Malpertuis doet recht aan Schmitts 'De Bezoeker'

Voorstelling: De bezoeker van Eric-Emmanuel Schmitt door Theater Malpertuis. Regie: Tanya M. Zurda. Spel: Sam Bogaerts, Robby Cleiren, Arnaud Jacobs, Hilde Wils. Gezien: 19/2, Brakke Grond, Amsterdam. Aldaar t/m 22/2. Tournee t/m 17/3. Inl. (020) 6264545.

De boekenkast is een suggestie van zichzelf: de planken eindigen aan één kant abrupt in het niets. Dat doet ook de houten vloer onder het massieve bureau. Een in keurige stukken geknipte kelim dient her en der als overige vloerbedekking, één stuk hangt over de beroemde divan. Dat meubelstuk, met rode velours overtrokken, heeft trouwens de vorm van een mond, een zinnelijke sculptuur in een voor het overige stofnesterig fin de siècle-interieur.

Uit het decor van Patrick Durwael zijn de benadering van regisseur Tanya M. Zurda maar ook het stuk van Eric-Emmanuel Schmitt perfect af te lezen. De bezoeker, Schmitts eerste officiële toneelwerk uit 1993, was in zijn geboorteland Frankrijk en in de vijftien landen waar het tot nu toe werd opgevoerd direct een groot succes. Filosoof van huis uit, schreef Schmitt het stuk naar aanleiding van een televisiejournaal; de gedachte dat God erg gedeprimeerd moest raken van alle gemelde ellende vermengde zich met het beeld van de getraumatiseerde Schepper op de sofa van Freud. De confrontatie van twee personages die niet in elkaar geloven, werd het uitgangspunt van zijn stuk, dat zich afspeelt in Freuds werkkamer in Wenen op een avond in april 1938, enkele weken na de Anschluss en anderhalve maand voordat de bejaarde, aan kaakholtekanker lijdende grondlegger van de psycho-analyse naar Parijs vlucht.

Schmitts stuk toont het moment, waarop Freud - dodelijk verontrust omdat de nazi's zijn jongste dochter en oogappel Anna hebben meegenomen - terugkomt op zijn voornemen voor niets en niemand te vluchten. Hij krijgt bezoek - van De Bezoeker. De onbekende, die niet kan of wil zeggen wie hij is, blijkt alles te weten over Freuds verleden én toekomst. Er ontstaat een verbaal steekspel tussen gast en gastheer dat net zo goed reëel kan zijn als een vorm van introspectie van de aan zijn lot overgelaten en vertwijfelde Freud.

Die ongewisheid, het grijs waarvan de toeschouwer zelf moet uitmaken of hij naar werkelijkheid of verbeelding kijkt, is de kracht van Schmitts stuk, te samen met de wonderlijk laconieke woordkeus, waarmee de gruwelen van de tijd worden besproken. Subtiel en langzaam sijpelt in het onwrikbare wetenschappelijke bewustzijn van de Weense neuroloog het besef door dat er misschien meer is tussen hemel en aarde dan het waarneembare en de daaruit afgeleide analyse alleen. Zodanig dat hij, als zijn geheimzinnige gast aan het slot wil verdwijnen zoals hij gekomen is - door het raam - uitroept: “U gaat niet door het venster naar buiten, zoals een mens, zoals een flessentrekker. U verdwijnt hier, onder mijn ogen!”

Spel en enscenering van theater Malpertuis respecteren Schmitts vaak even komische als filosofisch getinte grijsschakeringen. Terecht koos Zurda voor uit het lood hangend realisme. De kleding van de nazi (Arnaud Jacobs) is een slechts in de verte aan een uniform herinnerend ratjetoe, zijn verbeten vernielzucht ten aanzien van de boeken in huize Freud wordt onderstreept door een uit de lucht vallende chaos van papieren. Robby Cleiren speelt De Bezoeker, misschien God zelf, als een neurotische drift- en pestkop, die als de vragen hem te gortig worden, doodleuk uit de hypnose stapt en Sam Bogaerts (met kankergezwel op de wang) vermengt zijn twijfel heel mooi met in het geheel niet aan de orde zijnde gelatenheid.

Alles is vreemd en ontregelend: deze versie maakt van De bezoeker even goed een cultuurpessimistisch tractaat als een onschuldig, vrolijk ogend sprookje. Dat is kwaliteit.