Nieuwe generatie bejaarden aan de macht

ROTTERDAM, 20 FEBR. Sinds het terugtreden in najaar 1989 van Deng Xiaoping uit zijn laatste officiële functie - die van voorzitter van de Centrale Militaire Commissie - tot zijn dood op 92-jarige leeftijd gisteren is voortdurend, maar met afnemende urgentie, de vraag gesteld wat er na hem zou komen. Zou de turbulente geschiedenis van de Chinese Communistische Partij met haar verscheurende machtsstrijd ontaarden in een nieuw schisma en een tijd van troebelen ?

Wijlen Mao Zedong liet zijn eerste kroonprins, president Liu Shaoqi, doodmartelen en de tweede, maarschalk Lin Biao, kwam om na een mislukte putsch. Deng Xiaoping bracht twee kroonprinsen bloedeloos ten val, Hu Yaobang in 1987 en Zhao Ziyang in 1989. Begin jaren negentig werd steeds de vergelijking gemaakt tussen Mao's derde 'plaatsbekleder', Hua Guofeng, en Dengs eveneens derde keuze voor de top-post, Jiang Zemin. Na zijn finale rehabilitatie in 1977 holde Deng Xiaoping de machtspositie van Hua Guofeng een jaar later uit en in 1981, vijf jaar na Mao's dood, verdween Hua geheel uit de politieke arena. Zou Jiang hetzelfde kunnen overkomen?

Het antwoord is 'neen' - naar alle waarschijnlijkheid althans. Hua was een 'jongeman' van nog geen zestig en een Maoïst in een tijd dat het maoïsme volledig in diskrediet stond als de hoofdoorzaak voor China's verpaupering en chaos. Hij werd ten val gebracht door een collectief van revolutionaire veteranen onder leiding van Deng, die allen twintig jaar ouder waren in een politieke cultuur waar ouderdom gelijkstaat met wijsheid en respectabiliteit.

Jiang Zemin is beleidsinhoudelijk niet de ware erfgenaam van Deng Xiaoping. Deng blijft de grote hervormer, de mobilisator van economische energie en stimulator van hoge groei.

Jiang is een meer conservatieve man die niet de macht en visie heeft om een eigen koers uit te zetten en derhalve zig-zagt, relatienetwerken vormt, compromissen sluit en consensus nastreeft als primus inter pares van een collectief leiderschap. Hij heeft bijna acht jaar de tijd gehad om zijn macht te consolideren. De hoogbejaarden die destijd Hua, Hu en Zhao ten val brachten zijn op enkele secundaire uitzonderingen na dood. Jiang (71) is dus nu min of meer de onbetwiste leider van post-Deng-China.

Dat betekent echter niet dat er geen veranderingen komen en dat er geen tegenstellingen tussen persoonlijkheden zijn. De Chinese staatstelevisie heeft in januari een documentaire in twaalf delen over Deng Xiaoping uitgezonden, die behalve een hulde aan Deng ook het politieke manifest van Jiang Zemin is, en waarin hij zich als derde grote leider van China presenteert met dezelfde allure als Mao en Deng.

Een van de interessantste episodes uit het cinematografisch epos is een rede van de directeur van het Volksdagblad, de linkse ideoloog Shao Huazi, die uiteenzet dat het de grote historische verdienste van Deng Xiaoping is dat hij Mao niet heeft neergehaald zoals Chroesjtsjov met Stalin deed, maar alleen de fouten van Mao kritiseerde. Zodoende beschermde hij de historische positie van de buitensporige voorzitter en daarmee redde hij het regime - en zichzelf.

De boodschap is duidelijk. Jiang prijst Deng de hemel in en zal diens nalatenschap beschermen, maar wel een aantal correcties aanbrengen. De keerzijde van Dengs economische hervormingen, met name na diens laatste offensief in 1992 om alle ideologische obstakels tegen optimale economische groei uit de weg te ruimen, is vulgair materialisme, totale corruptie en een enorme toeneming van de verschillen tussen rijk en arm.

Jiangs instrument daartegen is het propageren van 'socialistische spirituele beschaving'. Marxistische clichés, ideologische opvoeding, wedergeboorte van oude communistische heiligen, zoals Lei Feng en Kong Fansen, en de creatie van nieuwe domineren al maanden de Chinese media. Mao Zedong had Dazhai, de ideologische modelboerderij waar spierkracht en opoffering tot de heilstaat moesten leiden. Deng Xiaoping had Daqiuzhuang, een nouveau riche dorp, waar boeren konden leren hoe ze snel rijk konden worden. Jiang Zemin heeft Zhangjiagang, een soort mini-Singapore bij Shanghai waar de mensen niet roken, spuwen en vervuilen en waar geen misdaad en niet eens bedrog bestaat. De mensen wedijveren er voor de 'Perfecte Burger Cup'. Dit moet de nieuwste versie van een Nieuw China scheppen na alle mensonterende politieke strijd van het Mao-tijdperk en het corrupte, primitieve kapitalisme van Dengs laatste jaren.

Maar moralistische leuzen zijn niet genoeg om de corruptie aan te pakken. Daarvoor zijn politieke hervormingen nodig, de creatie van onafhankelijke supervisie-organen, systematische toepassing van de wet, zowel voor partij-functionarissen als voor gewone burgers, een vrijere pers, enzovoorts. Dat alles zal er voorlopig zeker niet komen, want het voortbestaan van het machtsmonopolie en de privileges van de Communistische Partj gaat boven alles. Economische hervormingen worden in toenemende mate vertraagd omdat de conservatieven de verdere erosie van de staatssector een halt willen toeroepen, want die vormt de economische basis voor de politieke macht van de partij.

De relatieve eenheid van de afgelopen jaren in de topleiding zal later dit jaar op de proef worden gesteld. Een partijcongres zal macht en functies herverdelen en het belangrijkste probleem daarbij is de vervanging van Li Peng als premier.

Op het Nationale Volkscongres in maart 1998 zal Li na twee termijnen van vijf jaar aan het hoofd van de regering moeten terugtreden. Maar hij is dan pas zeventig en veel te jong om zijn macht op te geven. Een van de belangrijkste ontwikkelingen achter de schermen is dat Jiang Zemin manoeuvreert om voor eigen eer en glorie het partijvoorzitterschap, dat in 1980 door Deng werd afgeschaft, opnieuw in te stellen. Li Peng en Qiao Shi, de voorzitter van het nationale Volkscongres, zouden dan de vice-voorzitters worden. Algemeen wordt overigens betwijfeld of die twee zich tot secondanten van Jiang zullen laten degraderen.

De opvolging is dus weliswaar geregeld, maar niet compleet. China krijgt na langdurige dominering door oude heren van in de tachtig en negentig een nieuw oudemannenregime van heren in de zeventig. President Jiang Zemin is 71, premier Li Peng 70, Congres-voorzitter Qiao Shi 73, vice-premier Zhu Rongji 70 en vice-premier Qian Qichen 70. Zij zullen allen wellicht nog wel zo'n tien jaar aanblijven met nieuwe titels. De lichting die dan klaar staat om te regeren zal tegen die tijd ook overwegend bestaan uit mensen rond de zeventig. De conclusie is dat China naar verwachting zijn hoge economische groei voor onbepaalde tijd zal voortzetten en materieel een moderner en welvarender land zal worden. Maar op politiek gebied zal het een gerontocratie blijven, conservatief, geheimzinnig, zo niet sinister en repressief.