Mix

naam: Joost Groenewegen; woonplaats: Delft; leeftijd: 13; school: Categoriale Johanna Westerman School voor MAVO in Den Haag; klas: 1; hobby's: muziek mixen

“Ik zit iedere ochtend drie kwartier in de tram naar Den Haag. Maar dat heb ik er wel voor over. Van zitten word je niet moe. Behalve de Johanna Westerman School heb ik nog meer scholen bezocht die wat verder van huis lagen. Ik ben bijvoorbeeld ook naar de open dag van een school in Scheveningen geweest. Kon je vanuit het raam de duinen zien, maar daar moet je niet op letten bij het kiezen.

“Ik ben in groep zeven blijven zitten, maar ik zie mijn vrienden uit die klas nog steeds. Zij zitten inmiddels op het Stanislas College in Delft.

Mijn zus zit daar ook op en mijn ouders kennen de leraren daar. Maar ik vind die school te groot en de kinderen die daar rondliepen, leken me niet leuk omdat ze zo stoer deden. Dat heb je hier ook wel hoor, maar als je die kinderen beter leert kennen, zijn ze vaak juist aardig. Daar kun je je ook makkelijk in vergissen.

“We hebben thuis veel gepraat over alle scholen die we hadden bezocht. Soms waren we het helemaal niet eens, maar ik mocht zelf beslissen. Ik had me hier na de open dag tijdelijk ingeschreven en toen ik zeker wist dat ik er niet meer over hoefde na te denken, hebben we opgebeld en bevestigd. Nee, ik kan me niet voorstellen dat je voor een school kiest alleen omdat je vrienden er naartoe gaan.

“De eerste dag was het wennen omdat je het je altijd anders voorstelt. We werden in groepjes ingedeeld, dat was nog niet je vaste klas. Dat vond ik toen vervelend, maar nu snap ik wel waarom ze dat deden. Zo leer je ook kinderen uit andere klassen kennen. Op deze school is er daardoor ook contact tùssen de klassen. Volgens mijn vrienden uit Delft is dat bij hen helemaal niet.

“De extra dingen die een school doet, zijn belangrijk. We krijgen iedere week een uur les in drama, dat hebben de meeste scholen niet. Tot nu toe hebben we alleen nog maar oefeningen gehad. Dan moeten we emoties uitbeelden. Trots of blijheid. Het verschil daartussen is moeilijk om te laten zien. De klas moet raden wat je bent en dan meespelen door je te troosten of zo.

“Vorig jaar was dit nog een meisjesschool. Het is denk ik wel beter als je jongens en meisjes door elkaar mixt. Er zitten niet veel jongens in mijn klas, zes maar. Een paar van mijn klasgenoten willen nu weer aparte gymlessen. Ik vind het fijner om met de hele klas te gymmen, maar soms is het niet handig.

Als we basketbal of volleybal spelen, dan willen de meisjes niet serieus meedoen. En als we aerobics krijgen, vinden zij dat springen leuk, maar daar is voor ons echt niks aan.

“In de pauzes is er een duidelijke scheiding. Alle jongens staan om het tafelvoetbal en het tafeltennis heen, maar het is niet zo dat we de meisjes er niet bij laten.”