Hockeybond kan geen geld betalen voor interlands

ROTTERDAM, 20 FEBR. Voorzitter W. Cornelis van de Nederlandse hockeybond (KNHB) ziet geen mogelijkheden voor de bond om de Nederlandse spelers te betalen voor het spelen van interlands. “Wij zijn geen principieel tegenstander van financiële vergoedingen, maar weten werkelijk niet waar we het geld vandaan zouden moeten halen”, zegt Cornelis.

Onder leiding van aanvoerder Stephan Veen drongen de internationals onlangs in een gesprek met bondsdirecteur J.H. Wakkie aan op een financiële vergoeding. De selectie meent dat sprake is van steeds verdergaande professionalisering van de hockeysport. Zij menen dat de KNHB in navolging van andere sportbonden in Nederland moet kiezen voor het loon-naar-werken-prinicpe. Daarnaast houden de inspanningen en de prestaties van de nationale ploeg volgens de internationals geen gelijke tred met de inkomsten.

Net als bondsdirecteur Wakkie zegt Cornelis begrip te hebben voor het standpunt van de Oranje-spelers, maar wijst hij op de smalle financiële marges van de bond. “Twintig sponsors wil nog niet zeggen dat wij geld tot onze beschikking hebben om zomaar even spelers te gaan betalen. De vijfhonderd gulden die ze maandelijks van het NOC*NSF krijgen, daar staan wij volledig achter. Dat bedrag is in onze ogen ruim voldoende. Laten we niet denken dat hockeyers armlastig zijn.,

Hockey is en blijft volgens Cornelis een amateursport, alle verhalen over ontluikend semi-professionalisme ten spijt. “De spelers moeten zich realiseren dat ze met hockey niet hun brood kunnen verdienen. Bovendien zijn ze niet in dienst van de bond, maar mogen ze uitkomen voor het Nederlands team. Dat is wel even een verschil. Mijn persoonlijke insteek is nog steeds: hockeyen doe je voor je plezier en niet voor het geld.”

Cornelis geeft de voorkeur aan maatschappelijke begeleiding van de internationals zoals de bond dat in haar topsportbeleid heeft geformuleerd. Dinsdag presenteerde de KNHB een nieuwe geldschieter, uitzendorganisatie Content Beheer. Het landelijk opererende bedrijf zal spelers en speelsters van het Nederlands elftal maatschappelijk ondersteunen in de vorm van arbeidsbemiddeling, gerichte opleidingen en carrièreplanning. Cornelis: “Wij doen zo'n beetje alles voor de internationals wat binnen onze vermogens ligt. Aan twee volledige selecties bijvoorbeeld duizend gulden per persoon uitkeren past duidelijk niet binnen onze mogelijkheden.”

International Wouter van Pelt is een van de internationals die door de bond vorig najaar aan een tijdelijke werkplek werden geholpen. De 28-jarige middenvelder van HDM loopt momenteel stage bij de KLM. Volgende maand hoopt de student informatica af te studeren. “Dat mag zo langzamerhand ook wel eens, want ik heb er inmiddels tien jaar opzitten”, zegt Van Pelt.

De studievertraging is een gevolg van de moeizame verhouding studie-topsport, zegt Van Pelt. Tijd voor een bijbaan vond de hockeyer de afgelopen jaren niet. Om zijn maandinkomen aan te vullen verzorgt hij veel trainingen. “Met als gevolg dat je nog minder tijd overhoudt voor zowel hockey als studie.” De maandelijkse bijdrage van NOC*NSF noemt Van Pelt een meer dan welkome aanvulling. “Een international heeft dat hard nodig.” Het verzoek tot betaling vindt hij daarom niet meer dan logisch. “Hockey vergt steeds meer. Als de bond van ons een professionale instelling verwacht, verwachten wij ook wat terug.”