Cultuur in verzet; Franse kunstenaars ontketenen protest tegen extreem-rechts

Franse kunstenaars en academici zijn een petitie-actie begonnen tegen de anti-immigratiewet van de centrum-rechtse regering Juppé. Duizenden Fransen hebben inmiddels getekend. Morgen zijn demonstraties in Parijs aangekondigd. De door cineasten ontketende golf van verzet tegen de extreem-rechtse invloed van het Front National in Frankrijk zwelt aan. Minister van cultuur Douste Blazy: “Het Front National wil onze cultuur aantasten”.

Morgen marcheert verontrust Frankrijk over de boulevards van Parijs. Cineasten, musici en schrijvers, rechters, advocaten, psycho-analytici, studenten en andere burgers zijn in verzet gekomen tegen de nieuwe anti-immigratiewet van de regering-Juppé. Die nieuwe wet, met een meldingsplicht voor buitenlanders, lijkt volgens de duizenden die de petities hebben getekend op de anti-joodse decreten van het Vichy-bewind in 1940. De Wet van minister Debré is de vonk die een reservoir aan politieke en culturele onvrede tot explosie bracht. 'De Franse intellectuelen', zoals zij worden omschreven, willen niet meer toezien hoe de traditionele politiek het antwoord schuldig blijft op de morele opmars van extreem rechts, het Front National. Waar de partij van Le Pen bestuurt is de cultuur het eerste doelwit.

Dat bleek twee weken geleden nog toen directeur Gérard Paquet van het nationaal theater voor Dans en Beeld Châteauvallon werd ontslagen op verzoek van de Front National-burgemeester van de Zuidfranse havenstad. Vorige week reden honderden kunstenaars in 'een trein van de waarheid' naar Toulon om te protesteren. De cineast Bertrand Tavernier was één van hen. Zijn engagement is vanzelfsprekend, zegt hij in de Nouvel Observateur van deze week: “Filmen is ook: je pijn doen aan de samenleving. Cineasten zijn de seismografen van onze sociale crises. Ons appèl is voor alles een beroep op ieders individuele verantwoordelijkheidsbesef. Frankrijk is niet alleen het land van de zwaarmoedigheid en de teleurstelling. Er zijn ook formidabele reserves aan verontwaardiging en gulheid in dit land. Tot mijn verbazing barsten die nu naar buiten.”

Jean Lacouture, de bekende schrijver over ondermeer de dekolonisatie, Algerije,de biograaf van Leon Blum, Charles de Gaulle, André Malraux en volgend jaar François Mitterrand, is voorzichtig en beslist tegelijk bij het analyseren van de jongste revolte die Frankrijk in vuur en vlam heeft gezet. Hij wil het graag genuanceerd uitleggen, al was het maar omdat Nederland “vaak zo hard oordeelt over Frankrijk”.

“Natuurlijk is de vergelijking tussen de jaren '36-'40 en '90 -'97 zinvol. De aanwezigheid van buitenlanders veroorzaakt bij een deel van de Franse bevolking opnieuw onrust. Het xenofoob racisme van Le Pen en zijn tweede man Mégret (via zijn vrouw winnaar van de verkiezingen in de Franse plaats Vitrolles, red.) heeft gemeenschappelijke trekken met het xenofoob racisme dat heeft geleid tot het regime van Vichy en de anti-joodse wetgeving van oktober 1940. Maar pas op voor overdrijven. De geschiedenis herhaalt zich niet zomaar.”

Arbeiders van de pen

“Wie kijkt naar de lijsten met handtekeningen die nu circuleren ziet dat dit niet een klassieke beweging van intellectuelen is. Het is begonnen met een groep cineasten. Dat is een zeer internationale kunst, die mensen leven bij de gratie van uitwisseling. Zij ontvangen voortdurend Duitsers, Chinezen, Afrikanen, Aziaten, mensen van buiten die zij hoog achten. Het komt niet bij hen op een Georgische cineast bij de politie te melden. Voor hen bestaan geen grenzen. Ik beschouw mezelf als mede-ondertekenaar trouwens ook niet als een intellectueel, maar ook toen schrijvers, musici, journalisten en anderen zich aansloten bij het verzet, werd dit niet het typische protest van grote intellectuelen. Dit waren geen Sartre of Gide, geen Aron of voor mijn part Malraux, geen aristocraten van het denken, dit is niet de cultuur-adel. Velen zijn arbeiders van de pen, populaire romanschrijvers, die dicht bij het volk staan en toevallig weten dat cultuur grenzen overschrijdt. De derde golf handtekeningen komt van doodgewone Fransen die geen verklikkers willen zijn.

