Open samenleving

GEORGE SOROS behoort tot de uitzonderlijkste persoon lijkheden van het laat-twintigste-eeuwse kapitalisme. Deze Amerikaan van Hongaarse afkomst, vluchteling voor de twee grote totalitaire stelsels van deze eeuw - het nazisme en het communisme - heeft in de afgelopen vijfentwintig jaar één van de grootste vermogensfondsen ter wereld opgebouwd.

In financiële kringen was hij al jaren befaamd, maar publieke bekendheid kreeg hij in september 1992 als 'de man die de Bank of England brak'. Soros dwong het pond uit het wisselkoersmechanisme van het Europese monetaire stelsel. Met zijn aanval op het Britse pond verdiende Soros naar eigen zeggen zo'n miljard dollar voor zijn beleggingsfonds.

Soros is niet alleen een financieel genie en een speculant, maar ook een filosoof en een weldoener. De Soros Stichtingen, die hij heeft opgericht, besteden jaarlijks honderden miljoenen in Oost-Europa en de republieken van de voormalige Sovjet-Unie aan uitermate nuttige projecten zoals de uitgave van nieuwe schoolboeken, ontdaan van alle communistische ideologie, en humanitaire steun aan gebieden als Bosnië en Macedonië. Het is niet overdreven om Soros de grootste afzonderlijke hulpverlener bij de wederopbouw van de ex-communistische landen te noemen.

Daarbij baseert hij zich op de filosofische uitgangspunten van de Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper over de 'open samenleving'. Tegenover het totalitaire dogmatisme van deze eeuw stelt Popper de vrijheid van meningsvorming, een kritische geest en afwijzing van absolute waarheden als de grondslagen van democratische samenlevingen. Hiertoe behoort ook afwijzing van staatsinterventie in de economie. Soros heeft in woord en geschrift (zoals zijn boek Soros on Soros uit 1995) uiteengezet dat open samenlevingen en de beginselen van een vrije-markteconomie samengaan.

ALTHANS, tot begin deze maand. In een artikel voor het Amerikaanse tijdschrift Atlantic Monthly plaatste Soros het ongebreidelde kapitalisme in dezelfde ideologische categorie als het nazisme en communisme en bestempelde hij het als een vijand van de open samenleving. Hoewel hij erkent een fortuin te hebben verdiend aan de tekortkomingen van de financiële markten, meent hij dat “de ongeremde intensivering van het laissez-faire-kapitalisme en de verspreiding van marktideeën in alle sectoren van het leven onze open en democratische samenleving in gevaar brengen”.

De woorden van de filosoof-financier zijn met gretigheid aangegrepen door oud- en nieuw-linkse prominenten die toch al geen hoge dunk van de markteconomie hebben. In Nederland haastte professor Van der Zwan zich om te pleiten voor het herstel van een sterke staat en een einde aan de in zijn ogen veel te liberale ideologie van het 'paarse' polderkapitalisme.

Bij Soros' opmerkingen past een aantal kanttekeningen. In de eerste plaats slaat zijn waarschuwing voor de gevaren van het ongetemde kapitalisme vooral op de situatie in Rusland, waar de oude machthebbers zich na de ideologische omwenteling als ouderwetse 'diefstalkapitalisten' de geprivatiseerde nationale rijkdom hebben toegeëigend. Dat de onderwereld een groot deel van de economie beheerst is eerder een teken dat de markt in Rusland onvolkomen werkt dan een bewijs van de onvolkomenheid van een markteconomie. In Rusland is bovendien het staatsmonopolie op de wetsnaleving en geweldsuitoefening grotendeels weggevallen. Dit alles vormt een ernstige bedreiging voor de Russische economie en politiek, en daarmee een zaak van grote zorg voor het Westen, maar geen bewijs om het kapitalisme tot de nieuwste vijand van de open samenleving te verklaren.

IN ALLE LANDEN die tot de democratische markteconomieën worden gerekend, beslaat de collectieve sector ten minste eenderde en vaak tegen de helft van het bruto nationale produkt. Overal bestaan omvangrijke verdelingsmechanismen, niet voor niets is een voortdurend debat gaande over de 'crisis van de welvaartsstaat'. Dat kan met de beste wil van de wereld geen overwinning van het laat-achttiende-de-eeuwse laissez-faire-kapitalisme genoemd worden.

Een andere misvatting is om het beginsel van de markteconomie en totalitaire stelsels op één ideologische lijn te stellen. Een van de kenmerken van totalitarisme is de onderdrukking van kritiek en de uitsluiting van correctiemechanismen. Dat zijn juist essentiële elementen in een vrije-markteconomie. Zo worden financieel-economische beleidsfouten afgestraft en gecorrigeerd. Soros, als een van de kundigste bespelers van foutieve inschattingen van andere marktpartijen, moet dat als geen ander weten. Gelukkig leeft Soros in een open samenleving waarin het debat bloeit.