Paniek in het crisiscentrum

Deelname aan het nieuwe programma Crisis op Nederland 3 is niet zonder risico's voor politici of adspirant-politici. De deelnemers aan dit simulatiespel worden geacht een plotseling uitgebroken crisis het hoofd te kunnen bieden. Wie daarin faalt, heeft wat uit te leggen aan de kijkers die straks kiezers zijn. Onwillekeurig rijst de vraag: zou de betrokkene ook zo weinig crisisbestendig zijn als het er werkelijk op aankomt?

In de eerste twee afleveringen was er weinig aan de hand voor de deelnemers. Er was wat detailkritiek mogelijk op het crisisbeleid van mensen als Docters van Leeuwen, Korthals Altes, Bolkestein en Kosto, maar zij konden toch enigszins dat air van vastberadenheid uitstralen dat wij van hen eisen zodra de golven over het schip slaan.

“Er wordt geschoten en gegild in het gebouw”, riep Felix Rottenberg in de vorige uitzending met een lichte ondertoon van paniek.

“Dat is heel ernstig, maar niet professioneel van de daders”, reageerde Korthals Altes onderkoeld. De politicus als de Humphrey Bogart van het crisiscentrum - het hád wel iets, ook al zal het voor het slachtoffer weinig hebben uitgemaakt hoe hij werd doodgeschoten: professioneel of niet.

Gisteravond ging het echter helemaal mis in het crisiscentrum, dat ditmaal door Erik Jurgens, Frank de Grave, Kees Sorgdrager, Elske ter Veld en Tineke Lodders werd bemand. Hun gemeente was het strijdtoneel van rechtse en linkse radicalen. De rechtse diehards rukten op naar het asielzoekerscentrum, waar Allah tevergeefs om bijstand werd gesmeekt.

Wat te doen? Het rechtse janhagel al bij het spoorwegstation stevig aanpakken? De mensen uit het asielzoekerscentrum laten evacueren? Het waren reële opties, maar er gebeurde niets. De leiding had bij Lodders ('burgemeester') en Jurgens ('hoofdofficier van justitie') moeten berusten, maar die lieten zich volledig door de gebeurtenissen overspoelen.

De rechtse radicalen waren al gevaarlijk dicht het asielzoekerscentrum genaderd, toen we Jurgens hoorden vragen: “Zitten ze nog allemaal in dat gebouw? Dat lijkt me buitengewoon gevaarlijk.” Dat was het zeker, te meer daar het crisisteam na een uur nog steeds geen aanstalten had gemaakt het centrum te laten ontruimen.

Mevrouw Lodders wist al helemaal niet meer wat haar overkwam. Grote besluiteloosheid overviel haar, terwijl ze moest toezien hoe het haantje De Grave ('politiecommissaris') steeds meer de leiding voor zich opeiste. Nordholt maakte school in de persoon van De Grave. Niemand durfde hem terug te blaffen naar zijn hok, zodat er steeds grotere verdeeldheid aan de tafel ontstond.

Zelfs de voorlichter, Sorgdrager, begon zich op zijn lijzig-vileine manier hinderlijk met het beleid te bemoeien. “Wat hebben we nou méér gedaan dan hopen dat het niet uit de hand loopt?” sarde hij. Docters van Leeuwen zou hem hebben afgeserveerd zoals hij met Marijn de Koning deed: “Zwijg!”

Maar mevrouw Lodders liet over zich lopen. Heerma zal het thuis met welgevallen hebben aangezien. Moet zij mij soms bij het CDA opvolgen, zal hij gedacht hebben, iemand die niet eens bij machte is een fictief crisisje tot een goed einde te brengen? Norbert Schmelzer wendde zich intussen bezorgd van het scherm af en zocht maar weer eens het geheime telefoonnumer van Hans van den Broek op.

Het begon op een hilarische manier uit de hand te lopen. Terwijl de plunderingen en vechtpartijen uitbraken, zaten Lodders en Ter Veld zich af te vragen wat de formulering van de noodverordening moest zijn. “Ik ben het niet eens met de inhoud”, kifte Ter Veld. Exit noodverordening.

Brandbommen ontploften in het asielzoekerscentrum, en er vielen gewonden onder de agenten terwijl Lodders zich tot Jurgens wendde: “Ik vraag advies. Wat is jouw advies?”

“Ik heb grote aarzelingen”, zei Jurgens.

(P.S. Vorig jaar schreef ik in deze rubriek over de korte BBC-documentaire A moving image. Een man verwoordt zijn verdriet over de moord op zijn vrouw. Vanavond zendt de RVU op Nederland 3 (21.00) deze film uit. Warm aanbevolen.)