Onderzoek TCR moet frustraties wegnemen

ROTTERDAM, 19 FEBR. Hoe kon het gebeuren dat oud-minister drs. N. Kroes van Verkeer en Waterstaat in de jaren tachtig meer dan 22 miljoen gulden subsidie verstrekte voor het opruimen en verwerken van milieugevaarlijk scheepsafval aan Tankcleaning Rotterdam (TCR)? Waarom ging Kroes in 1984 met de eigenaars van dat bedrijf, de drie broers Langeberg, in zee ondanks waarschuwingen van onder meer Justitie en van haar collega Nijpels van VROM?

Dat zijn enkele kernvragen waarop de vaste Kamercommissies voor Verkeer en Waterstaat en VROM vanaf vandaag via “besloten gesprekken” met een groot aantal betrokkenen in de TCR-affaire een antwoord trachten te vinden.

De TCR-zaak heeft in kringen van justitie- en milieu-ambtenaren de afgelopen jaren veel frustratie veroorzaakt en nog steeds wordt vanuit die hoek druk uitgeoefend en materiaal aangedragen om de zaak tot de bodem uit te zoeken. Uit een niet eerder geciteerd vertrouwelijk conceptrapport van het Korps Landelijke Politiediensten, afdeling Milieucriminaliteit, blijkt dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat in de tweede helft van de jaren tachtig in totaal negen keer is gevraagd de subsidieverlening aan TCR stop te zetten dan wel de al verstrekte subsidies terug te vorderen. Die waarschuwingen, afkomstig van onder anderen de officier van justitie in Rotterdam, Rijkswaterstaat, de regionaal inspecteur voor de volksgezondheid, de Haagse procureur-generaal Feber en hoge ambtenaren van VROM, hebben minister Kroes destijds niet op andere gedachten gebracht.

De hoofdpersonen in de TCR-affaire, de drie eigenaren, de directeur en twee stafleden, zijn in 1995 veroordeeld. Hoofdverdachte Jan Langeberg kreeg met zes jaar de zwaarste straf. Zijn iets jongere broer Ton, inmiddels weer op vrije voeten, wijdt zich met overgave aan het racen met sportwagens, een kostbare hobby die de broers gemeen hebben. Alle drie de broers waren op verzoek van de curatoren van TCR failliet verklaard.

TCR, dat begin 1995 failliet werd verklaard en kort erna door derden werd overgenomen, veroorzaakte onder het bewind van de broers Langeberg het grootste milieuschandaal uit de Nederlandse geschiedenis door grootschalige en moedwillige lozing van giftig afval en subsidiefraude.

De uitgebreide serie gesprekken die de Tweede-Kamercommissies voeren vloeien voort uit de adviezen van de parlementaire werkgroep die de TCR-zaak eerder uitvoerig heeft bekeken maar nog niet alle vragen heeft kunnen beantwoorden. Zes Kamerleden, onder voorzitterschap van de CDA'er P.J. Biesheuvel, zullen namens de twee Kamercommissies tot en met volgende week donderdag in totaal dertig betrokkenen aan de tand voelen.

Pag.20: Kans op Kamerenquête neemt toe

Gesproken wordt behalve met oud-minister Kroes met de oud-bewindslieden Maij-Weggen, Nijpels en Alders, met verschillende functionarissen van Rijkswaterstaat, met drie voormalige secretarissen-generaal, met directeur W. Scholten van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam, de oud-havenwethouders R. den Dunnen en R. Smit van Rotterdam. Ook komen aan de beurt H. van Dop, voormalig ambtenaar directoraat-generaal Milieuhygiëne van VROM, C. Rijkens van het Kernteam Zware Milieucriminaliteit, oud-president-commissaris W. van Schaick van TCR, curator J. Mentink en voormalig advocaat-generaal van het gerechtshof Den Haag, H. Feber.

