Een passie voor parels; Hoe ronder, hoe duurder

Sinds Lady Di, Steffi Graf en Madonna parelkettingen dragen, groeit de vraag. Parels mogen weer en ze zijn verkrijgbaar in alle prijsklassen, van de betaalbare cultivé tot de peperdure oriënt. Wie nep van echt wil onderscheiden, moet letten op de 'luster', de glans van de parel in teruggekaatst licht.

Nederlands Edelsteen Laboratorium tel. 071-5162661

Is er een sieraad dat meer reacties uitlokt dan het parelsnoer?

Sinds een paar jaar bezit ik een bescheiden parelkettinkje, geërfde eigen import uit Japan. Het is een geknoopt 'collier en chûte', zoals dat in de jaren veertig mooi werd gevonden: in het midden een grotere parel en naar de uiteinden toe aflopend. Je voelt het niet, alsof de parels meteen de warmte van je lichaam opnemen. Toch draag ik het niet vaak meer sinds een vriend die ik niet eerder op vooringenomenheid betrapte, bekende te moeten slikken als hij mij met parels zag. En hij bleek niet de enige met negatief commentaar op mijn juweeltje.

Tot een eeuw geleden waren parels puur natuur. De enige menselijke ingrepen die eraan te pas kwamen, waren het opduiken en openen van de oesterschelp waarin ze zaten. Dat maakte de zeldzame 'oriëntparel' tot het sieraad bij uitstek voor de allerrijksten en bezorgde de parel haar reputatie van ongenaakbaarheid. Begin deze eeuw kwam daar met de introductie van de cultivé-parel verandering in. Op het ogenblik is er een keur aan cultivé-parels te koop voor prijzen vanaf een tientje (zoetwater rijstekorrels in De Bijenkorf) tot in de honderdduizenden guldens (exclusieve zoutwaterparels) en in grootte variërend van speldenknop tot duivenei.

Parels, zegelring en slavenband horen tot hetzelfde genre. Van de drie raken de parels de laatste jaren uit het isolement. Joost Lyppens van de gelijknamige Amsterdamse juwelier voor alle lagen van de bevolking merkt het in de winkel. Als Lady Diana zich met parels om heeft vertoond, komen zijn klanten met uit tijdschriften geknipte foto's om haar sieraad na te laten maken.

Carl Paping van de firma Schoeffel, een grote parelimporteur voor Europa, merkt de laatste jaren een toenemende vraag naar parels, vooral naar grotere.

In een paar jaar verschoof de vraag van de Japanse Akoyaparel (zes tot tien millimeter na een kweektijd van anderhalf tot twee jaar) naar de Zuidzeeparel (tien tot twintig millimeter en groter, kweektijd vier tot vijf jaar). De laatste twee jaar is de grijs tot zwarte Tahitiparel in opkomst: men wil zich onderscheiden. Succes mag weer gezien worden en na de merksieraden zijn parels daarvoor een heel geschikte uitingsvorm. Dat er sinds Jackie Kennedy weer idolen zijn als Steffi Graf en Madonna die parels dragen, bevordert de vraag ernaar ook.

Hoe ronder de parel des te waardevoller zij is. Volgens Paping komt drie tot vijf procent van de oogst in aanmerking om verwerkt te worden tot een top-collier van Schoeffel dat tussen de 100.000 en 500.000 gulden kost. Ook in ons land worden parelkettingen van 200.000 gulden verkocht. Ze zijn te vinden bij de ouderwets discrete juweliershuizen waarvan je aan de buitenkant niet ziet welke weelde er binnen schuilgaat. Adverteren doen ze weinig en hun naam in de krant vinden ze al helemaal niet nodig. “Men weet ons toch wel te vinden”, zegt een gerenommeerde juwelier die regelmatig snoeren van 10.000 tot 50.000 gulden verkoopt en in een jaar tijd een omzetverdubbeling zag in de verkoop van grotere parels in die prijsklasse. Hij wijst erop dat je een parelsnoer steeds kunt veranderen, bijvoorbeeld door er edelstenen tussen te zetten. Aantrekkelijk vindt hij de gereserveerde chic van parels. Wie tien snoeren naast elkaar ziet, ziet niet in een oogopslag welke het meeste waard is. Een gouden ketting geeft dat geheim sneller prijs.

Hoe weet je of parels echt zijn? Het is een vraag die zich opdringt als je het in prijs zo uiteenlopende aanbod ziet. Lyppens: “In onze ogen is een cultivéparel een echte parel. Met het blote oog is niet vast te stellen of het om oriëntparels gaat. Alleen röntgenonderzoek kan uitsluitsel bieden.” Het is mogelijk om parels ter beoordeling op te sturen naar prof.dr. P.C. Zwaan van het Nederlands Edelsteen Laboratorium in Leiden die ze - voor 150 gulden - met röntgenapparatuur onderzoekt.

