Klunder voelt zich in de steek gelaten

Voorstelling: Vette jus, door Bert Klunder. Regie: Kees Prins. Gezien: 18/2 in Klein Bellevue, Amsterdam. Aldaar t/m 22/2; tournee t/m 2/5. Inl. 030-2313416.

Hij ziet het somber in met de mensheid, de man die door Bert Klunder wordt gespeeld. “Wat wéten we nou?” roept hij uit. “We wéten toch niks? We zijn gewoon in de steek gelaten, halverwege.” Hij heeft het sterke vermoeden dat Degene Daarboven, die alles regelt, de dieren voortrekt en de mensen laat aanmodderen. En de wetenschappers hebben de antwoorden evenmin; die zijn er na lang studeren eindelijk achter gekomen dat de hersenen uit twee helften bestaan, alsof niet alles uit twee helften bestaat - een fiets, een banaan en een telefoonboek toch óók?

Hij is de gewone man die er het zijne van zegt, zittend op een keukenstoeltje, terwijl hij aardappelen schilt en af en toe in de richting van de coulissen foetert op zijn vrouw die aanstalten maakt bij hem weg te gaan. Hij is verongelijkt en in de war. Net als iedereen, denkt hij, want er zijn duizend vragen - en antwoorden, ho maar. “Als ik wist hoe het moest, was ik allang ergens aan begonnen”, moppert hij, “Ik ben niet debiel.”

Al twee keer eerder speelde de cabaretier Bert Klunder de ietwat slonzige man met het vettig ogende, achterovergekamde haar, de opgetrokken wenkbrauwen, de grove stemverheffingen, de bozige intonatie en de ontevreden gelaatsuitdrukking. Vette jus sluit het drieluik af, en nog treffender dan voorheen legt hij dat type de woorden in de mond waarmee het wanhopig van zich af tracht te bijten. Hij is zo'n man die door de vrouwen bot wordt bevonden, dat beseft hij wel. Wij, de mannen, hebben immers hun gevoel niet: “Wij voelen nooit iets. Ja, bij een doelpunt...”

Het is een zwartgallige monoloog met rake grappen, waarin Klunder een geslepen spel speelt met de denkwereld van zijn personage. Hij heeft er de lachers meer dan ooit mee op zijn hand. Maar gaandeweg wordt hij deerniswekkender, en tenslotte blijft er weinig meer te lachen over. En als hij tenslotte het verhaal heeft verteld van de man die wilde vliegen, en die te dicht bij de zon kwam, kan hij op dat stoeltje alleen nog maar tegen de technicus zeggen dat nu het licht uit moet.