Wedstrijddagen zijn voor Koers feestdagen

UTRECHT, 19 FEBR. Met een zevende plaats op de Olympische Spelen ben je tegenwoordig met afstand het boegbeeld van de Nederlandse atletiek. Dus is er interesse voor je en huurt je manager een zaaltje in een respectabel Utrechts hotel voor een persconferentie. Marko Koers, staat er in grote letters op de deur. Binnen is het druk. “Jeeh, vol, zeg”, reageert de 24-jarige atleet uit het Gelderse Molenhoek als hij binnenkomt.

Koers vindt al die aandacht best wel leuk. Vooral als het goed met hem gaat. En het gaat goed met hem. De twee internationale wedstrijden over 1.000 meter waaraan hij de afgelopen week meedeed, won hij. Tot zijn vreugde liep hij heel gemakkelijk. Het gaf hem “een gevoel van yes!”. Daarom heeft hij nu ook besloten deel te nemen aan de wereldkampioenschappen indoor die volgende maand in Parijs worden gehouden. Een succesje daar zou, zoals Koers het zegt, toch weer een stepping-stone, een stap vooruit, in zijn voortvarende loopbaan zijn.

De Nederlandse middenafstandsloper doet nooit voorspellingen over klasseringen en tijden, hij wil gewoon steeds harder en harder. En daarbij sluiten Koers en zijn trainer Theo Joosten niets uit. Geen olympische- of wereldtitel, geen wereldrecord, niets. Ze zijn niet bang voor het Afrikaanse geweld op 800 en 1.500 meter. El Guerrouj, de Marokkaanse crack, is gewaarschuwd. “We denken heel hoog en we zijn niet snel tevreden”, zegt Joosten. Koers: “Theo en ik gaan aan het einde van elk seizoen uitgebreid koffie drinken en dan vragen we ons af hoe het nog beter kan.”

Zijn eindsprint kon nog beter. En die gaat dit seizoen ook beter. Koers toonde tijdens de wedstrijden in Gent en Liévin opvallend veel kracht op het laatste rechte eind. “Ik voel me een beetje een ander mens”, reageert hij. “Ik kan ineens een Grand-Prixwedstrijd winnen, dat is weer een nieuwe ervaring.”

Hij heeft nog steeds geen definitieve keuze gemaakt tussen de 800 en 1.500 meter. Dat wil hij ook nog niet. “Ik zie er het belang niet van in. Ik hoef nog geen stempel op.” Voor Atlanta koos hij op het laatste moment voor de 1.500 meter, maar dat kan bij de titelwedstrijden (WK binnen en buiten) van dit jaar best weer anders zijn.

De Nederlandse atletiekhoop in bange dagen weet dat alle ogen op hem zijn gericht, maar Koers zegt geen druk te voelen. “Als je op de baan staat, ben je toch op jezelf aangewezen.”

Hij is een nuchtere jongen. Eén keer komt hij tijdens zijn eigen persconferentie een beetje moeilijker uit zijn woorden. Dat is als iemand hem vraagt of de relatie met zijn Nieuw-Zeelandse vriendin, een zevenkampster, is verbroken. “Ja, het is uit.” Hij kleurt rood in het gezicht. Onlangs verbleef hij vijf maanden in Nieuw Zeeland en trainde er heerlijk in de warmte. “Maar daar ga ik toch niet meer naartoe.”

Hij is nu fullprof - op de kraag van zijn trui staat de naam van zijn persoonlijke sponsor, een computerleverancier. Koers: “Je kan er moeilijk nog iets anders bij doen. Maar ik loop niet voor het geld. Ik wil erover blijven nadenken waarom ik loop. Daarom zal ik de tijd dat ik als pupilletje begon niet vergeten. Het lopen moet plezier geven. Alleen dan kan ik fris en scherp zijn.” Trainer Joosten: “Marko laat de dingen op zich afkomen. Hij blijft altijd in het hier en nu. Een echte topper herken je als de wedstrijddag voor hem een feestdag is. Als je er vier jaar keihard aan gewerkt hebt om een olympische finale te halen en je staat erin, dan moet je er ook van genieten.”

Koers en Joosten werken al elf jaar samen. Toen de atleet vier jaar lang in de Verenigde Staten werktuigbouwkunde studeerde, begeleidde zijn trainer hem via de telefoon en fax. Al lang geleden besloten ze samen voor de wereldtop te gaan. “Zoiets komt van binnenuit”, zegt Koers. Hij is gezien zijn prestaties van het afgelopen jaar goed op weg. Joosten: “Wat er in '96 is gebeurd, heeft mij niet verrast. Ik wist dat er iets heel moois ging komen.”

Koers kende toch ook al de nodige tegenslagen, met name in 1994 en '95. Hij haalt er achteraf zijn schouders over op. “Het hoort er allemaal bij. Theo hield mij tien jaar geleden al voor dat het vooral een kwestie van volharden zou worden. Die woorden ben ik nooit vergeten. Destijds begreep ik ze waarschijnlijk nog niet, nu wel.”

Theo Joosten, die er ook over denkt fulltimer in de atletiek te worden, is trots op zijn pupil. Hij heeft vol tevredenheid gezien hoe veel interesse er is. “Hij telt nu echt mee. Ik hoorde de verslaggever op de BBC lovend over hem praten en in Gent kwam El Guerrouj na de wedstrijd naar Marko toe. Dat zegt toch wel wat.”