Mest en pest beproeven Van Aartsen

Zichtbaar nerveus spoedt minister Van Aartsen zich van Den Haag, via Odiliapeel naar Brussel en weer terug naar Den Haag, om een oorlog op meerdere fronten te voeren. De positie van de minister van landbouw en Visserij is deze dagen geprangd.

DEN HAAG, 20 FEBR. Het lijkt wel alsof de tijden van de Republiek der Verenigde Nederlanden zijn teruggekeerd. De Gelderse politie patrouilleert langs de Maas, grensrivier met Noord-Brabant, om er op toe te zien dat besmette varkens niet haar gewest worden binnen gesmokkeld. België krenkt Brabants trots door varkens uit De Peel af te slachten. Het ontbreekt er nog maar aan dat de Leidse Studentenweerbaarheid Pro Patria de Belgische actie aangrijpt als casus belli om de inschrijving voor een nieuwe tiendaagse veldtocht te openen.

Het meest manifeste teken van een natie in bijna-noodtoestand is echter de fysieke situatie van de minister van Landbouw en Visserij, Jozias van Aartsen. De anders kaarsrechte lichaamshouding van de bewindsman, is nu soms wat gebogen. Zichtbaar nerveus spoedt Van Aartsen zich van Den Haag, via Odiliapeel - behalve geboorteplaats van oud-minister Braks ook centrum van de varkenspestepidemie -, naar Brussel en weer terug naar Den Haag, om een oorlog op meerdere fronten te voeren. De ene keer is het de onvoorspelbare varkespestepidemie die hem tot voortdurende oplettendheid dwingt. De andere keer wordt de vastberadenheid van de bewindsman getest door een kwart eeuw durende mest-discussie, gisteren opnieuw in de Tweede Kamer.

Hoe geprangd de positie van de minister deze dagen is, bleek eergisteren. Door alle besognes moest Van Aartsen verstek laten gaan als voorzitter van de Europese landbouwraad bij een belangrijke zitting van het Europees parlement in Straatsburg. Aan de door hem aangekondigde hervorming van het Europese subsidiestelsel komt hij als voorzitter evenmin toe. Tevens verkeek de minister zich op het Europese exportverbod van Nederlands varkensvlees. Sprak Van Aartsen vorige week nog van een 'paniekreactie', gisteren schikte de bewindsman zich in de 'onvermijdelijkheid' van de verlenging van het verbod.

Toch lijkt de oud-topambtenaar van Binnenlandse Zaken, die in 1993 vergeefs solliciteerde naar het burgemeesterschap van Utrecht, maar een jaar later tot veler verrassing minister van landbouw werd, bij zijn worsteling langzaam boven te komen. Enkele dagen geleden peuterde hij in Brussel tientallen miljoenen los als schadevergoeding voor door de pest gedupeerde varkenshouders. De toezegging onderstreepte nog eens het krediet dat Van Aartsen in Europese kring heeft. Een Europese inspectie-team beoordeelde gisteren de manier waarop de Nederlands overheid de pestepidemie bestrijdt, als “excellent”. Ook de Brabantse CDA-gedeputeerde voor landbouw Van Geel is vol lof over de “daadkracht” van de minister.

Na de nodige tegenslagen lijkt de bewindsman tevens greep te krijgen op het weerbarstige mestdossier. Van meet af aan was dit onderwerp dé testcase van de aanpak die de liberaal Van Aartsen op de door christen-democraten gedomineerde landbouwwereld wilde loslaten. De ondoorzichtige en fraude-gevoelige wetgeving, zou moeten worden vervangen door heldere, afdwingbare regels. Tevens wilde de liberaal breken met corporatistische trekken van de landbouwpolitiek. Niet de boerenorganisaties, maar Kamer en kabinet zouden in democratische samenspraak regels en wetten bepalen.