De tegenstelling die wordt gecreëerd tussen het volk en 'de intellectuelen' is dit keer onterecht.

“Een van de eerste cineasten die in verzet kwam was Cedric Klapisch (maker van het in Rotterdam vertoonde Un air de famille, red.), een low-budget filmmaker van, ik meen, Poolse afkomst, niet het voorbeeld van een Groot Frans Intellectueel. In de traditie is dat een Grote Persoonlijkheid die op grond van algemene principes precieze dingen zegt over zaken die hem persoonlijk niet raken. Sartre sprak over de dienstplicht, zonder dat hij in dienst hoefde.

Hij zei Nee tegen de oorlog in Algerije. Dat was van groot belang. Natuurlijk weegt de parlementaire meerderheid zwaarder, maar zijn stem moest worden gehoord. Het kiesrecht zorgt voor de politieke waarheid. Mensen als Sartre leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van ideeën. Die twee bronnen van waarheid hebben naast elkaar bestaansrecht.''

Frankrijk reageert niet, tot het land de straat op gaat. Dat was al zo met de bestorming van de Bastille in 1789, het bleef zo tijdens de 'studentenrevolte' van 1968, het blijkt iedere keer als een regering iets probeert te veranderen aan lager, middelbaar of hoger onderwijs en het was nog steeds waar toen eind 1995 eerst het spoorwegpersoneel en daarna de hele ambtenarij de stekker uit het stopcontact van de moderne tijd trok.

Opera-festivalBegin 1997 was er evenveel aanleiding voor wrevel in soorten en maten, maar niemand had voorspeld dat de volgende kladderadatsj een week geleden op handen was. Vorige zomer gingen tientallen illegalen in hongerstaking in de Parijse Saint-Bernard en in andere kerken door het hele land. Nog steeds huurt minister Debré iedere maand charters om de ongelukkige 'sans papiers' naar Afrika terug te vliegen, maar Frankrijk bleef lauw voor het lot van deze mensen die soms meer dan tien jaar wonen en werken in dit land.

Hoewel Jean-Louis Debré neo-gaullistisch partijgenoot van Chirac en Juppé is,zet hij een lijn voort die de Franse immigratiepolitiek steeds meer doordringt van het FN gedachtengoed, ook zonder extreem-rechts in het parlement, laat staan in de regering. Alleen tussen '86 en '88 had het Front National (FN) vertegenwoordigers in de Assemblée Nationale. (Lacouture: “Ik schaamde me destijds als Fransman dat Le Pen in het parlement zat, maar de meeste mensen dachten er anders over. En er zit politiek ook wel wat in om het Front zich onder het oog van camera's te laten uitspreken.”) In 1993 sleutelde de conservatieve minister van binnenlandse zaken Pasqua al in FN-richting aan de immigratiewetgeving. Bij de gemeenteverkiezingen van 1995 won extreem rechts drie stadhuizen, waar de bibliotheek sindsdien 'in evenwicht wordt gebracht', dat wil zeggen aangevuld met werken die 'de nationale voorkeur' van Jean-Marie Le Pen in prettig historisch perspectief plaatsten.

Het internationale opera-festival van Orange is ternauwernood gered uit de handen van de Front National-burgemeester. Het boekenfestival van Toulon is vorig najaar gekidnapt en specialiseert zich nu in verloren koloniën, verhalen vol runetekens en fundamentalistisch katholicisme.

