TOELATING

Elke openbare school moet een leerling die over het vereiste niveau beschikt voor de betreffende opleiding in beginsel accepteren. Volgens de wet hoort het hoofd van de basisschool aan te geven of “de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs in voldoende mate is gelegd”.

Het advies wordt aangevuld met een toelatingsexamen of een onderzoek naar de kennis en het inzicht van de leerling. In de praktijk is dat meestal de CITO-toets. Amsterdamse middelbare scholen mogen vanaf augustus 1997 alleen nog leerlingen toelaten op een schooltype dat is geadviseerd door het hoofd van de basisschool of op basis van de CITO-toets.

Een bijzondere school mag - in tegenstelling tot een openbare school- een leerling ook weigeren op grond van levensovertuiging. Wie niet tot de gewenste geloofsrichtingen behoort en toch graag naar een reformatorische school wil, kan in een gesprek met de schoolleiding zijn motivatie en zijn geloofsovertuiging toelichten. Soms wordt dan alsnog tot toelating besloten.

De Vereniging Besturenraad protestants-christelijk onderwijs heeft geen richtlijnen voor de toelating van leerlingen opgesteld voor de scholen.

Ook aankomende leerlingen van katholieke middelbare scholen moeten zich bewust zijn van de signatuur van de school. Volgens G. van Pinxteren van de Vereniging van Besturenorganisaties van Katholieke Onderwijsinstellingen horen de scholen duidelijk in hun informatieboekje te omschrijven welke eisen ze aan leerlingen stellen. “Leerlingen hoeven niet katholiek te zijn, maar ze worden wel geacht mee te doen met de catechese en met de bezinnende weeksluiting.”

In augustus van dit jaar gaat de eerste christelijk-islamitische middelbare school open. Net als de 29 islamitische basisscholen in Nederland is deze in Amsterdam gevestigde scholengemeenschap (Mavo, Havo, VWO) toegankelijk voor iedereen die de Koran respecteert. Volgens Abdullah Al Surinami van de Islamitische Scholen Besturen Organisatie (ISBO) hebben leerlingen met een andere geloofsovertuiging ook toegang tot de school. “Een Nederlands kind hoeft niet per se mee te bidden als ouders dat niet op prijs stellen.” De ISBO heeft een modelreglement opgesteld dat als basis dient voor het huishoudelijk reglement van de 29 aangesloten basisscholen en de middelbare school in oprichting. De gedrags- en kleedcodes verschillen echter onderling sterk van elkaar. Er zijn scholen die leerlingen zonder hoofddoek accepteren, terwijl een school met dezelfde signatuur een kind met een bedrukt T-shirt of geverfd haar buiten de poorten houdt.

In de praktijk komt het zelden voor dat een bijzondere school een leerling daadwerkelijk weigert op religieuze of levensbeschouwelijke grond. Wel werd het joodse Maimonideslyceum in Amsterdam een paar jaar geleden op religieuze gronden door de Hoge Raad in het gelijk gesteld, toen het de toegang aan scholier ontzegde, omdat zijn moeder niet-joods was. Scholen zijn vrij zijn te bepalen welke leerlingen worden toegelaten, mits ze geen onderscheid maken op basis van geslacht of ras.