Nadenken

naam: Mounia Hajji; leeftijd: 12; woonplaats: Amersfoort; school: Johan van Oldenbarnevelt; Gymnasium, Amersfoort; klas: 1; hobby's: spannende boeken lezen

“Het mooiste aan deze school vind ik de hoge plafonds in de gangen. Ik ben hier wel tevreden. Er wordt op deze school veel gekletst en daaraan kun je zien dat het een gezellige school is. Als mensen met hun armen over elkaar zitten zwijgen, dan kun je beter ergens anders naartoe gaan.

“Mijn broer en zus zitten op het Vallei College, dat is ook in Amersfoort. Ze doen allebei VWO. Wij kunnen goed leren. Ik denk dat je wel kunt zeggen dat het bij ons in de familie zit. Ik zou eerst ook naar die school gaan omdat mijn broer en zus daar al zitten en mijn vriendinnen er ook heen gingen. Ik was er al een paar keer geweest en de sfeer beviel me wel.

“Ik had dus al gekozen voor een school toen mijn lerares van groep 8 op een dag zei dat ik misschien naar het gymnasium kon. Mijn ouders vonden dat een goed idee. Ik was er zelf ook blij mee. Ik vind dat je altijd moet proberen zo hoog mogelijk te komen. Het is niet jammer dat ik nu niet op dezelfde school zit als mijn vriendinnen, want ik heb hiervoor gekozen. Het was mijn beslissing en niet die van iemand anders.

“Wat ik wel jammer vind, is dat ik nu geen Arabisch meer kan spreken op school. Op de basisschool kon dat nog wel, want daar zaten meer buitenlandse kinderen in de klas. Hier ben ik de enige Marokkaanse in de brugklas. Hoe dat komt? Vast niet omdat buitenlandse kinderen niet de gelegenheid krijgen naar een school als deze te gaan. En ook niet omdat ze van hun ouders niet mogen. Ik kan me niet voorstellen dat die ouders niet willen dat hun kind voor deze school kiest omdat hier weinig buitenlandse kinderen zitten. Ze zijn juist blij, denk ik, als ze horen dat hun zoon of dochter de kans krijgt om naar een hoge opleiding te gaan. Ik denk dat buitenlandse kinderen zelf kiezen voor een school met meer buitenlandse leerlingen. En dus niet voor deze school.

“Mijn ouders zeggen vaak dat ze trots op me zijn. Voor ieder goed rapport krijg ik geld, dat ik niet uitgeef. Ik stop het in mijn spaarpot - voor later. Ik wil proberen een zo hoog mogelijke baan te bereiken.

Het liefst wil ik werk waarbij je veel moet nadenken. Niet zoiets stoms waarbij je alleen maar op een knopje hoeft te drukken.

“Ik heb wel zin in de tweede klas. Dan krijg ik Grieks erbij en dan kan ik twee klassieke talen spreken. Verder zal er niet zo veel veranderen denk ik.

Ja toch. De broeken. Kinderen uit de hogere klassen dragen strakkere broeken.

In de brugklas draag je nog gewone.''