Tadzjikistan: chaos, banditisme en geweld

ROTTERDAM, 19 FEBR. De gijzeling van veertien mensen, onder wie een minister en een aantal buitenlanders, heeft opnieuw de aandacht gevestigd op Tadzjikistan, een land dat vrijwel alleen in het nieuws komt door gijzelingen, geweld en gevechten. Gisteren, een dag na de beëindiging van de gijzelingsactie, kwamen in de hoofdstad Doesjanbe zeven mensen, onder wie een Russische officier en twee bewakers van de Amerikaanse ambassade, bij aanslagen om het leven.

Tadzjikistan is in de greep van geweld sinds 1991. Toen kwam na de enige democratische verkiezingen in de Tadzjiekse geschiedenis een bewind aan de macht dat bestond uit islamitische fundamentalisten en pro-Westerse democraten. De ideologische drijfveer van die coalitie was anti-communisme. Haar belangrijkste doel was af te rekenen met het communistische verleden en met de economische en politieke afhankelijkheid van Moskou.

Het was geen wonder dat Rusland na het aantreden van dat bewind alles heeft gedaan om het te destabiliseren. Het vond bondgenoten in Koeljab, in het zuiden van Tadzjikistan, waar lokale clans al decennia lang met grote verbittering hadden moeten aanzien hoe Tadzjikistan werd geregeerd door clans uit het noordelijke Leninabad (nu Chodzjent geheten). Er kwam op Russisch initiatief een Volksfront tot stand, dat de strijd aanbond tegen de regering. In 1992 slaagde het daarin. De leider van de door Moskou geïnspireerde opstand, Imomali Rachmonov, een communist van de oude stempel, trad aan.

Sindsdien is het in Tadzjikistan niet meer rustig geweest: de verdreven islamieten en democraten zetten de strijd voort en het land werd het toneel van een nu al jaren durende burgeroorlog, van chaos, anarchie, ontvoeringen, gijzelingen, aanslagen, 'etnische zuivering', extreme corruptie, lokale opstanden en banditisme door criminele benden die soms de regering, soms de oppositie steunen. Van een functionerende economie is geen sprake - de enige economische sector die floreert is de smokkel van drugs. De voor de economie belangrijke Russische minderheid van meer dan een half miljoen mensen is en masse gevlucht, net als de meeste hoog opgeleide Tadzjieken die elders aan het werk konden komen. Van democratie is evenmin sprake: sinds de verkiezingen van februari 1995 heeft een coalitie van communisten en vazallen van Rachmonov uit Koeljab een grote meerderheid in het parlement. De oppositie bezet twee van de 181 zetels.

Rachmonov controleert, gesteund door 25.000 Russische soldaten, met zijn uit de zuidelijke clan van de Koeljabi's bestaande achterban slechts een klein deel van het land. Regelmatig deserteren hele eenheden uit zijn leger. De oppositie beheerst het grootste deel van het midden en oosten van Tadzjikistan en de grensgebieden met Afghanistan. Begin vorig jaar marcheerden opstandelingen tegen Rachmonov op tot enkele kilometers van Doesjanbe. Rachmonov offerde zijn premier op - die zich onmiddellijk bij de oppositie aansloot - waarna de crisis werd gesust. Drie maanden later slaagde de oppositie erin het centrale gebied van Tadzjikistan te veroveren, met de steden Garm, Tavil-Dara, Komsomolabad en Tadzjikabad.

De oppositie bestaat uit twee bewegingen, de islamitische, door Iran gesteunde Verenigde Tadzjiekse Oppositie (OTO) onder leiding van Said Abdullo Noeri, en een seculiere verzetsbeweging. Zij kregen als oppositiemacht vorig jaar gezelschap van een derde groep, het Blok van Nationale Wedergeboorte, dat wordt geleid door drie ex-premiers, allen door Rachmonov benoemd en ook weer ontslagen. Dit blok verenigt intussen het seculiere verzet tegen Rachmonov. Het kwam midden vorig jaar met de OTO overeen nauwer samen te werken in de strijd tegen Rachmonov.

Sinds december heerst in Tadzjikistan een wankel bestand, dat tot stand kwam tijdens twee ontmoetingen tussen de militair in het nauw gedreven Rachmonov en OTO-leider Noeri.

De gijzeling van afgelopen week lijkt sterk op een poging van derden, een eind te maken aan de wankele vrede. De actie was het werk van de gebroeders Rizvon en Bachram Sadirov. Eerstgenoemde probeerde al in december, tijdens het overleg tussen Rachmonov en Noeri, het vredesoverleg te saboteren door zeven VN-waarnemers en zestien leden van een (uit vertegenwoordigers van regering èn oppositie bestaande ) bestandscommissie te gijzelen.

Rizvon en Bachram Sadirov zijn geen rebellen. Rizvon vocht ooit tegen Rachmonov, maar werd twee jaar geleden door de oppositie als stafchef van haar leger ontslagen omdat hij zijn eigen commandanten had laten executeren en burgers had gefolterd. Hij en zijn broer sloten zich daarop aan bij Rachmonov en werden lid van diens elite-eenheid, de presidentiële garde.

Rachmonov stuurde Rizvon later naar het noorden van Afghanistan, met de opdracht met een elitegroep van soldaten under cover zoveel mogelijk dood en verderf te zaaien in de bases die de Tadzjiekse oppositie daar bezit. Bachram kreeg dezelfde opdracht in Garm, in Centraal-Afghanistan. Hij werd echter gevangen genomen door strijdkrachten van de oppositie. Die moesten hem in december laten gaan, in ruil voor twee aanhangers van de oppositie die in die maand bij de voornoemde gijzelingsactie in handen van Rizvon waren gevallen. The Wall Street Journal wist deze week te melden dat er maar één reden is waarom de burgeroorlog nog niet voorbij is: president Rachmonov weigerde in te gaan op de eis van de oppositie de gebroeders Sadirov te ontslaan.

Deze maand leek Rachmonov alsnog overstag te gaan: hij weigerde Rizvon Sadirov toestemming te verlenen uit Afghanistan terug te keren. Daarop ging zijn broer Bachram over tot de gijzeling van veertien mensen, medewerkers van de VN en de VN-hulporganisatie UNHCR, journalisten, hun Tadzjiekse medewerkers en de Tadzjiekse minister van veiligheid. Hij kreeg maandag zijn zin: Rizvon werd op last van Rachmonov alsnog uit Afghanistan overgebracht.

Zowel Rachmonov als de oppositie wil een eind aan de burgeroorlog, die eenderde van de bevolking op de vlucht heeft gejaagd en 50.000 mensen het leven heeft gekost. Rachmonov kan de oorlog militair niet volhouden. Maar zolang als mensen als de gebroeders Sadirov actief zijn, mensen die geen belang bij vrede hebben, zal die oorlog voortduren. Veel hangt ook af van Moskou. Zonder de pogingen van Rusland, zijn politieke en economische invloed in Tadzjikistan te handhaven, zou de oorlog wellicht nooit zijn uitgebroken en zonder de materiële en militaire steun van Moskou zou Rachmonov hem allang hebben verloren.