Veluwse boeren luisteren angstig bij de varkenshokken

LUNTEREN, 19 FEBR. Hol klinken de voetstappen door de stal. Hok aan hok, in totaal meer dan veertig, is leeg. Hier klinkt geen geknor, hier springt geen big. De varkenshouder staart over de lege hokken in de verte. “Hier draait je maag toch van om”, zegt hij mistroostig.

Met zijn naam wil hij niet in de openbaarheid. Er is al genoeg angst en onzekerheid onder de boeren, zegt de Veluwse varkenshouder. Hij is eigenaar van één van de naar schatting dertien Gelderse varkenshouderijen waar mogelijk varkenspest heerst. Afgelopen maandag hoorde hij dat op het bedrijf van zijn vermeerderaar in Brabant, waar hij zijn biggen van betrekt, varkenspest was geconstateerd. Daarmee werd ook zijn bedrijf - waar hij enkele duizenden biggen opfokt voor de slacht - verdacht. Buiten hangt een fel blauw bordje, waarop die mededeling vermeld staat.

Buiten de provincie Brabant zijn er meer 'verdachte' bedrijven. Van de dertien in Gelderland, staan er vijf op de Veluwe. Varkenshouders leven dezer dagen tussen hoop en vrees.

De boerin had net het eten opstaan, toen de boodschap werd doorgegeven. “Ik heb de piepers maar weer afgezet. Op dat moment heb je echt geen zin in eten.” De boer ging naar de stal en liep langs de hokken. Bang voor elk vreemd geluid, bang voor lusteloze biggen. “Het zijn van binnen net mensen. Als ze ziek zijn, dan gaan ze liggen.” De biggen sprongen echter door de hokken. “Er was en is echt niets met ze aan de hand. Daardoor werd de paniek bij mij wat minder.”

Het bordje buiten de boerderij zorgde voor een compleet isolement. Collegaboeren bleven uit angst voor de besmetting weg, vertegenwoordigers lieten zich niet meer zien. De enigen die nu nog langskomen zijn de dierenarts en een werknemer van de Rijksdienst voor Vee en Vlees. Elke twee dagen komen ze monsters nemen en doen ze onderzoek. “En elke keer constateren ze dat er hier niets aan de hand is. Maar ze durven het bedrijf niet vrij te geven. Daarvoor willen wij geen verantwoordelijkheid nemen, zeggen ze steeds.”

De varkenshouder leeft tussen hoop en vrees, zegt hij. “Je weet dat er niets aan de hand is. Elke keer heb je toch de angst dat ze ziek zijn. Je kijkt constant naar de ogen, kijkt of ze griep hebben.” Het duurt 35 dagen voor de boer weer aan het werk kan, dat is de wettelijk afgesproken termijn dat een bedrijf afgesloten moet blijven. “Ik ging begin van de week dicht, en moet dus nog minstens een maand wachten. Dat kost me ongeveer 15.000 gulden aan eigen geld. Ik heb nu hokken leeg staan waar ik tot die tijd geen nieuwe biggen in kwijt kan. De overige worden opgekocht door de overheid, maar die lege hokken zijn voor eigen risico.” Zuchtend loopt hij door de stallen.

Er is veel angst, paniek en onzekerheid, beaamt S. Liefting, bestuurslid van de Nederlandse Vakbond van Varkenshouders, zelf ook varkenshouder. Liefting behartigt de belangen van de zevenhonderd Veluwse varkenshouders die lid zijn van de NVV. De eerste telefoontjes krijgt hij om zeven uur in de ochtend, de laatste tegen half twaalf 's avonds. “Of ik al wat gehoord heb, willen ze dan weten, of er al nieuwe gevallen bekend zijn en hoe het staat met de bestaande gevallen. Er is zoveel paniek, dat is niet te geloven. Er zijn er die 's nachts niet slapen van de spanning.” In totaal zijn er op de Veluwse bedrijven echt verdachte biggen dood gespoten en onderzocht. Geen van de beesten had de varkenspest: “Er is niets zo erg als lege hokken. Dat wens je helemaal niemand toe.”