Amerikanen begrepen de jazz van Weill niet; 48 uur durende radiodocumentaire over Kurt Weill

De opera Der Protagonist was de eerste die Kurt Weill schreef. “In de noten hoor je een zoeker,” zegt dirigent Gunther Schuller. Voor de 48 uur durende radiodocumentaire Componist Kurt Weill, die vanaf maandag wordt uitgezonden, nam Schuller het stuk opnieuw op.

Componist Kurt Weill. Vanaf maandag 24 februari wekelijks van 20.02-00.02 u, Radio 4.

Gunther Schuller slaat de maat en telt hardop. 1-2-3, 1-2-3, 1-2-3-4-5,1-2-3, 1-2-3-4-5-6-7, 1-2-3. “Kurt Weill maakt het orkestmusici in zijn eerste opera, Der Protagonist, niet gemakkelijk”, zegt Schuller. “Er zijn veel maatwisselingen, tempoveranderingen en plotselinge modulaties. In de noten hoor je een zoeker. Hier heeft Weill nog niet de persoonlijke stijl gevonden waaraan je hem later onmiddellijk kunt herkennen.”

Eind vorig jaar was de Amerikaanse dirigent en componist Gunther Schul ler in Nederland om met het Radio Symfonie orkest opnamen te maken van Der Protagonist (1924-25). Schuller, geboren in 1925 in New York, studeerde hoorn en compositie, speelde onder Toscanini en met Charlie Parker. Hij begon zijn componistenloopbaan als serialist, maar maakte naam als degene die de symfonische muziek en de jazz verenigde tot wat hij de 'Third Stream' noemde. Ook Weill, die klassiek was opgeleid, maakte in de muziek die hij na Der Protagonist componeerde veelvuldig gebruik van jazz-elementen.

Schuller: “Der Protagonist is geschreven in een toen gangbare moder nistische klankkleur, enigszins vergelijkbaar met de muziek van Hinde mith, die hij zeer bewonderde. Nog in het ongewisse over welke kant hij op zou gaan, zweeft zijn idioom tussen tonaliteit en atonaliteit.” Der Protagonist ging in 1926 in première in de Semperoper te Dresden. Dirigent was de legendarische Fritz Busch, heldentenor Kurt Taucher vervulde de rol van de Protagonist, een toneelspeler die werkelijkheid met illusie verwart, en in zijn glansrol een moord begaat.

Versluieren

De teksten van Der Protagonist zijn hermetisch. “De stijl van librettist Georg Kaiser is een mengeling van expressionisme, abractie en zelfs dadaïsme. Hij doet pogingen om de boodschap te versluieren. Er zijn momenten waarop het volkomen onduidelijk is wat hij wil zeggen. Ik denk dat Weill juist door deze combinatie van poëzie en abstractie wat in het stuk zag, al zal waarschijnlijk ook het feit dat de taal op momenten zeer vulgair is en seksueel geladen hebben meegespeeld in zijn appreciatie.”

Der Protagonist zal te horen zijn in het tweede deel van de radiodocumentaire Componist Kurt Weill, die vanaf maandag wordt uitgezonden. In twaalf afleveringen van vier uur komt vrijwel het gehele oeuvre van Weill tot klinken in historische of gloednieuwe uitvoeringen. Tevens wordt het leven van de componist geschetst aan de hand van brieven en documenten, en tientallen interviews die Willem Breu ker en Carrie de Swaan, de makers van de serie, de laatste twee jaar afnamen bij mensen die Weill van nabij hebben meegemaakt. Onder hen de 93-jarige Robert Vambery, die in Berlijn als regie-assistent meewerkte aan de Dreigroschenoper of Lys Symonette, in de jaren veertig Weills muzikaal assistente en tegenwoordig vice-president van de Kurt Weill Foundation. Ook komt Todd Duncan aan het woord, de eerste zwarte zanger die in Amerika furore maakte.

Van Der Protagonist bestond alleen een discutabele registratie op Italiaanse tekst, en daarmee namen Breuker en De Swaan geen genoegen. Gunther Schuller werd benaderd om de volledige Duitstalige versie vast te leggen.

Schuller was een logische keus. Hij was bijvoorbeeld degene die Weills opera Royal Palace, waarvan de partijen tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gingen, opnieuw orkestreerde aan de hand van een piano-uittreksel. Deze versie ging halverwege de jaren tachtig onder zijn leiding geënsceneerd in première bij de opera van San Franciso. Schullers affiniteit met Weill begon dertig jaar eerder, toen hij voor het eerst de legendarische opname hoorde van de opera Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny onder leiding van Wilhelm Brückner-Rüggeberg, met Weills echtgenote Lotte Lenya en Hans Busch als solisten.

