Meedenkende belastingadviseurs?

PvdA-Kamerlid Rick van der Ploeg wil een verandering in het belastingstelsel waardoor iedereen die nu een fiscale opleiding krijgt “spoedig kan overstappen naar een nuttige studie”. Die uitspraak in deze krant van november, is extreem. Toch weerspiegelt zij veel van het onbegrip tussen politici en belastingadviseurs.

Het besproken nummer van Tribuut kost 37,50 gulden, maar men kan het deze week gratis aanvragen bij Sdu-uitgevers, tel. 070-3429702.

Het botert niet tussen die twee. De adviseurs denken dat de politici het hun kwalijk nemen dat ze de fiscale zaken voor hun cliënten soms zo regelen dat miljonairs geen cent belasting hoeven te betalen. Vanuit een defensieve houding stelde voorzitter Hoogeweg van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) in het decembernummer van het blad Account dat een miljonair “net zo goed als zijn armere medeburger mag proberen niet meer belasting te betalen dan waartoe hij rechtens verplicht is”. De NOB-voorzitter wantrouwt zedenprekers, “met name de ongelovigen en zeer gelovigen van links en rechts die anderen voortdurend de eigen morele maat nemen maar als het gaat om hun eigen positie en portemonnee tot gore streken in staat zijn”.

Tot die 'zedenprekers' zou men de directeur-generaal der Belastingen Van Lunteren kunnen rekenen die in augustus 1995 de belastingadviseurs in hun blad Tribuut voorhield dat zij de morele taak hebben om de belangen van hun cliënt af te wegen tegen het algemene belang van rechtmatigheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid; een norm die ook voor de Belastingdienst geldt. Het belang van de rechtszekerheid zou de adviseur er toe moeten brengen ongevraagd alle relevante feiten aan de inspecteur te presenteren. In het belang van de rechtsgelijkheid zou hij de deur moeten wijzen aan een miljonair die de grens van het fiscaal toelaatbare zoekt om zo minder dan 'het volle pond' aan belasting te hoeven betalen.

Men kan er over twisten of dat redelijke verlangens zijn, maar ze zijn serieus. Des te meer valt het op dat de belastingadviseurs nooit het debat met Van Lunteren hebben gezocht. Wat voorts opvalt is dat leidende fiscale woordvoerders in de Tweede Kamer eerder de mening van Hogeweg dan die van Van Lunteren delen. Van der Ploeg accepteert de wet als bodemlijn voor de adviseur. die wat hem betreft “tot het randje mag gaan bij het hanteren van een wet. Dan moeten wij die wet maar beter maken”. VVD-Kamerlid Bibi de Vries zit op eenzelfde lijn. Zij kwalificeert het betoog van Van Lunteren als demagogisch en rekent dat staatssecretaris Vermeend (Financiën) aan. Voor CDA-Kamerlid Hans Hillen is de fundamentele ongelijkheid tussen burger en overheid het uitgangspunt. “Zolang de overheid het publiekrecht achter zich heeft en dus kan dwingen, moet de burger de kans hebben zich daartegenover zo sterk mogelijk op te stellen. Als hij daarbij binnen de wet blijft, is dat wat mij betreft in orde.”

Een en ander blijkt uit een rondetafelgesprek dat Tribuut eind deze week publiceert. Hoewel de belastingadviseur wat zijn advieswerk betreft niet veel verwijten van de politici krijgt, nemen die het de beroepsgroep wel kwalijk dat ze zich afzijdig houdt van de maatschappelijke discussie over veranderingen in de belastingheffing. Van der Ploeg: “Ik heb behoefte aan een discussie met de beroepsorganisaties over de ethische aspecten van hun bedrijfsvoering. Shell en Albert Heijn zijn daar door een maatschappelijke discussie toe gedwongen; het zou van moed getuigen als de belastingadviseurs zo'n discussie zelf zouden aangaan in plaats van zich te verschuilen.” Politiek Den Haag heeft bovendien moeite met de eenzijdige opstelling van de adviseursorganisaties. Over nieuwe voorstellen die misschien te ver gaan, schreeuwen ze moord en brand terwijl ze ondertussen in stilte al opzetjes uitbroeden voor het uitbuiten van in Den Haag nog onontdekte zwakke plekken in een regeling. Woordvoerder Jacques Booij van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs heeft er moeite mee dat met name Van der Ploeg een hele beroepsgroep afrekent op de activiteiten van een kleine minderheid. De grote meerderheid fungeert feitelijk als voorportaal van de belastinginspecteur.

Hoe constructiebestendig een nieuw stelsel ook wordt, goed opgeleide belastingadviseurs blijven nodig; ook in het belang van de overheid. Staatssecretaris Vermeend pleegt zijn belastingwetten op te stellen met steun van wetenschappers en multinationals. Belastingadviseurs worden buiten de deur gehouden en dat vinden de Kamerleden verkeerd. Door goed gebruik te maken van hun praktijkervaring kunnen misslagen in belastingvoorstellen worden voorkomen. Wat Bibi de Vries betreft zouden de belastingadviseurs overal in politiek Den Haag open deuren moeten vinden mits zij “met de politiek willen meedenken en hun eigen belangen weten te overstijgen”.