EMU-debat

De kritiek die de laatste weken is afgevuurd op de EMU, is afgedaan als 'Te laat. Gepaseerd station.' Hoewel verbazing gerechtvaardigd is over het late tijdstip van de discussie over dit onderwerp in Nederland, is het onzin te doen alsof het eindstation gepasseerd is.

Het is zelfs een uitgelezen moment om in Nederland een discussie te voeren over de EMU. Tot 1 juli 1997 is Nederland voorzitter van de EU, en als voornaamste dossier ligt op de onderhandelingstafel de afronding van het Verdrag van Maastricht. In dat dossier komt een aantal onderwerpen voor die van groot belang kunnen zijn in het debat met de economen die onlangs hun bezwaren bekend maakten.

Kern van hun bezwaren is dat de EMU is ontaard in een eenzijdig monetair project dat onvoldoende ruimte biedt aan lidstaten en de Europese Unie om een actief werkgelegenheidsbeleid en sociaal beleid te voeren. Dat verwijt is gerechtvaardigd en terug te brengen op het feit dat in Maastricht niet besloten is tot een Politieke Unie, een Sociale Unie en alleen tot een Europese Monetaire Unie. Deze fout moet onder leiding van Nederland worden hersteld.

De bestaande onevenwichtigheid in het Verdrag heeft ertoe bijgedragen dat de EMU van middel om werkgelegenheid en sociale vooruitgang te scheppen, verworden is tot doel. Die onbalans is vaak verdedigd alsof het voldoen aan de EMU-criteria op zich al voldoende zal zijn om werkgelegenheid en daardoor sociale vooruitgang te brengen. Een vertrouwen waar vele economen inmiddels hun vraagtekens bij zetten. Vraagtekens die mogen worden vervangen door uitroeptekens als men kennisneemt van het aantal banen dat wordt vernietigd op weg naar de EMU.

De discussie over de EMU moet vooral doorgaan. Maar gezien het feit dat de onrust vooral wordt gevoed door de wijze waarop de EMU in de praktijk wordt gebracht, pleit ik ervoor dat de discussie zich richt op de uitvoering van de EMU. Bijvoorbeeld over de vraag of de noodzakelijke investeringen in onderwijs en opleiding niet buiten de definitie van het begrotingstekort moeten blijven.

Politici die menen dat niet getornd mag worden aan de zuiverste interpretatie aan de EMU-normen, raad ik aan de nu pas opkomende discussie ook te interpreteren als signaal voor het afkalvend vertrouwen in de EU en haar grote projecten zoals EMU en uitbreiding. Dat vertrouwen is terug te winnen als burgers in de praktijk zien dat de Unie goed voor hen is.

Het Nederlandse voorzitterschap heeft een enorme verantwoordelijkheid bij het terugwinnen van dat vertrouwen. Zij moet leiding geven aan een herziening van het Verdrag die de eenzijdigheid van het Verdrag van Maastricht corrigeert. Gelukkig is er nog geen eindstation gepasseerd. Het geplande eindstation is Amsterdam, bij slecht weer in Engeland misschien Luxemburg. En misschien wordt het reisschema nog meer vertraagd als zelfs Duitsland niet aan de criteria voldoet. De discussie over de EMU is dus niet te laat, wel net op tijd. En moet vooral gaan over de uitvoering ervan. Niet alleen in lidstaten zoals Nederland die aan de EMU-normen voldoen, maar ook en vooral in landen waar dat niet het geval is.

    • Lid Europees Parlement
    • Wim van Velzen