Kort geleden sloeg Jean-Marie Le Chevallier, de FN-burgemeester van Toulon, een tweede slag. Hij zag kans de rechtbank het ontslag te laten opleggen aan Gérard Paquet, de directeur van het Nationale Dans- en Beeldcentrum Châteauvallon. Paquet weigert sinds '95 om principiële redenen subsidie van de gemeente. Hij organiseerde wel conferenties met titels als 'De noodzaak om te begrijpen'. Die gingen meer over het Front National dan over de wereldbrand als zodanig. Paquets feërieke amfitheater, een half-antieke creatie waar sinds de jaren '70 nieuwe dans, toneel en muziek is opgevoerd, wordt met opheffing bedreigd.

En toen kwam de jongste aanpassing van de immigratiewetgeving. Fransen die een (niet-Europese, niet-Amerikaanse, niet-rijke) buitenlander herbergen moeten de gemeente vertellen wanneer hij weer weggaat. Zij moeten nu al een 'onderdak-certificaat' vragen bij aankomst. Dat was een minieme aanscherping van de ingewikkelde en tot nu ineffectieve regelingen waar al jaren details aan worden toegevoegd. Voor Frankrijk anno februari 1997 was de maat vol.

Asterix

In Libération en Le Monde, weekbladen als Charlie Hebdo en Le Canard Enchaîné onstaat een lawine van petitie-acties. Internet-adressen, faxnummers, alle sluizen staan open. Na de eerste actie van jonge cineasten zoals Pascale Ferran en Arnaud Desplechin, volgen de filmsterren als Michel Piccoli en Cathérine Deneuve, schrijvers (Robert Sabatier), musici (Xenakis) en '121 moeilijk uit te spreken namen' (van beroemd geworden kinderen van immigranten). Libération vroeg striptekenaars, zoals Asterix-schepper Albert Uderzo, met een cartoon steun te betuigen.

Patrick Rotman, een andere ondertekenaar van de petitie tegen de wet zegt: “De Wet van Debré was de vonk die tot deze explosie zou leiden. Intellectuelen hebben te lang geen moreel antwoord gehad op de opkomst van het Front National en de opeenvolgende anti-immigratiewetten die indirect Le Pen een halt wilden toeroepen. Dit wetsontwerp gaf een schok die symbolisch genoeg was om een groep cineasten uit de generatie van in de dertig en veertig in staat van alarm te brengen. Het moeten aangeven van vreemdelingen, het is stom, maar dat sloeg een denkbeeldige brug naar Vichy. Sindsdien is de protest-beweging deze cineasten allang boven het hoofd gegroeid. De ene na de andere groep sloot zich aan. Er was in al die hoofden kennelijk een opeenhoping van problemen. Eén symbolische vonk was genoeg.”

Rotman verkent maandelijks als documentaire-maker in Les Brulûres de l'Histoire ongemakkelijke waarheden. Hij schreef ook een tweedelig standaardwerk over de jaren '60 in Frankrijk, Les années de reve en Les années de poudre. “In '68 was er ook maar een klein beetje buskruit nodig om een reusachtige knal te veroorzaken. Iedereen raakte erbij betrokken en ging de straat op. De gevolgen waren ingrijpend. Het is nu zo gewoon geworden dat men het vergeet, maar Frankrijk heeft zich onherkenbaar bevrijd. 'On s'est déboutonné' - (letterlijk: men heeft de knopen losgemaakt, of: Frankrijk heeft eindelijk zijn hart gelucht.). Na '68 was alles anders: de zeden, de plaats van kinderen, vrouwen, de mentaliteit ten opzichte van de wet.

Cultureel gesproken is '68 een compleet succes geworden. In politiek opzicht daarentegen was '68 een absoluut échec. Er is veel veranderd in de betrekkingen tussen mensen, maar de verhouding tussen burger en regering is nauwelijks veranderd.''

Heftige reacties

“De politiek in dit land voelt reële maatschappelijke ontwikkelingen zelden aan. Alleen het Front National wekt de indruk de mensen in hun dagelijkse zorgen te begrijpen. Het betoog van het Front National is van een grote perversiteit, maar voor velen is het de enige politiek die luistert, dat is het gevaarlijke. We staan op een belangrijk draaipunt, want het Front National is bezig een belangrijke politiek-sociale macht te worden die wortel schiet en veel verder gaat dan Le Pen. Voor de vijf miljoen Fransen die de zwaarste klappen opvangen is het Front uiterst reëel.

