Scholen willen consumentengids om kaf van koren te onderscheiden; Bedrijf biedt gratis lespakket

Bedrijven en organisaties bieden basisscholen gratis lesmateriaal aan om kinderen “te interesseren” voor hun produkt. Scholen gebruiken het, met gemengde gevoelens. “We komen geld te kort.”

ROTTERDAM, 19 FEBR. Een jonge puber, elf jaar oud, wil niet rondlopen met puistjes. Multinational Procter and Gamble ontdekte het antwoord op zijn zorgen: lesmateriaal voor de basisschool. Clearasil, de lotion die pukkels bestrijdt, is de lesstof. Voor talloze produkten die het bedrijf op de markt brengt, heeft Procter and Gamble lespakketten ontwikkeld: over menstruatie (Always) of over verkoudheid (Vicks). Het kost het bedrijf circa 60.000 gulden per oplage, voor de scholen is het gratis. “Een stukje reclame kost wat”, aldus J. Gannon van het bedrijf.

Sponsoring mag de inhoud van het onderwijs niet beïnvloeden, zo heeft staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) vorige week afgesproken met onderwijsorganisaties en de Consumentenbond. Maar een wet ontwerpen die sponsoring van schoolgebouwen of lesmateriaal helemaal verbiedt, wil Netelenbos niet. “Stel je voor dat de staat zich zou bemoeien met de inhoud van lesboeken”, zo reageert haar woordvoerder.

De regering wil de kwaliteit van het lesmateriaal zo veel mogelijk overlaten aan “de markt”, zo verklaart A. Zwinkels, beleidsmedewerker van de Consumentenbond het uitblijven van wetten of bepalingen. De markt zijn de uitgevers, scholen en het bedrijfsleven. Niemand controleert de kwaliteit van lespakketten of lesmethodes voor basisscholen. Voor de gratis, commerciële pakketten noch de reguliere methodes van de grote educatieve uitgevers bestaat een kwaliteitsnorm. De discussie over controle van staatswege op de inhoud van lesmateriaal of op het curriculum op scholen strandde decennia lang op artikel 23 van de grondwet, dat scholen de vrijheid geeft hun onderwijs in te richten.

Wekelijks krijgen de bijna 8.000 basisscholen nieuwe, gratis lespakketten door de brievenbus. Gratis, want de kosten zijn voor rekening van bedrijven, ministeries en belangenorganisaties zoals Unicef of de Vereniging Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij. Slechts af en toe betaalt de school een bijdrage, zoals voor het lespakket 'Spelen met Chemie'. Deze bundeling experimentjes biedt uitkomst voor basisscholen die graag de beginselen van chemie willen behandelen. Het kost de school een paar honderd gulden, Akzo Nobel en enkele andere bedrijven betalen de rest.

Veel scholen vinden de gratis lesboeken een welkome aanvulling op de bestaande lesstof. Ze behandelen vaak onderwerpen die in het gewone lesmateriaal van de educatieve uitgevers niet aan bod komen. “Het materiaal is vaak aardig”, zegt C. Smit, directeur van de Amsterdamse basisschool De Kinkerhoek. “Bijvoorbeeld de boekjes over de post, van de PTT.” Haar school gebruikt ze, vertelt Smit, niet zonder gemengde gevoelens. “Het is natuurlijk raar dat we voor onderwerpen die we belangrijk vinden, zijn aangewezen op gesponsord materiaal. We hebben gewoon te weinig geld.”

Toch weten veel basisscholen zich geen raad meer met het enorme aanbod aan lesmateriaal. Van zowel de grote educatieve uitgeverijen als de bedrijven en belanenorganisaties. De afgelopen jaren deden scholen volgens het ministerie van Onderwijs keer op keer een “dringend verzoek” aan Netelenbos om een consumentengids voor lesboeken te ontwikkelen. Vorig jaar gaf ze opdracht aan het Instituut Leerplanontwikkeling (SLO) zo'n 'methodegids' te maken. Maar het predikaat 'goed' of 'slecht' geeft de SLO niet, zegt projektleider Jan de Vuist. “Wat bij de ene school past, is niet geschikt voor de andere. Die moeten zelf een methode kiezen en bekijken welke aanvulling ze geven tijdens de les. Wij kunnen ze hooguit naast elkaar leggen en in de gids vermelden wat erin staat en wat niet.” De gratis lespakketten blijven geheel buiten schot.

