 13. Meer dan vierhonderd werken op tweeduizend vierkante meter.

Magie der Zahl. Staatsgalerie Stuttgart, Konrad-Adenauer-Strasse 30-32. T/m 19 mei. Di t/m zo 10.-20u. Gesloten op 28 en 31 maart.

Eén

Zoals er, volgens Virginia Woolf, mensen zijn wier barmhartigheid zelfs de pruim insluit, zo zijn er ook mensen wier morele bezorgdheid zich uitstrekt tot het priemgetal. Halverwege de tentoonstelling Magie der Zahl in Stuttgart hangt een doek uit de vijfdelige serie Die Söhne der Mathematik (1986) van Rune Mields: ze heeft de 7067 cijfers van het tot dan toe hoogste gevonden priemgetal gebruikt als achtergrond voor de afbeelding van ridders. Omdat 'het priemgetalonderzoek intussen zijn onschuld verloren heeft', zoals Mields in de catalogus schrijft, en er uit hoge priemgetallen onbreekbare codes ontwikkeld worden voor militaire doeleinden, kunnen de geharnaste ridders begrepen worden als een kritische toelichting op de zo schuldloos ogende cijfers.

Het priemgetal-kunstwerk van Mields is op de tentoonstelling ondergebracht in de themagroep 'De genummerde mens'. Hier is te zien hoe de mens in onze eeuw beklemd is geraakt tussen kaartenbakken en datasystemen: Mick O'Kelly heeft een streepjescode op zijn arm getatoeëerd; Jürgen Brodwolf presenteert genummerde lijken op een ijzeren tafel; Edward Kienholz en Nancy Kienholz herinneren met hun installatie Pawn Boys, vijftig stenen met ingeraamde foto's,aan de gevallenen.

Magie der Zahl is een uiterst opgewekte tentoonstelling, maar eenmaal bij deze themagroep aangekomen, stemt de verzameling ons tot nadenken. En tijdens dat nadenken merken we dat we na een paar volle zalen met getallen-kunst inmiddels zelf genummerde mensen zijn geworden; ons hoofd zit vol met kwadraten en coëfficiënten. Misschien proberen we ons een beetje af te leiden met dagdromen over alles wat Stuttgart buiten het museum nog te bieden heeft: een Schlossgarten met witte zwanen, een planetarium, het Staatstheater...

Yet what are all such gaieties to me

Whose thoughts are full of indices and surds?

x + 7x + 53 = 11/3.

Twee

Lewis Carroll, de gedachten vol indices en surds, exponenten en onmeetbare getallen, is op de tentoonstelling zelf niet aanwezig, maar hij zweeft als een geest boven de zalen. Wanneer je binnenkomt, laat hij je meteen al weten dat je vandaag beter drie dagen tegelijk kunt nemen. En wanneer je (net als Alice) tegenwerpt dat er 'in ons land altijd maar één dag tegelijk is', dan zal hij zeggen dat dat een armzalige manier van doen is: vandaag zijn er zeker drie dagen nodig om de hele tentoonstelling goed te kunnen bekijken.

Voor Magie der Zahl heeft samensteller Karin von Maur alle kunst naar Stuttgart gehaald waarop een getal staat afgebeeld, en ook nog eens alle kunst die is opgebouwd uit getallen, verwijst naar getallen, speelt met getallen, kunstwerken met een getal in de titel: doeken, installaties, foto's, tekeningen, objecten, lichtbeelden. Von Maur beperkt zich tot de twintigste eeuw, maar verder is er geen ander selectiecriterium gehanteerd dan het getal.

