Politicus van de buitendienst

De meningen over de bijdrage die PvdA-voorzitter Rottenberg aan de vernieuwing van zijn partij heeft geleverd, zullen wel altijd verdeeld blijven. En zo hoort het ook bij iemand die als controversieel te boek staat. Rottenberg was ook binnen de PvdA een figuur met een hoge divergentiescore: sommigen liepen met hem weg, anderen werden stapelgek van hem, een middenweg was er niet.

Jammer dat de tegenstanders van Rottenberg afgelopen zaterdag niets van zich lieten horen toen hij op het PvdA-congres afscheid nam als voorzitter. Het werd zodoende een heerlijke, Hollandse hypocriete begrafenisplechtigheid. Want wat waren ze allemaal bedroefd dat hij voortijdig als voorzitter moest vertrekken. Kleffe teksten als 'Felix, we zijn van je gaan houden', galmden door de zaal. En ja hoor, er waren natuurlijk ook tranen.

De rauwe werkelijkheid is dat de Haagse partijtop van de PvdA, bestaande uit premier Kok en fractievoorzitter Wallage, afscheid van Rottenberg had genomen reeds lang voordat hij ruim een jaar geleden ziek werd. Na de zo miraculeus verlopen verkiezingen van mei 1994, waarbij de PvdA ondanks het recordverlies van twaalf zetels toch als grootste partij uit de strijd kwam, ging voor Rottenberg de deur in Den Haag op slot. Natuurlijk, hij mocht nog wel langskomen, hij mocht ook nog wel het woord voeren, maar de politieke regie was vanaf dat moment volledig in handen van Wallage en Kok. Bij de kabinetsformatie bleek voor de partijvoorzitter slechts een marginale rol weggelegd.

Rottenberg was zeer teleurgesteld over zijn gedwongen plaats aan de zijlijn, maar Kok en Wallage hadden wel het staatsrechtelijke gelijk aan hun zijde. Partijvoorzitters zijn verantwoordelijk voor de ledenadministratie, niet voor de landspolitiek. Alleen valt te betwijfelen of zuiverheid in de leer voor Kok en Wallage de leidraad was bij hun handelen. Voor de echte politiek was Rottenberg in hun ogen gewoon te wild.

Hoewel zelf ook in het geheel niet afkerig van politiek bedrijven, heeft Rottenberg nadat hij in 1992 aantrad als voorzitter van de PvdA zich vooral verdienstelijk gemaakt als criticaster van de heersende politieke cultuur. Dat is knap voor iemand die al in 1973 (oftewel op de ongezond jonge leeftijd van 15 jaar) politiek actief werd. Het fascinerende is dat Rottenberg, toch eigenlijk een pur sang politicus, zich steeds wist te distantiëren van de 'waanzin' van datzelfde politieke bedrijf: de vergaderziekte, de bureaucratisering, de verkokering, de blikvernauwing. Dan was hij plotseling weer de politicus van de buitendienst die op al deze aberraties zijn partijgnoten genadeloos kon aanvallen.

De altijd waakzame Bart-ik-heb-altijd-gelijk-Tromp kan dan wel op wetenschappelijke wijze, inclusief de bijbehorende voetnoten, beweren dat Rottenberg als partijvoorzitter met zijn anarchistische werkwijze de procedures en reglementen te grabbel heeft gegooid, maar als die procedures en reglementen alleen nog maar een snel slinkend aantal amendementen-fetisjisten kunnen bekoren, heeft een partij natuurlijk wel een probleem. De zwakte van Rottenberg was alleen dat hij bij de oplossing van dit probleem doorsloeg. Zijn alternatief, de door hem georganiseerde kennisfestivals, informatiedagen en conferenties leidden misschien wel tot een 'interessant debat', een term die aan hem vastgeklonken zat, maar niet tot politieke besluitvorming. Integendeel, hierdoor werd slechts maximale vrijblijvendheid geïntroduceerd. Niet voor niets heeft Wim Kok als premier de laatste jaren nauwelijks last van zijn partij gehad. De beruchte apparatsjiks hadden geen forum meer.

Toch zou het uitermate jammer zijn als met het verdwijnen van Rottenberg ook de kritiek op het politieke bedrijf zou verstommen. Temeer daar zijn scherpe observaties juist niet louter de PvdA gelden, maar alle partijen en politici. De kracht van Rottenberg was dat hij altijd met zijn andere been in de wereld buiten de politiek is blijven staan. Daardoor is hij nooit onder de levensgevaarlijke Haagse kaasstolp terechtgekomen, maar zag hij tegelijkertijd wel van nabij de verwording.

In een interview met de bladen van de Geassocieerde Persdiensten (GPD) gaf Rottenberg hiervan een week geleden nog eens een prachtig voorbeeld toen hij het had over de informatievergaring van politici. “Kom bij mij niet aan met verhalen over bewindslieden die zo'n goede dossierkennis hebben. Want wat betekent dat nou, dossierkennis: op de achterbank van de auto met zo'n lampje stukken stampen of het Schwere Wörter zijn. Zo komt dus een HSL-beslissing tot stand. Dat heeft niets te maken met kennis nemen van verschillende visies en daar in rust een eigen mening op baseren.”

Dodelijker kan het haast niet, maar het is wel waar. Het jaar 1994 was het jaar van de nieuwe ministers, nieuwe staatssecretarissen en talloze nieuwe Kamerleden. Bijna allemaal zijn ze inmiddels opgezogen door de onzichtbare Haagse spons. Ze hollen van commissievergadering naar commissievergadering, leggen trajecten af en liggen aan het infuus van het ambtelijk apparaat dat nog steeds dezelfde taal spreekt als voor 1994. Politiek beperkt zich daardoor in hoge mate tot het beperkt amenderen van ambtelijke beleidsproduktie in plaats van het initiëren dan wel opzoeken van originele ideeën.

Rottenberg heeft die ontwikkeling proberen aan de orde stellen op een manier die tot jaloezie bij andere partijen leidde. Noodgedwongen door ziekte heeft hij zijn shocktherapie voortijdig moeten stopzetten. Ongetwijfeld zal het een stuk rustiger worden. Rottenberg heeft die rust nodig, maar de politiek nu juist niet.