Terwijl ze bij een aantal scholen wel ergernis wekken. “Al het materiaal dat bedoeld is om reclame te maken, verdwijnt bij ons in de prullenbak”, zegt I. Harmsen, directeur van de Amsterdamse basisschool De Mijlpaal stellig. “Ook al hebben we te weinig geld, we hebben als school nog wel principes.”

Reclame? Geen sprake van, zegt R. Joom, Neerlandicus bij uitgeverij Zorn, die de gratis lespakketten ontwikkelt. Tot zijn opdrachtgevers behoren onder andere Proctor and Gamble, Unicef en diverse ministeries. “Het lesmateriaal is alleen bedoeld om kinderen te interesseren voor een bepaald terrein of markt”, zegt hij. Joom erkent dat Zorn bepaalde afspraken maakt met bedrijven. Een lespakket van Procter and Gamble mag niet gaan over de puistjescrème van concurrent fabrikant Dr. van de Hoog. Sterker: Zorn spreekt af voor een bepaalde periode geen lespakket te maken voor welke concurrent dan ook. De objectiviteit en geloofwaardigheid van het onderwijs is volgens Zwinkels van de Consumentenbond hiermee duidelijk in het geding.

Ongeveer 200 onderwijs inspecteurs controleren of scholen goed onderwijs geven. Maar dat is achteraf, nadat een school per klas volgens de uitgevers 4.500 gulden heeft geïnvesteerd in een lesmethode. Dit kunnen ze zich per vak gemiddeld om de 7 à 15 jaar veroorloven. Over het gratis lesmateriaal waarmee bedrijven en belangenorganisaties scholen bestoken, velt de inspectie evenmin een oordeel. Directeur C. Goes van basisschool De Kaap: “Veel verdwijnt in de papierbak, maar sommige gratis boekjes gebruik je gewoon.” Of lesmethodes inhoudelijk sterk en objectief zijn en de didactische methodes effectief, blijkt vaak pas in de praktijk.

Basisscholen hebben het nauwelijks voor het kiezen. Hun begroting is volgens onafhankelijk onderzoek al jaren structureel 10 procent te klein. Zelfs voor de verplichte onderwijskost moeten ze voortdurend financiële afwegingen maken. ,We móeten een goede geschiedenismethode kopen, want die moet 15 jaar mee”, zegt de Limburgse lerares geschiedenis J. Hartsema tijdens de nationale Onderwijs Tentoonstelling. Ze neust tussen de verschillende glimmende kaften op de schappen, omdat ze dit jaar weer nieuw lesmateriaal mag kopen. “Ik probeer er zo veel mogelijk op te letten dat een boek de grote gebeurtenissen in de vaderlandse geschiedenis met elkaar in verband brengt. Ook al is het moeilijk te beoordelen of een boek aan dat criterium voldoet.”

Voor de methodegids beoordeelt de SLO de lesboeken ondermeer op de vraag of ze aansluiten bij de 92 kerndoelen. Die zijn door de SLO zelf opgesteld en schrijven voor wat kinderen moeten kennen en kunnen aan het einde van de basisschool. Ze liggen sinds kort onder vuur van de Onderwijs Raad, het Instituut voor Toetsontwikkeling (CITO) en de onderwijsspecialisten in de Tweede Kamer, die vinden dat het er te veel zijn en dat ze te vaag zijn.

Directeur G. Janssen van de grote educatieve uitgeverij Zwijsen bepleit een onafhankelijk keurmerk voor lesmateriaal, om het kaf van het koren te scheiden. Niet alleen commercieel materiaal, maar ook lesmethodes van groteuitgevers, zouden door de molen moeten. “Veel collega's vinden een keurmerk te subjectief, maar dat is onzin. Objectieve criteria zijn best te bedenken”, zegt Janssen. Hij wijst erop dat een keurmerk wel langzaam moet worden ingevoerd. “Het mag niet zo zijn dat een school net een nieuwe methode heeft gekocht, die een jaar later geen keurmerk blijkt te verdienen. Dan zit de school 14 jaar met een 'slechte' methode, en dat zou ouders kunnen afschrikken.