Van Aartsen, politieke leerling van Hans Wiegel van wie hij ooit assistent was, oogstte veel symphatie met deze methode. Boeren bewonderden zijn voortvarende aanpak van de BSE-crisis, omdat hij de reputatie van de Nederlandse rundvleessector in de wereld veilig stelde. De milieu-beweging zag in Van Aartsen een bondgenoot tegen vervuilende boeren. Zijn politieke aanpak vulde bovendien het machtspolitieke vacuüm dat de versplintering van het middenveld in de landbouw had achtergelaten. Door dalende ledenaantallen waren de confessionele organisaties gedwongen te fuseren tot een nieuwe organisatie: LTO-Nederland. Een deel van de boerenstand radicaliseerde onder invloed van de concurrentie- en milieu-problemen, en splitste zich in actie-comitees. 'Wij zijn het zat' van Wien van den Brink is de bekendste.

Toch leek aanvankelijk het mest-spook, dat landbouwministers tot wanhoop had gedreven, ook Van Aartsen in zijn greep te krijgen. Ambtenaren van het departement die een centralistische aanpak gewend waren, liepen Van Aartsen voor de voeten in zijn pogingen regio's te betrekken bij de reductie van de mest. Het duurde een half jaar langer dan gepland voordat hij zijn aanpak met collega De Boer van milieu had weten af te stemmen.

De Raad van State was zeer kritisch over de mestnota van de twee ministers. De methode om elke boer een mineralenboekhouding te laten bijhouden en hoge boetes op te leggen bij overschrijding van de mestnormen, vond het adviesorgaan op onderdelen ondoorzichtig, moeilijk uitvoerbaar en daardoor fraude-gevoelig. Het waren precies de bezwaren die Van Aartsen altijd had gekoesterd tegen de CDA-politiek.

Het grootste probleem was echter dat zo'n 10.000 varkensboeren domweg weigerden de regels van Van Aartsen uit te voeren. Mede door het wegvallen van het middenveld bleek het moeilijk voor de overheid greep te krijgen op het gedrag van de boeren. In een opzienbarende actie van veeboeren, vorig jaar in Assen, werden zelfs mestdossiers gestolen. De boycot kreeg een partijpolitiek tintje toen bleek dat CDA-wethouders als H. Verkampen uit Gemert voorop gingen lopen bij de boeren-acties.

VVD-woordvoerder P. Blauw vreesde dat de aanpak van Van Aartsen de vijf zetels die boeren en tuinders zijn partij in 1994 hadden bezorgd, terug zouden vloeien naar het CDA. Eind vorig jaar stelde hij dan ook de 'nulheffing' voor: wel boetes instellen voor boeren die de normen overtraden, maar niet die boetes heffen. Zijn coalitiepartners van PvdA en D66 vonden dat een oplossing met een hoog CDA-gehalte, en slecht voor het milieu. De coalitie raakte verdeeld. De aanpak-Van Aartsen leek in het niets te eindigen.

Gisteren wist de minister echter het initiatief voorlopig weer naar zich toe te trekken. De drie coalitie-woordvoerders, vorige week bijeen op het landbouwministerie, kwamen met de ministers Van Aartsen en De Boer overeen wel een heffing door te voeren, maar de hoogte ervan te verlagen. Bovendien zouden kunstmestfosfaten niet meer meetellen in de bepaling van de milieu-belasting.

CDA-woordvoerder R. van der Linden, die gisteren bij het mestdebat het nakijken had, spreekt van een “puur politiek compromis, dat er op is gericht de boycot van de varkenshouders van de mineralenboekhouding niet over te laten slaan naar de rundveehouderij.” Het is volgens hem vooral de laatste sector die van de afgesproken versoepelingen profiteert. “Maar het milieu wordt de verliezer. Ik vraag me af hoe milieu-minister De Boer hiermee akkoord heeft kunnen gaan”, aldus Van der Linden.

De verdeel- en heerspolitiek van Van Aartsen lijkt echter te werken. Hoewel boer Van den Brink vanmorgen nog eens herhaalde 'tegen' te zijn en 'tegen' te blijven, kwamen gisteravond van andere boeren-organisaties iets positievere geluiden. Misschien dat Van Aartsen, mede door zijn geroemde aanpak van de varkenspest, er in slaagt om opstandige varkensboeren zoals Van den Brink te isoleren. Wel dreigt de minister de milieu-beweging als bondgenoot kwijt te raken. Die beraadt zich inmiddels op mogelijke acties.