Vooral het gesprek met Feber, die minister Kroes en haar topambtenaren al in 1984 waarschuwde dat er tegen de broers Langeberg een strafrechtelijk onderzoek liep, is pikant. Daags na het gesprek van Feber op het ministerie van V&W bleken de Langebergs op de hoogte van het feit dat er tegen hen een onderzoek liep en dat hun telefoons werden afgetapt. Het onderzoek was daardoor 'kapot'. Kroes heeft steeds ontkend iets met dit uitlekken te maken te hebben gehad. Zij heeft meermalen op een parlementair onderzoek of een parlementaire enquête aangedrongen zodat haar naam in deze affaire zou kunnen worden gezuiverd. Over de vraag over er zo'n onderzoek of zelfs een echte enquête zou moeten komen kon de Tweede Kamer het eerder niet eens worden ondanks sterke aandrang daarop van de kant van de GroenLinks en de SP. Maar het zou er alsnog van kunnen komen. Afhankelijk van wat de gesprekken de komende dagen opleveren zullen de Kamercommsissies namelijk beslissen of nader onderzoek naar de gang van zaken rondom de subsidieverlening aan TCR gewenst is. Sinds de misstanden bij TCR aan het licht zijn gekomen, hebben diverse instanties de zaak vanuit verschillende invalshoeken onderzocht. Daarbij is niet alleen het milieubeleid van de overheid - vooral het toezicht op de naleving van de verordeningen en de subsidieverlening - maar is ook de achtergrond van de oprichters/eigenaren van TCR uitvoerig belicht. Er volgde een stortvloed van kritiek, onder andere van de Algemene Rekenkamer. Een rapport van het Wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum van Justitie stelde keihard vast dat bij TCR sprake was van een “criminele organisatie”. Uit een vertrouwelijk rapport van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) bleek dat een strafrechtelijk onderzoek naar de milieufraude bij TCR eind jaren tachtig door drie toenmalige secretarissen-generaal van Verkeer- en Waterstaat, VROM en Justitie, is tegengewerkt. Dit zou zijn gebeurd om de positie van ex-minister Kroes niet in gevaar te brengen.

Minister Kroes stond in de eerste helft van de jaren tachtig voor een moeilijke keuze. Nederland moest snel een besluit nemen ten einde te voldoen aan het zogeheten Marpol-verdrag tegen vervuiling van de zee door scheepsafval. Er moest daartoe een moderne afvalverwerkingsinstallatie in de haven van Rotterdam komen. De overheid wilde het project met subsidies ondersteunen maar Kroes wilde niet in zee met afvalbehandelaar Booy Clean waarmee ze al jaren een verbitterde strijd had geleverd over vergunningen en overtredingen. Ook alternieven van respectabale bedrijven als Pakhoed en Van Ommmeren, die nauwer wilden samenwerken met de gemeente Rotterdam, kwamen in haar ogen niet in aanmerking omdat daardoor volgens haar een nieuwe 'open einde-regeling' zou worden gecreëerd.

Daarom koos Kroes voor de gebroeders Langeberg die ook al een afvalinstallatie exploiteerden in de haven van Amsterdam. Op het moment dat de Langebergs voor TCR in beeld kwamen liep tegen hen al een onderzoek. De broers, zo is tijdens de omvangrijke strafzaak twee jaar geleden gebleken, omringden zich bij hun illegale activiteiten met prominenten uit de bovenwereld, uit politiek en bedrijfsleven. Mede daardoor wist TCR een respectabel imago te verwerven. Geheel onterecht, bleek achteraf, want zwaar verontreinigd afvalwater (niet alleen van schepen afkomstig maar ook van industriële bedrijven) is bij herhaling en doelbewust geloosd in de Botlek. De overtredingen, die meermalen wel werden geconstateerd, leiden pas in een heel laat stadium tot ingrijpen door Justitie. De Langebergs betaalden personeelsleden die zich voor dit illegale werk leenden op grote schaal zwart uit. Ook maakte TCR zich schuldig aan illegale exporten van giftig afval naar België. De broers Langeberg hebben bij het verkrijgen de subsidie gefraudeerd door het vervalsen van facturen en zij gebruikten, in strijd met de subsidievoorwaarden, bij de bouw van de installaties goedkoop, tweedehandsmateriaal.