“Dat verklaart de heftigheid van de tegenbeweging nu. Ik verwacht niet dat die blijvend is, maar hij zal zijn sporen nalaten. Het gaat om de repolitisering van de intelligentsia, de Franse hersenarbeiders zijn weer wakker en waakzaam. Zij zullen zich herinneren dat zij de regering op de terugtocht hebben gedwongen. Het culturele verzet van 1968 ging volkomen buiten de politiek om. Nu bloeit het naast de politieke partijen, hoogstens in de marge van de Parti Socialiste (en deels gaat het tegen de PS in), maar de eisen zijn nauwkeurig op de politiek gericht. Al met al zie je dat deze intellectuelen-macht losstaat van links, dat is nieuw.”

Rotman is, in zijn produktiekantoortje op een steenworp afstand van de Bastille, bezig een nieuwe uitzending te monteren over de ultra-rechtse heksenjacht in het Hollywood van de McCarthy-tijd. Het Front National heeft ook voor zijn cultuurpolitieke ambities leermeesters genoeg. In de huidige regering is minister van cultuur Philippe Douste-Blazy daar het duidelijkst over: “Alles wat cultuur is, is noodzakelijkerwijs politiek, en alles wat politiek is, is cultuur.” Het kost hem grote moeite daar inhoud te geven bij de verdediging van Châteauvallon, zeker zolang Chirac tegen de wil van zijn ministers zijn ultra-rechtse prefect (een soort commissaris van de koningin) in het département Var handhaaft (waar Toulon in ligt).

Het valt Rotman op dat zowel Le Pen als de traditionele politici van de immigratie ten onrechte hèt Franse probleem maken. “Probleem nummer één is de werkloosheid.” Als er nu 500.000 (in plaats van meer dan 3 miljoen) werklozen zouden zijn, zoals in 1968, dan deed het probleem-Le Pen zich niet voor. Al die mensen die 25 jaar iedere politiek tegen de groeiende werkloosheid hebben zien mislukken, zijn makkelijk te vangen door een demagoog die zegt dat hij weet hoe het komt.”

Het is een betoog dat gedeeltelijk aansluit bij wat de historicus en antropoloog Emmanuel Todd zondag in Le Monde (16 februari) betoogde. Todd, die als intellectueel adviseur de presidents-kandidaat Chirac wees op de maatschappelijke tweedeling (de veel besproken 'fracture sociale'), en in 1994 Le Destin des Immigrés schreef (uitg. Le Seuil), is tegen de Wet-Debré omdat die “strijdig [is] met Frankrijk en zelfs met het gaullisme”. Maar tegelijk zette Todd zich af tegen de huidige campagne van de duizenden cultuur-dragers.

Hij ziet in hun acties zelfs “iets pervers”.

Todd: “Men staat bijzonder onverschillig tegenover de werkelijke problemen van geïmmigreerden en gewone Fransen. Die zullen in deze oproep de wet te negeren opnieuw een bewijs zien dat de culturele elite meer solidair is met immigranten dan met economische slachtoffers. De volksklasse, die toch al radicaal verpaupert, voelt zich opnieuw weinig geliefd bij de culturele bovenlaag. Die zou met zijn betrokkenheid van nu meer overtuigen als zij zich even sterk opwond over de 12 procent werkloosheid.”

'Verzet' was de even sobere als dramatische kop boven het commentaar dat de hoofdredacteur van Le Monde dinsdag breed op zijn voorpagina plaatste. Zijn conclusie was helder: “Zolang de tijd er nog is” moeten de stellingen van extreem rechts met hand en tand worden bestreden. De dubbele strategie van 'fatsoenlijk' Frankrijk - ethisch veroordelen van het Front National en het wind uit de zeilen trachten te nemen door op praktische punten toe te geven - heeft niet gewerkt.

De hoofdartikelenschrijver heeft vaker gelijk dan hij kan krijgen. Dat was vorige vrijdag al gebleken toen Bernard Pivot zijn tv-programma Bouillon de Culture omgooide en helemaal wijdde aan het Verzet van de Cultuur tegen het doordrenkt raken van Frankrijk met opvattingen van voorheen extreem rechts.

