Stoere vormgeving van de vergeten Thorvald Bindesb⊘ll

Tentoonstelling: Thorvald Bindesb⊘ll, 1846-1908, vergeten pionier van Deense Art Nouveau. T/m 4 mei. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Catalogus ƒ 79,50.

Het blijft een opmerkelijk verschijnsel dat omstreeks de eeuwwisseling in een paar kleine Europese landen plotseling uit het niets een enkele kunstenaar naar voren kwam die zich tot een ware duizendpoot ontpopte. In België was dat Henry van de Velde (1863-1957) en in Schotland Charles Rennie Mackintosh (1868-1928). Los van elkaar hebben ze tegelijkertijd hun stempel gedrukt op de internationale Art Nouveau of Jugendstil. Behalve als architect namen zij een belangrijke plaats in als ontwerper. Dat betrof dan affiches, boekbanden, keramiek, zilver, glas, meubilair of textiel. In die uiteenlopende takken van kunstnijverheid hebben zij nog altijd een grote reputatie.

Dat Denemarken zo'n zelfde allrounder heeft voortgebracht, is nauwelijks bekend. Thorvald Bindesb⊘ll (1846-1908) was weliswaar in 1960, ruim een halve eeuw na zijn dood, op de Parijse tentoonstelling Les sources du XXe siècle met vijftien objecten goed vertegenwoordigd, maar dat heeft niet geresulteerd in een blijvende internationale faam.

Ter gelegenheid van zijn 150ste geboortedag werd er vorig jaar een grote overzichtstentoonstelling van Bindesb⊘ll in Kopenhagen georganiseerd. Museum Boijmans Van Beuningen heeft deze expositie overgenomen en daarmee is voor de eerste maal buiten Denemarken dit oeuvre in al zijn facetten te zien: villa-ontwerpen, textiel, boekbanden, wat meubels, een paar vitrines zilver en vooral veel keramiek.

Bindesb⊘ll was het oudste kind in een architectengezin dat later nog twee dochters telde. De vader stierf in 1856 en het was de bedoeling dat de zoon het beroep van zijn vader zou voortzetten. Maar Bindesb⊘lls architectuurstudie bracht hem niet veel opdrachten. Te oordelen naar de schetsen in Boijmans Van Beuningen, is dat begrijpelijk. De krabbels voor landhuizen met eigenwijze dakbekroningen en onevenwichtig geplaatste ramen lijken bestemd voor peperkoekhuisjes in een amusementspark.

Bindesb⊘lls betekenis ligt op het uitgebreide terein van de toegepaste kunsten. Al heel jong bedacht hij voor zijn vrouwelijke familieleden borduurpatronen. Voor de handwerkwinkel die hij samen met zijn zuster en een vriendin in 1873 begon, maakte hij jarenlang ontwerpen. Een van die ontwerpen is een kussen uit 1900. Op de beige ondergrond zijn wolkenformaties in prachtig contrasterend groen en zwart fluweel aangebracht. Dezelfde vaag naturalistische motieven gebruikte hij voor een stemmige boekband in bruin en rood.

Het belangrijkste onderdeel van de Rotterdamse tentoonstelling is Bindesb⊘lls keramiek. Het aardewerk is in het begin op oude Italiaanse majolica geïnspireerd, zoals het bord (1884) met op het plat een ingegrift fabeldier dat omgeven is door een blauwe rand met bladeren. Veel vernieuwender en eigenzinniger zijn de latere decoraties, door de kunstenaar in de ongebakken klei gekrast en met resolute bewegingen ingevuld met gekleurde slib. De grote schalen en vazen krijgen een kloeke versiering van sterk vereenvoudigde bloemen in combinatie met een simpel vierkant en de golven of wolken die zo kenmerkend zijn voor Bindesb⊘ll. Het heftige decor is uitgevoerd in terughoudende kleuren - zwart, wit, geel en bruin - en dat behoedt de keramiek voor een visueel uiteenspatten.

Voor de Wereldtentoonstelling in Parijs (1900) ontwierp Bindesb⊘ll een paar zilveren vazen die in het atelier van Michelsen in Kopenhagen zijn uitgevoerd. Bindesb⊘ll werd daarmee de peetvader van een generatie Deense zilversmeden, onder wie de beroemde Georg Jensen. Het museum exposeert enkele vazen, een broche, een gesp en een paar stukken bestek. Maar de stoere vormgeving die bij de aardewerk schotels zo uitstekend op zijn plaats is, past niet goed bij het verfijnde zilver. De ook hier weer toegepaste golven en accolades in hun prominente reliëf zijn grof en het monogram waarmee Bindesb⊘ll een vork en een lepel signeerde, is te nadrukkelijk. Het bestek is voornamelijk geschikt om er een stuk rendiervlees mee te attaqueren.

Bindesb⊘ll bleef, als in een toneelstuk van Tsjechov, zijn hele leven in het huis van zijn moeder wonen, samen met zijn twee zusters en hun oude kinderjuffrouw. Hij was, rijzig en met een vroeg-kaal hoofd, een bekende verschijning in de straten van Kopenhagen en een bron van anekdotes. In telefoons had hij geen vertrouwen, dus bezocht hij in eigen persoon de grafische ateliers en de pottenbakkerswerkplaatsen waar zijn ontwerpen werden uitgevoerd. Bindesb⊘ll beschikte over een indrukwekkende culturele bagage, assisteerde bij een Shakespeare-vertaling naar het Deens en bewonderde de filosoof Kierkegaard. Hij bewoog zich in een hechte vriendenkring van schilders, maar kon soms onbehouwen uit de hoek komen, vooral als een collega-kunstenaar niet aan zijn artistieke criteria voldeed. Dat robuuste, niet altijd geciviliseerde, maar heel persoonlijke karakter van deze Deen maakt ook zijn werk bijzonder.