De verzameling die zo tot stand is gebracht doet onvermijdelijk denken aan zeventiende-eeuwse verzamelingen, waarin voorwerpen werden gerangschikt volgens kleur of grootte en waar een Chinees boek terecht kon komen tussen een Romeinse lamp en de hand van een zeemeermin. Magie der Zahl is even fantastisch in alle verscheidenheid en volledigheid, alleen heeft de samensteller hier nog een zekere ordening aangebracht door de werken te verdelen over elf themagroepen. In de eerste zaal van de tentoonstelling zijn twee groepen ondergebacht: 'Die Zahl als Signum für Modernität' en 'Chiffren des Krieges und alogisches Kalkül'. Hier overheerst de kunst uit de eerste helft van de eeuw, kubisme, futurisme, constructivisme, dada. Het is van groot belang dat de bezoeker zich in deze zaal niet gek laat maken door alle pracht en overdaad, er wacht nog zoveel in de zalen met na-oorlogs werk: de verstilde écriture automatique van Cy Twombly (in de themagroep over het schilderkunstige gebaar), het 53553077 jaar lang spelende muziekje van Walter Giers (in de themagroep over nieuwe getals-emblematiek), de indringende getallenrijen van Hanne Darboven (in de themagroep over metafysica van de tijd)... Meer dan vierhonderd werken op tweeduizend vierkante meter. Wie het spoor bijster raakt vindt een toevlucht in de prachtige catalogus.

Drie

De catalogus kost 49 Mark. Een kop thee in het museumcafé kost 7,50 Mark. Drink geen 6,5333 koppen thee en u kunt een catalogus kopen. Drink geen 13,0666 koppen thee en u kunt een catalogus cadeau doen.

De catalogus heeft 23 + 357 = 380 bladzijden. Wie leest met een gemiddelde snelheid van vier bladzijden per uur, leest de catalogus in 95 uur = 11,875 werkdag = 2,375 week. Wie alleen de plaatjes kijkt heeft aan 1,825 week genoeg.

De catalogus weegt 1980 gram. Een zakbijbel weegt 121 gram; Ulysses 496 gram; The Complete Works of William Shakespeare 1317 gram. Eén catalogus weegt 46 gram meer dan de Bijbel, Ulysses en de Verzamelde Shakespeare tezamen. 46 Gram = 8,8282828 blz. = 2,2070707 uur lezen extra tegen inlevering van slechts 46 gram = 1,1383838 DM = 0,1517845 koppen thee!

Vier

In 1985 verscheen het boek Bach en het getal, waarin de auteurs Van Houte en Kasbergen aantoonden dat Johann Sebastian Bach in 1740 zijn eigen sterfdatum voorspelde door anderhalve maat toe te voegen aan de Passie- en Paaskoralen uit 1716. Het aantal maten liep door deze bewerking op tot 287 = 28-7, de dag waarop Bach in 1750 zou overlijden.

Wie bij de titel 'Magie der Zahl' denkt aan een dergelijke getallenmystiek, heeft gedeeltelijk gelijk. In de themagroep 'Zahlenmystik und harmonikale Ordnungen' zijn opmerkelijk veel versies te vinden van het magische Dürervierkant, waaraan van oudsher belangrijke astrologische en medische werkingen zijn toegeschreven. Zo'n magisch vierkant is een matrix met getallen die in iedere mogelijke richting bij elkaar opgeteld steeds hetzelfde resultaat opleveren. Albrecht Dürer nam in 1514 een vierkant op in zijn gravure Melencolia I; op de tentoonstelling zien we uitvoeringen van Helmut Mark, Felix Droese, Norbert Radermacher, Rune Mields, Stuart Arends. In een andere afdeling vinden we getalsmystiek bij Paul Klee en vooral bij Oskar Schlemmer, die aan getallen een bijzondere betekenis toeschreef. Schlemmer noemde zijn tekeningen van staande en liggende cijfers Zahlenmystiek, hij verbond op zijn laatste postkaart zijn doodsangst aan het cijfer 13 en stierf een aantal dagen later, op 13 april 1943, aan een hartaanval.

Vijf

De tekstborden bij de tentoonstelling zijn een teleurstelling. Direct al bij de ingang van de eerste zaal hangen drie grote borden met mededelingen over 'een spanning tussen de esthetische beeldordening en een mogelijke betekenisdimensie'. Het jargon is inmiddels te algemeen bekend en te karikaturaal om je er nog vrolijk over te kunnen maken. Wie gevoelig is voor Het Woord, doet er beter aan om de teksten ongelezen te laten en zich te beperken tot de kunst.

