De moeilijkste tijd van je leven

Met hun open dagen beloven de middelbare scholen jou, basisschoolleerling, leerling van groep 8, Gouden Bergen. Trap er niet in. Ze doen niet voor niets zoveel moeite.

Pakt de bakker zijn brood mooi in? Nee. De mensen kopen toch wel brood. Wat mensen nìet nodig hebben, dàt moet mooi verpakt worden. Moet glimmen en glanzen. De middelbare school - de open dagen bewijzen het - is overbodig.

Je kunt lezen, schrijven, rekenen. Veel meer heb je niet nodig in dit leven.

En wat je nog wel nodig hebt, kun je snel leren, veel sneller dan op de middelbare school. De middelbare school is één grote tijdverspilling.

Ikzelf heb wiskunde, scheikunde, natuurkunde geleerd op de middelbare school.

Daarna ben ik een taal gaan studeren. Nooit meer heb ik iets te maken gehad met wiskunde, scheikunde of natuurkunde. Alles wat ik mij op de middelbare school met pijn en moeite eigen heb gemaakt, dat ben ik vergeten, alles.

Zo zal het jou ook vergaan. Misschien onthou je wat, een paar dingen. Leer je wat Engels. Dat is mooi. Maar het had zo verschrikkelijk veel sneller gekund.

Op de middelbare school, neem het VWO, krijg je zes jaar Engels. Drie uur per week plus, zeg, twee uur huiswerk. Veertig weken per jaar vijf uur Engels, en dat zes jaar lang.

En wat kan je dan, met dat Engels? Nog maar net een boek lezen. Eigenlijk begin je ná de middelbare school pas echt goed Engels te leren - mits je Engelse boeken blìjft lezen en veel Engels blìjft spreken. Doe je dat niet, dan vergeet je alles weer, binnen een paar jaar.

En zo, als met Engels, gaat het met al die vakken waarover de leraren op de open dagen zo mooi vertellen. Frans, Duits, aardrijkskunde, geschiedenis - alles, alles en alles zul je weer vergeten, tenzij je er iets mee gaat doen.

Als, àls je er iets mee gaat doen, leer je het pas echt goed. Dan pas, en niet eerder, kun je er wat mee. Met wat je op de middelbare school leert, kun je nog helemaal niets.

Waarom dan toch naar de middelbare school, waarom dat alles geleerd, als je het tóch weer vergeet, zelfs mág vergeten? Stel deze vraag op de open dag.

De leraren zullen zeggen: 'Het is belangrijk dat je veel leert, want als je, bijvoorbeeld, naar de universiteit wilt, dan moet je veel weten. Je moet een diploma hebben, dat is het bewijs dat je veel weet, het bewijs dat je kunt begrijpen waar ze op de universiteit over praten.'

En dat is waar - maar het is niet de hele waarheid. Die leraren zouden erbij moeten zeggen: 'Maar goed, wat je nodig hebt op de universiteit, wat je moet weten om te kunnen studeren, dat kun je ook in een paar maanden leren. Daar heb je eigenlijk die hele middelbare school niet voor nodig.'

Het probleem is dat je nu nog een beetje te jong bent - twaalf, dertien jaar - voor de universiteit. Daarom, omdat je nog zo jong bent, toch nog tijd genoeg hebt en nog niet weet wat je kan en wat je wilt, laten ze je àlles leren.

Daarom krijg je scheikunde, Frans, geschiedenis. Dan wordt vanzelf duidelijk wat je leuk vindt en waar je goed in bent. De middelbare school is één grote test.

Je begint aan de middelbare school op je twaalfde, dertiende, je bent klaar op je achttiende. Zes belangrijke jaren breng je er door, de jaren waarin je volwassen wordt. In die jaren verander je van binnenuit. Je wordt lang, je krijgt pukkels of borsten. Je begint je voor vlinders of computers te interesseren. Dingen die je vroeger leuk vond, vind je nu niet meer leuk en dingen waarvan je niet eens wist dat ze bestonden, die wil je nu. Dat is even wennen. Voor jezelf is het wennen - dat je bezig bent een ander mens te worden - maar voor anderen ook. Want die anderen, je ouders bijvoorbeeld, accepteren niet zomaar dat je plots niet meer bent die je altijd was.

Liefst zagen je ouders dat je altijd kind bleef. Altijd braaf naar bed om acht uur. Braaf naar school. Braaf buiten spelen. Maar voor jou is dat niet genoeg.

Hoe ouder je wordt, hoe meer je wilt. Je wilt ook leven - net als zij. 'Daar ben je nog te jong voor', zullen ze zeggen. Vecht het maar uit. Je zult het vaak verliezen, maar de tijd dat je wint, half wint, helemaal wint, komt snel.

Zo vergaat het iedereen op de middelbare school - want iedereen, het meisje naast je, de jongen achter je, is bezig te veranderen. Ouders zijn niet de enigen die daarop reageren. Iedereen reageert erop, op je lengte, je pukkels, je borsten. Je wordt 'die idioot die ieder weekend vlinders gaat vangen', of 'die computergek'. Op alles wat je doet - overal krijg je een reactie op. En ook daardoor - door de dingen die van buitenaf komen - zul je veranderen. Zul je misschien die vlinders laten schieten.

Veranderingen vanuit jezelf, reacties van buitenaf: de middelbare school is een laboratorium, en jijzelf bent, of je het nu wilt of niet, het experiment.

Wat zal er van je worden? Dat is de grote vraag.

Dat vertellen ze je niet op de open dagen: dat de middelbare-schooltijd met dat al misschien wel de moeilijkste tijd van je leven wordt. Je leert er van alles, vooral over jezelf. Het is kennis die met vreugde, maar ook met verwarring en met pijn, soms veel pijn, wordt veroverd. Sterkte.