Lyppens heeft een keur aan cultivéparels: losse, maar ook in strengen. Zo'n onbewerkte streng is 38 cm lang en komt in weelderige bossen bij de juwelier binnen. Door het knopen (parels worden niet geregen om te voorkomen dat ze wanneer het snoer breekt allemaal over de grond zullen rollen) en met een slotje erbij wint een streng drie centimeter. Voor het op het ogenblik gewilde vijf-rij-snoer kort op de hals, 'avondwerk' in jargon, zijn maar vier strengetjes nodig. Dat komt neer op vier maal 110 gulden voor zoetwaterparels.

Dezelfde ketting in zoutwaterparels kost ongeveer vier keer zoveel en wat de slotjes betreft is er een scala aan mogelijkheden.

Er liggen zoveel verschillende soorten cultivéparels in evenzovele kwaliteiten in de winkels, dat het kopen van parels een kwestie van vertrouwen is. Lyppens legt uit: “Je moet letten op de 'luster', de glans van de parel in teruggekaatst licht. Ik kan vanaf een meter afstand zien of iemand echte parels om heeft of een imitatie. U trouwens ook als u dit een paar weken doet.

Imitatie heeft een harde glans. Daarnaast tellen voor de beoordeling van de kwaliteit de grootte, de kleur, de dikte van het parelmoer en de vorm. Een hele ronde parel die geen mooi luster heeft is minder interessant dan een barokparel die per definitie niet symmetrisch is maar een beeldschoon Iuster heeft.''

Het aantrekkelijke van een juwelier als Lyppens is dat je er zelf je sieraad kunt samenstellen. Op het ogenblik importeren ze heel grote Zuidzeeparels uit Australië die zich door hun vorm goed lenen voor oorbellen. Joost Lyppens vindt ze het beste tot hun recht komen in combinatie met briljant geslepen diamanten. Hij laat een stel zien; het zijn net kleine hard-witte paaseitjes die aan een strengetje in gouden 'kastjes' gevatte briljanten hangen. “Wij vinden, het klinkt een beetje belachelijk, 2.600 gulden voor zo'n paar een heel aantrekkelijke prijs. De prijsstelling heeft niet te maken met dat er meer wordt gekweekt, maar dat we ze importeren via een interessant kanaal.”

Lyppens praat met aanstekelijk enthousiasme over zijn handel. Heeft hij een passie voor parels? “Dat is overdreven, maar ik vind ze stijlvol, mooier bij een spijkerbroek dan bij een jurk. Ze zijn makkelijk te combineren. Toch zijn er zestien kleuren parels. Een kleur kies je door verschillende parels naast elkaar te zien op een witte ondergrond. Ze hebben een boven- en een basiskleur die je het beste ziet bij diffuus licht.

Lyppens laat nog wat zilverwitte en champagnekleurige Australische barokparels zien en legt uit: “De kern van zo'n Zuidzeeparel is bij deze kwaliteit in verhouding klein ten opzichte van de huid. Bij een heel goede kwaliteit Japanse parel maakt de huid, de parelmoerlaag, maar twintig procent uit ten opzichte van de kern. Dat is in verhouding heel erg dun. Bij een gemiddelde kwaliteit is het tien procent en bij slechte maar vijf procent. De mindere kwaliteiten slijten en worden op den duur dof.” Hoe zie je dat nou als beginnend parelliefhebber? “Hoe dieper de luster is des te dieper de parelmoerlaag. Als je een kraaltje los haalt en met een loepje in het boorgat kijkt, kun je een idee krijgen van de diepte van de parelmoerlaag.”

De Keshi-parel is een nieuweling onder de gekweekte parels. Het is een kernloze parel die spontaan ontstaat bij de kweek van parels, zonder dat de kweker ingrijpt. Het is een natuurlijke, ovale barokparel en in Japan heel populair.

Voor wie nog niet dood gezien wil worden met parels, maar wel gecharmeerd is van het stralende van de Zuidzeeparel, moet de Mabe aanvaardbaar zijn. Het is een halve parel. Sommige hebben de vorm van een hoekig lepeltje en zijn heel geschikt om verwerkt te worden tot oorbel of hanger. Over een paar weken hangt bij de Hema een glazen imitatie van grote Zuidzeeparels als armband (vijftien gulden) en als choker (twintig gulden), goed voor een luchtige zomerse flirt met z'n natuurlijke soortgenoot. Het is een vrolijker en aanzienlijk goedkoper alternatief dan de klassieke Majorica-parels, die gemaakt zijn van visschubben op een parelmoeren kern, maar toch meer dan 200 gulden kosten.

Volgt nog een waarschuwing: “Het mooiste collier kun je doodspuiten met eau de toilette”, zegt een kenner. De parelmoerlaag, een calcium-carbonaat verbinding, is poreus, alles trekt er helemaal in. “Schoonhouden met een stukje zeemleer en niet bewaren met andere sierraden is het advies. Huidvet versterkt de glans van de parel, hoe meer ze gedragen worden des te mooier ze worden. Lekker dragen, desnoods onder een trui.”

    • Anita van Ommeren