Ajax-jeugd heeft geen tatouage op de bil

De klassieker Ajax-Feyenoord, zondag in de Arena, is ook een strijd tussen twee jeugdopleidingen. Is de veelgeprezen Amsterdamse school nog wel toonaangevend?

AMSTERDAM, 21 FEBR. Johan Cruijff vroeg zich een paar maanden geleden hardop af, wat er loos was met het veelgeroemde opleidingsinstituut van Ajax. Hij sprak openlijk zijn twijfels uit over de kwaliteiten van de laatste lichting jeugdspelers. Er zijn meer insiders die ongeduldig wachten op een nieuwe ster uit de Amsterdamse gelederen. Wooter, Musampa en Melchiot, de jongelingen in de huidige selectie, kunnen aardig voetballen, maar ze drukken geen stempel op het eerste elftal.

Co Adriaanse is directeur opleidingen bij Ajax en verantwoordelijk voor de doorstroming. Hij heeft de kritische geluiden ook gehoord, maar weigert zijn pupillen af te vallen. “Ik kan een heel elftal opnoemen dat sinds 1992 is doorgestoten naar het eerste. En we praten sindsdien wel over Ajax op wereldniveau. In de tijd dat Cruijff hier trainer was, speelde Ajax nog tegen Malmö en Lokomotiv Leipzig. Dan heb je het over een heel ander niveau. Bovendien vertrokken in de jaren tachtig veel minder Ajacieden naar het buitenland. De doorstroming verliep geleidelijker.”

Adriaanse wordt in de kantine van sportpark De Toekomst omringd door enkele medewerkers. “Kijk eens naar Barcelona, alsof Jopie daar veel talent heeft klaargestoomd. Hou toch op”, klinkt het met een zwaar Amsterdamse accent. De ambivalente houding tegenover het orakel Cruijff valt van de gezichten van de medewerkers af te lezen. Hij heeft zijn verdiensten natuurlijk, maar hij moet niet uit zijn nek kletsen.

Adriaanse noemt De la Pena een groot talent van Barcelona, maar hekelt tegelijkertijd diens kale schedel. “Wij verbieden een vreemde haardracht niet, maar we praten het haar weer tot normale lengte. Excentrieke jongens vallen bij onze selectiecriteria door de mand. Volgens de huidige maatschappelijke normen zijn wij misschien ouderwets bezig, maar ik vind het eerlijk gezegd heel normaal dat een jongen zich netjes kleedt en geen tatoeage op zijn bil heeft.”

Robert-Jan Ravensbergen is zo'n keurige verschijning. Het haar stijlvol achterover, etend met twee handen, antwoordend met minimaal twee woorden. De 18-jarige verdediger behoort tot de drie jeugdspelers die in 1994 opzien baarden met de overstap van Feyenoord naar Ajax. De haperende opleiding in Rotterdam-Zuid had niet schrijnender aan het licht kunnen komen. “Ik ben nog steeds helemaal gek van die club, slaap bij wijze van spreken nog in een Feyenoord-pyjama”, zegt Ravensbergen. “Ik was alleen ontevreden over de studiebegeleiding en ik stond altijd in de file en de trainingen hielden ook niet over.”

Het talent uit Katwijk krijgt deze middag een kwartier de tijd om zijn verhaal te vertellen. Daarna moet hij studeren, zoals de strenge voorschriften van de Ajax-docenten voorschrijven. Ravensbergen slaagde vorig voor zijn HAVO-examen en studeert nu aan de MEAO. De meeste tijd spendeert hij op het voetbalveld. Hij heeft een hoop geleerd bij Ajax. “Mijn looptechniek is vooruitgegaan, mijn positiespel ook.” Ravensbergen spreekt van een mentaliteitsverschil. “Feyenoord is minder afstandelijk. Ajax heeft meer branie.” Zijn hart gaat nog altijd uit naar Rotterdam. Hij hoopt op een gelijkspel, zondag in de Arena.

Met de bouw van sportpark De Toekomst heeft Ajax niets aan het toeval overgelaten. Voor 25 miljoen gulden is een modern trainingscentrum uit de grond gestampt. De herinneringen aan het oude jeugdhonk aan de Middenweg vervagen bij het aanschouwen van de meest luxueuze snufjes. Geen krakkemikkige kleedkamers, geen pittoreske houten brug, geen doorweekte velden. De voorzieningen op sportpark Voorland lieten misschien te wensen over, het talent kwam vanzelf bovendrijven.

De Toekomst daarentegen is het Milanello van Nederland, maar dan zonder bomen en met een snelweg op de achtergrond. Het Ajax-complex kan zich meten met dat van AC Milan. Zes grasvelden, een kunstgrasveld, een krachthonk, een studieruimte en een hoofdtribune met 1.500 plaatsen. Adriaanse is trots op het nieuwe onderkomen. “Je investeert in een fundament van de club. Waarom zouden we hier een knollentuin aanleggen als je kunstgras kunt betalen? Een perfecte techniek leer je op een perfect veld. Nee, ik denk dat niemand terugverlangt naar die goede oude tijd.”

Adriaanse is het niet eens met de veronderstelling dat de afgelopen twee jaar geen groot talent is doorgestroomd naar het eerste elftal. “Wij gaan nog steeds uit van anderhalve speler per jaar. Door alle blessureperikelen is een aantal jongens eerder voor de leeuwen gegooid dan was gepland. Veel hangt af van het toeval. Als Ronaldo op het laatste moment niet voor PSV maar voor Ajax had gekozen, was Kluivert nooit de Kluivert met een salaris van bijna drie miljoen netto geworden.”

Ajax zal aan de transfer van Kluivert naar AC Milan niets verdienen, vanwege het aflopende contract van de midvoor. Door het Bosman-arrest lijken de clubs die steunen op hun jeugdopleiding aan de verliezende hand, maar het bestuur van Ajax weigert van zijn geloof te stappen. Adriaanse spreekt over het unieke spelsysteem met echte buitenspelers. Daarmee onderscheidt Ajax zich van de concurrentie. Een speler van buiten krijgt ongetwijfeld aanpassingsproblemen. Een speler uit de eigen kweek is opgegroeid met de Amsterdamse speelstijl.

“Maar ons systeem valt of staat natuurlijk met een goed veld”, zegt Adriaanse. “Als de grasmat in de Arena niet verbetert, kunnen we beter de bal meteen naar voren peren. Dan heeft rondtikken geen zin meer. Het systeem met de snelle balcirculatie kan ook tegen je gaan werken. Als het veld niet verbetert, kunnen we beter gaan selecteren op jongens die sterk zijn in de lucht. Dan slaan we het middenveld voortaan maar over.”

De vraag resteert in hoeverre Ajax zijn eigen talenten weet te behouden. Kapitaalkrachtige topclubs als AC Milan en Barcelona zouden kunnen overgaan tot het ronselen van piepjonge Nederlandse voetballers. De directeur opleidingen verwacht dat er in de nabije toekomst een regel komt die zulke praktijken verbiedt. “Tot die tijd moeten we maar hopen dat er geen Italiaan een flatje gaat bewonen in de Bijlmer, om elke dag bij ons te kunnen scouten. Dan praat je over kapitaalvernietiging. In dat geval kunnen we de tent beter sluiten.”