Het valt op dat bij veel kunstenaars de fascinatie voor cijfers gepaard gaat met een fascinatie voor letters en taal. In Zahlenrapport 0 - 9 van Olaf Probst, ondergebracht in de themagroep 'Zahl und Sprache', valt zelfs het verschil weg tussen beeldende kunst en concrete poëzie. Pabst maakt lange, aaneengesloten rijen en regels van telwoorden. Het geheel lijkt uit de verte op een golvend strand, of (zoals de catalogus wil) op de oneindigheid.

De raakvlakken tusen getallen-kunst en getallen-tekst komen in de catalgus uitgebreid aan de orde in een lezenswaardig artikel over getal en poëzie.

Niet alle getallen-teksten hebben grafische kwaliteit of pretentie; in veel gevallen speelt de auteur een conceptueel spel met de cijfers - met alleen literaire bedoelingen. Beeldend is in ieder geval wel het gedicht Es sassen die Knaben van de schilder Werner Schreib:

Es sassen die Knaben 3/4 vor Vier

und tranken 4/5 der Liter vom Bier.

Da kamen 5/6 der Mädchen vorbei

und schlugen 6/7 der Knaben zu Brei.

Zes

Hoeveel engelen passen er op de punt van een naald? Jarenlang heb ik gedacht dat de 'engelenmaat', in de Middeleeuwen gebruikt bij de bouw van kerken, verwees naar de contouren van een engel: bovenwijdte, taille, heupomvang. In de catalogus Magie der Zahl lees ik in een bijdrage over Christelijke getalssymboliek dat de engelenmaat stamt uit de Openbaringen van Johannes (21: 15-17), waar een engel de maat neemt van het hemelse Jeruzalem. 'En hij mat haar muur op: honderd vier en veertig el, mensenmaat, die engelenmaat is.'

Engelen zelf hebben geen maten, reden waarom we met mathematische precisie kunnen vaststellen dat er oneindig veel engelen passen op de punt van een naald.

Veel volumineuzer is de oneindigheid in de uitvoering van Roman Opalka. Sinds 1965 telt Opalka van 1 tot .... Begonnen met kleurige doeken waarop duidelijk leesbaar de honderden, duizenden kleine getallen achter elkaar zijn neergezet, is de kunstenaar door de jaren heen het contrast tussen cijfers en achtergrond steeds meer gaan beperken. In een kleine zaal hangen een aantal 'details' uit de oneindigheidstelling: witte cijfers op een witte achtergrond. Uiteindelijk moeten de getallen opgaan in een stralend wit geheel, waarmee de oneindigheid tegelijkertijd onzichtbaar zal zijn geworden. Wanneer het zover is, blijft er altijd nog een stem op cd: ieder cijfer dat de kunstenaar schildert spreekt hij op kalme toon nadrukkelijk uit.

Opalka wil met zijn onderneming bewijzen dat het mogelijk is om via het verstand voorbij te gaan aan het begrijpelijke en met rationele middelen toegang te krijgen tot het 'metarationale'. Hij is bepaald niet de enige kunstenaar op de tentoonstelling met een vasthoudend verlangen om de oneidigheid te beheersen. Sinds 1969 telt ook Jonathan Borofsky tot ...: hij schrijft bladen vol met getallen, legt ze op elkaar en werkt zo voort aan de schepping van een eindeloze zuil.

Carl Frederic Reutersward benadert het oneindige met de grootste trefzekerheid. Zijn meterslange schilderij van een repeterend oneindigheidsteken draagt de onverbeterlijke titel L'infini moins 1. Wie in het kleine zaaltje staat waar het werk van Opalka hangt, moet zich realiseren dat Reutersward al drie jaar voordat Opalka in 1965 met tellen begon, de oneindigheid met 1 verminderd heeft. Dat is, van welke kant je de oneindigheid ook benadert, een geruststellende gedachte.

