Kamer: wet tegen schoolsponsoring, geen convenant

ROTTERDAM, 20 FEBR. De fracties in de Tweede Kamer van de regeringspartijen PvdA, VVD en D66 willen bij wet de sponsoring in het basis- en voortgezet onderwijs aan regels binden. Daarmee keert een Kamermeerderheid zich tegen het convenant dat staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) vorige week sloot met vijftien organisaties, waaronder de Consumentenbond en onderwijsorganisaties.

In het convenant beloven basis- en middelbare scholen dat zij vijf jaar lang “verantwoord en zorgvuldig” met sponsoring om zullen gaan. Het zijn vrijwillige afspraken. Scholen die zich hier niet aan houden, kunnen derhalve niet worden aangepakt. Schooldirecties gaan met sponsors in zee omdat zij naar eigen zeggen met de bekostiging door de overheid niet uitkomen. Ook vragen zij bijdragen van de ouders om hun budget aan te vullen. Er zijn scholen die op deze manier vijftien procent van hun budget binnenhalen.

Het Tweede-Kamerlid S. Dijksma (PvdA) is beducht voor “sluipende processen” bij de sponsoring van scholen. De afhankelijkheid van een sponsor kan in de loop van de tijd toenemen, aldus Dijksma. Zij voorziet dat de sponsor als tegenprestatie ook meer zal gaan vragen. De klachtencommissie waarin is voorzien kan bovendien lichtvoetig gaan oordelen over de voorstellen van een sponsor als de financiële gevolgen van een 'neen' daarbij worden betrokken. De PvdA wil daarom een wettelijke verankering van de sponsoring.

Voor D66 biedt het convenant geen houvast in tegenstelling tot een wettelijke regeling. Bovendien heeft de Onderwijsinspectie geen mogelijkheid in te grijpen als sponsoring te ver gaat, aldus het Kamerlid U. Lambrechts. D66 wil ook een minderheid van de ouders bescherming bieden. In de wet moet daarom worden vastgelegd dat ook een minderheid van de ouders een sponsorovereenkomst moet kunnen afwijzen. Lambrechts vreest dat sponsors ten onrechte gebruik zullen maken van “het aura van waardevrije informatie” die de leerlingen op school krijgen aangereikt. De kinderen dienen “meer bescherming” te krijgen, aldus Lambrechts. Zij vindt bijdragen van sponsors “niet de goede oplossing van het probleem” als daarmee structurele financiële tekorten van de scholen worden bestreden.

De VVD onderstreept dat sponsoring geen liefdadigheid is. De sponsor zal een tegenprestatie verwachten, aldus het Kamerlid C. Cornielje. De VVD heeft geen probleem met het convenant zoals de staatssecretaris dat heeft afgesloten. Maar dan moet wel tegelijkertijd bij wet worden geregeld dat ook de leraren instemmingsbevoegdheid krijgen over contracten met sponsors.

Cornielje: “We moeten voorkomen dat ouders in de medezeggenschapsraad instemmen met verregaande contracten, waardoor de ouderbijdrage omlaag zou kunnen.” Sponsoring raakt toch aan het onderwijs en aan de onderwijsmiddelen, aldus Cornielje. Hij vindt daarom dat op school ouders en leraren het eens moeten zijn over de omvang van de sponsoring en over de tegenprestatie die de school moet leveren.