'Babymarkt' volgens Nasdaq; Jonge NMAX mag niet aan debâcle van parallelmarkt herinneren

AMSTERDAM, 21 FEBR. Onder de sierlijke bogen van het beursgebouw in Amsterdam werd het P-woord gisteren met weerzin uitgesproken. De 'P' staat voor parallelmarkt, de “kraamkamer” voor jonge beursondernemingen, die enkele jaren geleden werd opgedoekt. Op de dag dat de Amsterdamse effectenbeurs een nieuwe baby-kamer installeerde had het beursbestuur er weinig behoefte aan nog eens te mijmeren over dit debâcle.

De Amsterdam Exchanges (AEX), zoals de beurs zichzelf tegenwoordig noemt, heeft een Nieuwe Markt onder de naam NMAX. Het gaat om “een voorportaal” van de officiële aandelenmarkt, waar pas opgerichte ondernemingen voor de financiering van hun snelle groei kapitaal kunnen ophalen bij beleggers die van een gokje houden. Het softwarehuis Polydoc is het “eerste schaap over de dam” met een beursgang in de eerste helft van maart, gevolgd door het high tech-bedrijf Prolion. De NMAX is bedoeld als de Nederlandse versie van Nasdaq in New York, waar Microsoft maar ook het Nederlandse Baan groot zijn geworden.

“De parallelmarkt zal wel weer ter sprake komen,” zei president-directeur G. Möller van de AEX gisteren zuur bij de presentatie van de NMAX. Hij voegde eraan toe “zich liever op de toekomst dan op het verleden” te richten. Een blik in het archief kan echter meer verhelderen zijn dan een in de kristallen bol.

De Amsterdamse beurs richtte in 1982 de parallelmarkt op. De eisen voor toelating waren lager dan voor de officiële markt, zodat ondernemingen vast konden wennen aan het bestaan als beursfonds. De introducties van bierbrouwer Grolsch en uitzendketen Content waren een succes. Die van Text Lite, Management Share en Infotheek een drama, doordat de bedrijven razendsnel tenonder gingen. Bedrijven meden sindsdien de parallelmarkt en Randstad maakte in een keer de sprong naar de officiële markt. Om nieuwe debâcles te voorkomen verscherpte de beurs de toelatingseisen zodanig, dat er nog nauwelijks verschil met de 'echte' aandelenmarkt was en in 1994 werden beiden markten samengevoegd.

De vraag is of de geschiedenis zich niet zal herhalen. De vertegenwoordigers van de beurs hadden daarop een batterij antwoorden klaar liggen. “Wij gaan verschrikkelijk ons best doen”, zei de een. “Onderzoek heeft uitgewezen dat de parallelmarkt eigenlijk helemaal niet zo'n mislukking was. Na een paar mislukkingen heeft de markt echter een stigma gekregen, waaronder ondernemingen zich niet meer wilden scharen”, zei een ander.

Iemand voegde er zelfs aan toe dat de Nieuwe Markt en de parallelmarkt onvergelijkbaar zijn: “Deze NMAX is bedoeld voor jonge, snelgroeiende ondernemingen. De parallelmarkt was bestemd voor kleine bedrijven.” De parallelmarkt werd destijds echter wel degelijk ook opgezet voor jonge, snelgroeiende ondernemingen zoals de automatiseringsfondsen Infotheek en het bedrijfje voor zaktelexen, Text Lite.

De verklaringen van J. Quist van de Rabobank klonken dan ook een stuk overtuigender dat die van de beursbestuurders. De Rabobank heeft naar eigen zeggen 6 miljoen rekeninghouders van wie de helft belegt en de afgelopen vijftien jaar heeft de bank het aantal particuliere beleggers spectaculair zien groeien. “Onder hun zijn beleggers die graag een deel van hun geld willen investeren in kleine fondsen met een groeipotentie, in 'high risk-high gains'-aandelen. Je kunt die ontwikkeling ook aflezen aan de groeiende rol van de 'informal investor' op de markt voor onderhandse leningen”, zei Quist.

Neemt zo het aanbod van meer speculatief kapitaal toe, ook de vraag ernaar stijgt doordat bedrijven meer dan voorheen in korte tijd veel moeten investeren in de groei. “De financieringscycli van bedrijven volgen elkaar steeds sneller op. De drang bij participatiebedrijven om hun bedrijven naar de beurs te brengen wordt groter”, constateerde Quist. Rabobank denkt dit jaar vijf kandidaten naar de beurs te begeleiden.

De tijden zijn echter niet alleen ten gunste van de nieuwe kraamkamer-markt veranderd. Europa kent inmiddels meer baby-markten, die meer of minder zijn gemodelleerd naar Nasdaq. Sinds enige tijd bestaat Easdaq, een Europese beurs voor beginnende ondernemingen.

In Londen functioneert de Alternative Investment Market (AIM), waaraan ook Polydoc is genoteerd. De NMAX denkt zich echter staande te kunnen houden door een pact met de Nouveau Marché in Parijs, met Neue Markt in Frankfurt en de Nieuwe Markt in Brussel, onder de naam Euro NM. De markten zullen in de loop van volgend jaar een gezamenlijk beeldscherm hebben met de koersen van alle fondsen bij elkaar.

De vraag is in hoeverre Euro NM overlapt met bijvoorbeeld Easdaq. “Easdaq is voor grotere ondernemingen”, zei een beursvertegenwoordiger niet geheel conform de realiteit.

Voor de grote voorlichtingscampagne van de NMAX volgende week begint moet in elk geval het grote smoezenboek van de beurs drastisch worden herzien.