“Deze Mahagonny heeft mijn leven veranderd.”

Kurt Weill, geboren te Dessau in 1900, studeerde bij Engelbert Hum perdinck en Ferruccio Busoni. Aanvankelijk componeerde hij instrumentale werken in een expressionistische, atonale stijl. Later bekeerde hij zich tot het theater en zou hij naam maken als de geestelijke vader van wat de Zeitoper is gaan heten: muziektheater met eigentijdse thema's en onderwerpen.

Zo speelt Die Dreigroschenoper zich af in de Berlijnse onderwereld van de jaren twintig en beschrijft Mahagonny de opkomst en ondergang van de goudzoekersstad uit de titel. Weills muziek is hier dienend aan de links georiënteerde teksten van Brecht, flirt schaamteloos met schlagers en jazz, maar is tegelijkertijd briljant en oorspronkelijk, lichtvoetig en diepzinnig.

Zijn joodse afkomst en politieke voorkeur dwingen Weill zijn vaderland te verlaten als Hitler aan de macht komt. In de jaren dertig emigreert hij naar Amerika, en laat zich naturaliseren. Hij behaalt daar met Johnny Johnson, The Eternal Road, Lady in the Dark en andere muziektheaterwerken nog tal van successen. In New York zal Weill in 1950 vroegtijdig aan de gevolgen van een hartkwaal overlijden.

Brillenglazen

Misschien is hij zelfs aan de tranen van weemoed gestorven, opperde musicoloog Heinrich Strobel in zijn necrologie. 'Ik stel me voor, dat hem midden in een schitterend succes op Broadway plotseling een herinnering aan zijn Berlijnse tijd te binnen valt. Dat hij de opwellende tranen onderdrukt door te schertsen met een medewerker die hem steeds weer voor het doek duwt. Maar wie door de dikke brillenglazen diep in zijn ogen kijkt, die zal tranen zien.'

Weill zou zich vreselijk over dit fragment hebben opgewonden. Hij voelde zich Amerikaan, en gispte een ieder die hem confronteerde met zijn Duitse origine. “Hoewel ik in Duitsland geboren ben, acht ik mezelf geen 'Duitse componist'. De nazi's vonden dat in ieder geval ook niet, en ik heb in 1933 hun land verlaten - een overeenkomst die ons beiden, mij en mijn meerderen, uitermate nuttig leek.”

Maar in de beleving van de tijdgenoot is hij altijd de Duitser in Amerika gebleven, een Europeaan die volgens Schuller maar zelden werkelijk werd begrepen.

Schuller: “Weill was natuurlijk een beroemdheid. Hij had shows op Broadway, maar is niet te vergelijken met de echte Broadway-songwriters, als Richard Rodgers, Jerome Kern of Irving Berlin - 'The Big Guys'. Het Amerikaanse publiek was van mening dat Weill te veel bleef leunen op de Berlijnse cabaretstijl. We rubriceren Die Dreigroschenoper nu als een door jazz beïnvloed stuk, maar je moet je realiseren wat daarmee wordt bedoeld.

De jazz die Kurt Weill in de jaren twintig hoorde was geen Amerikaanse jazz; hij kende geen Louis Armstrong, geen Coleman Hawkins. Wat hij in Duitsland had gehoord was de muziek van de jazzorkesten die op het Europese vasteland optraden. Dansorkesten met violen speelden een gecultiveerd soort jazz met nauwelijks improvisatie. Toen Weill in Amerika verbleef, vierde de swing intussen hoogtij:Benny Goodman, Artie Shaw, Charlie Barnet, Woody Herman. Die Amerikanen begrepen niets van de geraffineerde jazz van Weill.''

Ook als componist van het sociale drama leefde Weill in een andere wereld. Zijn maatschappijkritische stukken staan bol van anti-oorlogssentiment. Dat werd toentertijd amper begrepen. “In Amerika werkte men dag en nacht aan de productie van de machines en zware artillerie om de oorlog tegen Hitler te winnen. In zo'n stemming kan een stuk als Johnny Johnson, met zijn verhaal over de wreedheid en de zinloosheid van de oorlog, toch niet aanslaan?”

Schuller zwijgt even. Er klinkt een zweempje teleurstelling in zijn stem als hij tenslotte zegt dat hij Kurt Weill nooit persoonlijk heeft ontmoet. “Wij bevonden ons in verschillende kringen. Ondanks zijn successen, is Weill een perifere figuur gebleven in het Amerikaanse muziekleven. Maar waarschijnlijk heeft mij, als jonge hoornist, wel horen spelen in de opera.”