Rottenberg en Wiegel willen een kleinere Kamer

DEN HAAG, 19 FEBR. Leve de politiek: op naar een kleinere Tweede Kamer. Het advies klonk gisteren in een café, maar de boodschappers waren bloedserieus.

De Tweede Kamer moet terug naar honderd leden, om weer effectief te kunnen functioneren. Een kleinere Tweede Kamer is beter in staat op hoofdlijnen te controleren; een Kamer van honderd leden is ook minder vatbaar voor bureaucratie, betoogden H. Wiegel en F. Rottenberg gisteren in Den Haag bij de presentatie van een boek over het functioneren van de Nederlandse democratie.

Ooit stonden ze zo ongeveer aan de uitersten van het politieke spectrum: de één begon als voorzitter van de activistische Jonge Socialisten in de Partij van de Arbeid; de ander was langdurig leider van de burgerlijk/liberale VVD. Inmiddels is de eerste ex-voorzitter van de PvdA en de laatste alleen nog senator voor de VVD.

Wiegel vindt al heel lang dat de Tweede Kamer te groot is. Als politiek leider van de VVD schreef hij begin jaren zeventig praktisch op zijn eentje het verkiezingsprogramma van de VVD. Zijn assistent daarbij was J. van Aartsen, de huidige minister van Landbouw. Wiegel: “Dat programma werd bijna ongewijzigd vastgesteld. Het enige punt dat het niet haalde, was het voorstel om de Kamer terug te brengen naar honderd leden. Ja, hoe gaat zoiets: dan zijn er opeens heel veel mensen die belang hebben bij een grote Kamer. De tegendruk van Kamerleden die dachten: 'daar gaat mijn stoel!', was te groot.

Rottenberg zei als partijvoorzitter tijdens zijn eerste bezoeken aan de Kamer 'verbijsterd' te zijn geweest over het functioneren van de PvdA-fractie: “Veel vergaderen, vooral veel vergaderen over wie wat doet.” Hij zag 'overwoekerde' fractiespecialisten en nam waar dat niet helder was wie waarvoor verantwoordelijk was. Zijn gruwelbeeld: een begrotingsbehandeling van Onderwijs, waarbij de PvdA zeven leden inzette.

Rottenberg shockeerde zijn partijgenoten destijds met een voorstel om de fractie in twee delen op te spliten: “Dan zijn de verhoudingen meteen een stuk duidelijker”, zei hij gisteren. Het zou volgens Rottenberg ook helpen als de hiërarchie scherper wordt aangegeven. “Maak helder wie frontbencher is en wie backbencher en wie de procedures bewaakt.”

Wiegel wist nog welke VVD-fractie voor hem als leider de beste was: zijn eerste, die tegelijk ook de kleinste was (zestien leden). “We hadden precies voor ieder departement een fractielid; dat hield detailzucht buiten de deur.”

Volgens de VVD-senator is de Eerste Kamer van nu te vergelijken met de Tweede Kamer van vroeger, met een werkwijze die ook te prefereren is. “Er wordt niet uitentreuren voorgekauwd wat iemand moet zeggen.” De vergelijking ging nog verder. In de Senaat hebben de volksvertegenwoordigers een hoofdfunctie buiten de politiek; toen hij in 1967 aantrad als Tweede-Kamerlid waren volgens Wiegel slechts drie van de honderdvijftig Kamerleden zonder een nevenfunctie. “Bijna iedereen deed er wel iets bij.”

Volgens PvdA'er Rottenberg zou de Tweede Kamer aan 'eerbiedwaardigheid' winnen als ze minder bureaucratisch te werk gaat. Hij riep het parlement op zijn eigen functioneren regelmatig ter discussie te stellen: “Ik zeg, voer één keer per jaar een debat waarbij je als Kamer discussieert: 'hoe doen we het eigenlijk?' ” Je kunt dan kritisch kijken wat goed gaat en wat niet.”