Aandoenlijk irritante streken

Hilary McKay: Hond Vrijdag. Vertaald uit het Engels door Martha Heesen. Querido. Vanaf 9 jaar. ƒ22,90

Arme Meneer Kluifjes; hij moet terug naar waar hij vandaan komt. De kinderen van de familie Robinson maakten hem van afgekloven karbonadebotten, gevonden op de composthoop in de tuin. Zijn rammelende ledematen zijn liefdevol verbonden met touwtjes. Op zijn schouders prijkt het hoofd van een lappenpop. Zijn scheppers zijn trots op hem.

Ze nemen Meneer Kluifjes zelfs mee uit logeren bij de buren. Knus en gezellig slaapt hij bij een van hun in de slaapzak.

Sindsdien willen hun ouders het geraamte niet meer zien, zelfs niet als hem een net harnas van blikjes is aangemeten. Ze staan wel toe dat hij een plechtige begrafenis en een grafsteen met een droeve tekst krijgt.

Hond Vrijdag van Hilary McKay is een luchthartig kinderboek, over het reilen en zeilen van een groep kinderen. Ze maken ruzie, bedenken geheimen en halen goedbedoelde stommiteiten uit. Er verschijnen tegenwoordig opvallend veel van dit soort onbekommerde, haast ouderwetse 'familieverhalen' voor kinderen, die doen denken aan Lindgrens beroemde Bolderburen-boeken. Zeker bij uitgeverij Querido, waar dit boek verscheen, lag de nadruk sinds 1980 in kinderboeken vaak op poëtisch taalgebruik en een bijzondere vorm. Hond Vrijdag daarentegen is, hoewel goed geschreven, eenvoudig van stijl. Het verhaal is chronologisch opgebouwd, zonder veel artistieke kunstgrepen.

Grote vragen zijn uitsluitend impliciet aan de orde: hoe leef je door als je vader sterft, hoe ga je om met een geestelijk gehandicapte jongen. Het boek bestaat vooral uit dialogen. Maar af en toe licht de verteller iets toe. Over het contrast tussen de hoofdpersoon Robin en zijn buren, de kinderen Robinson die ongehinderd door enige realiteitszin waanzinnige plannen maken, staat er kortweg: 'zij hadden ook lang niet zo snel groot hoeven worden als hij.'

Robin woont met zijn moeder in een groot bouwvallig huis aan de Engelse kust. 'Porridge Hall' heet het, want zijn opa werd rijk in de havermouthandel.

Sinds kort is het omgedoopt in hotel 'Zeezicht', maar de gasten blijven vaak weg. Veel meer dan havermout kunnen zij zich daarom niet veroorloven.

Robin is - noodgedwongen - een teruggetrokken jongetje. Zijn onderwijzer sommeerde de andere kinderen niet met hem te praten over het ongeluk waarbij zijn vader omkwam. Het bleek 'verbazend moeilijk (...) om alles over vaders en auto's te (...) ontwijken', dus zwijgen ze maar helemaal. Totdat een hond hem aanvalt en Robin, na zijn verblijf in het ziekenhuis, ineens de held van de klas is. Met de komst van zijn luidruchtige buren wordt zijn isolement voorgoed doorbroken.

Hond Vrijdag is vertaald door Martha Heesen, die zelf ook kinderboeken schrijft. Slechts af en toe schemert het Engels door: 'Niemand in de klas had ooit zoiets gruwelijks gezien, tenminste niet in levende lijve, om zo te zeggen.'

Dankzij de humor en de vaart van de tekst stoort het nauwelijks: 'Robins hechtingen zaten heel erg in levenden lijve; ze zaten in zijn linkerarm.' Zijn nieuwe vrienden, die zelf voortdurend ongelukken hebben, zijn niet onder de indruk.

Met een tocht langs een poedel achter een raam, een labrador in een auto en de geleidehond van de dominee ('die er veel netter uitzag dan de dominee zelf'), genezen ze hem van zijn hondenangst. Billy en Mier, een negenjarige tweeling en hun zusje Boontje gaan altijd zo voortvarend te werk. Dit in tegenstelling tot hun broer met de merkwaardige bijnaam Sun Dance. Zijn gedachten zijn een grote, bange chaos. Wat hem precies mankeert, wordt niet duidelijk.

Als Robin een halfdode hond op het strand vindt en hem van zijn moeder naar de politie moet brengen, kan Sun Dance dat niet verdragen. Het klopt niet met wat ze eerder zei, over de 'oude wetten' van het strandjutten. Wat je vindt mag je houden; hij blijft er het hele boek over raaskallen. Met grote moeite neemt hij uiteindelijk aan dat pas na zeven dagen, als niemand de hond is komen opeisen, de wetten weer gelden.

Sun Dance heeft een enorme fascinatie voor bloed en martelen. Als Robins moeder losjes opmerkt dat ze zeurende pensiongasten wel zou willen ophangen, is hij dol van geestdrift. Sadistisch is hij soms ook in zijn daden; hij laat een treiterende schoolgenoot bijna van de rotsen storten. Het knappe van dit boek is dat zoiets ronduit irritant, maar ook uiterst aandoenlijk is.