Zeven

Bij een thematische tentoonstelling als Magie der Zahl kijkt de bezoeker niet alleen naar de kwaliteit van de afzonderlijke werken, hij denkt ook na over de tentoonstelling als geheel, over de gedachte die aan de selectie ten grondslag ligt. Bij ieder tentoongesteld werk vraagt hij zich af waarom het is uitgekozen en wat zijn plaats is binnen de hele verzameling. Een bezoek aan Magie der Zahl kost extra hoofdbrekens, omdat de tentoonstelling zelf ook te lezen is als een getallenrij: de werken zijn genummerd, een nummering die verwijst naar de volgorde van de werken in de catalogus. Zoals veel kunstenaars het getal gebruiken om een ordening op te leggen aan de chaos, zo gebruikt Karin von Maur haar elf themagroepen om een ordening aan te brengen in de onbeheersbare variatie van de kunst. Ze toont regels. Ze schept een systeem. En de bezoeker heeft vervolgens de mogelijkheid om met dit systeem in discussie te gaan. Zo twijfel ik over de keuze voor de installatie Deutschzeit van Klaus Rinke: een stellage waarin een grote klok hangt, een soort stationsklok, zonder cijfers. Tijd kan worden gemeten, hij kan worden uitgedrukt in getallen, maar volgens mij heeft tijd op zichzelf niets met getallen te maken.

Toch is de themagroep over tijd een gelukkige keuze, al was het alleen maar omdat ze ons Time in blue No 28 laat zien van Tatsuo Miyajima. Op een zwarte achtergrond heeft de kunstenaar een groot aantal digitale blauwe LED-eenheden aangebracht die zo staan afgesteld dat ze ieder met een andere snelheid tellen van 0 tot 9. Het doet denken aan voorstellingen van de kosmos, aan een heldere sterrenhemel, aan onbegrensde ruimte. Motto van dit werk: 'Keep changing, connect with everything, continue for ever'. Aan het systeem ontsnapt.

Acht

Miyajima staat niet alleen. Gebruik van het getal gaat bij veel kunstenaars samen met kritiek op het getal. Pogingen om orde te scheppen blijken steeds opnieuw vergeefs en kunstenaars drijven de spot met hun pogingen, met het getal, met zichzelf, of met alledrie tegelijk. Was het voor Francis Picabia nog een vorm van dada-rebellie om in illustraties rekensommen op te nemen waarvan de uitkomst niet klopte, wanneer Timm Ulrichs in 1968 een Bild-Objekt maakt dat zijn eigen gewicht aangeeft, dan is dat niet alleen een relativering van het getal, maar ook van de pretenties van de kunst.

De econoom Robert Filliou ziet zich het liefst als 'niets-kunner'; hij levert kritiek op de wetenschappelijke en absolute status van het getal, dat voor het maatschappelijk functioneren van mensen geen betekenis heeft. Zijn 3 poèmes (1961-1971) bestaat uit zeven plankjes met getallen en gedichten, die aan een lat zijn opgehangen. De arithmiek blijkt schuldig: 'a crowd is formed by adding people up one by one'.

Misschien is de bezoeker een bel-esprit. Geen wiskundige, geen logicus, geen boekhouder. Hij is gewoon een kunstliefhebber. Dan zullen misschien de rekenkundige finesses van ieder afzonderlijk werk hem ontgaan, maar ook hij zal inzien dat de meeste werken op de tentoonstelling Magie der Zahl getuigen van een weinig gehoorzame omgang met de cijfers.

Hij zal dan ook met instemming het essay van Georg Christoph Lichtenberg lezen dat als achtergrond dient voor een werk van Rune Mields, en de ironische titel voor altijd meedragen als herinnering aan deze wonderlijke expositie: 'Von dem Nutzen den die Mathematik einem Bel Esprit bringen kann'.

Negen

'Kun je optellen?' vroeg de Witte Koningin. 'Wat is een en een en een en een en een en een en een en een en een en een?'

'Weet ik niet', zei Alice. 'Ik ben de tel kwijt geraakt.'