Iedereen was er: de minister van cultuur, de cineast Tavernier, de ontslagen directeur van Châteauvallon en één van de twee troonpretendenten binnen het Front National, de bikkelharde populist en hoogleraar linguïstiek Bruno Gollnisch.

Iedereen deed zijn best, maar de frontist had het hoogste woord. Guy Sorman, schrijver en adviseur van premier Juppé gaf in de uitzending een positieve uitleg aan Gollnisch' aanwezigheid: “Eindelijk toont het Front National zijn ware gezicht. Zelden heb ik uw agressiviteit, uw misbruik van woorden zo goed kunnen beluisteren. U zegt: 'Als de verkiezingen voorbij zijn, hoort het debat over cultuur gesloten te zijn.' Dat is uw concept van democratie: winnen om hem daarna niet meer los te laten. U confisceert de democratie.” Waarop Gollnisch schreeuwde: “Ik mag zeker weer niet antwoorden? Ik zit hier als enige van de verdediging!”

Theaters in gevaar

Voor de meeste aanwezigen gaf regisseur Patrice Chéreau (La Reine Margot) de stemming na een uur bekvechten met de stoottroeper van het Front goed weer: “Ik vind dit debat een catastrofe. We slagen er niet in te praten, hij valt voortdurend in de rede. Intussen bezorgen we deze meneer een platform. We zijn de clowns in zijn circus. De vraag die mij bezig houdt is: moet je de democratie openstellen voor de vijanden van de democratie?” De schrijver-fotograaf Denis Roche had die vraag in het begin al negatief beantwoord en was uit zichzelf vertrokken.

Minister van cultuur Douste Blazy: “Dit debat is zo irreëel omdat het over kleine dingen gaat terwijl de democratie van dit land op het spel staat. Als je in een rijdende trein zit en je ziet dat een oude dame wordt aangevallen en je doet niks, dan ben je schuldig aan het niet-bijstaan van iemand in levensgevaar. Ik zit in de politiek om mensen zoals meneer Gollnisch tegen te spreken. Als ik, zeker als minister van cultuur nu niets zeg, dan is dat het niet-bijstaan van een republiek in gevaar, theaters in gevaar, concerten in gevaar. Het Front National wil onze cultuur aantasten.”

Charles Fiterman werd in '81 één van de vier communistische ministers die de eerste linkse regering van president Mitterrand mogelijk maakten. In '84 waren zij niet meer nodig, de socialisten hadden voldoende stemmen verzameld en Mitterrand had het Keynesiaans utopisme verruild voor het Europees liberaal-realisme. Fiterman heeft zich geleidelijk verder van de communistische partij verwijderd. Als politiek dakloze zoekt hij met zijn Forum Alternative Européenne nu een nieuwe formule voor 'een solidair Europa' waarin 'de vrije markt door participatieve democratie wordt getemd'.

Voor Fiterman, burgemeester van het dorp Tavernes in de Haute-Provence en vaak te vinden is in het cultureel verzet rond Ariane Mnouchkine en het Théâtre du Soleil, is de strijd tegen het Front National en de Wet-Debré op dit moment logisch. “Een systeem van surveillance en verklikken is absoluut onacceptabel. De regering neemt zijn toevlucht tot totalitaire maatregelen door de immigrant bij voorbaat als schuldige aan te wijzen. Als burgemeester zal ik deze maatregelen niet toepassen.”

Charles Fiterman voegt er met zachte stem aan toe: “Ik geloof in individuele verantwoordelijkheid. Wij moeten niet alles accepteren. Je kunt altijd kiezen.

Ik geloof in de verantwoordelijkheid van het Duitse volk als volk. Zoals Pétain (de leider van het met de Duitse bezetter samenwerkende Vichy-bewind, red.) het Franse volk medeverantwoordelijk heeft gemaakt. Mijn vader is tijdens de oorlog opgepakt en afgevoerd. Ik heb als pools-joodse jongen onderdak gevonden bij boeren in de buurt van Saint-Etienne. Als die, zoals de wet van Vichy toen voorschreef, mij hadden gemeld dan zou ik er nu niet meer zijn.''