Beschuldiging tegen Çiller ingetrokken

ANKARA, 20 FEBR. Het Turkse parlement heeft de beschuldiging van corruptie tegen de voormalige premier Çiller ingetrokken. Volgens een meerderheid van de 550 afgevaardigden zijn er onvoldoende bewijzen om Çiller voor de Hoge Raad te dagen.

De eerste vrouwelijke premier van Turkije werd in verband gebracht met corrupties bij twee staatsbedrijven. Bovendien werd betwijfeld of ze haar omvangrijke persoonlijke bezit wel op een rechtmatige manier heeft verworven.

De beschuldigingen werden ter tafel gebracht door de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij, de huidige coalitiepartner van Çiller. De afgevaardigden van deze partij stemden gisteren en eergisteren evenwel tegen het berechten van haar. De algemene indruk is dat zij dat als voorwaarde heeft gesteld voor het aan de macht brengen midden vorig jaar van de politieke islam in Turkije.

In seculiere kringen in het land groeit het verzet tegen de coalitieregering, mede gezien enkele recente voorstellen van de Welvaartspartij - zoals het opheffen van het verbod op het dragen van de islamitische hoofddoek in overheidsdienst en op universiteiten.